16e zondag door het jaar
Genesis 18, 1-10 -Lucas 10,38-42 God komt de mensen echt nabij. Je moet Hem alleen willen zien. Hij komt naar ons toe en bezoekt ons graag, regelmatig zelfs. Hoe? Hij verschijnt in mensen die op ons afkomen (dat leren wij uit het goede boek: de Bijbel). Zijn wij aan zijn komst in ons leven toe?
'Ik was vreemdeling' lezen we in het evangelie
'en ge hebt mij opgenomen' . Vreemdeling…. bij ons komt dan de aarzeling; wij zijn van nature wantrouwend. 'Die ander is vast gevaarlijk, wat moet die hier.' Abraham kent die reserve niet als er plotseling drie mensen bij hem aankloppen. Water biedt hij aan - in de woestijn kostbaarder dan zilver- een gemest kalf wordt geslacht, kazen aangesleept en glimmend van voldoening kijkt Abraham toe hoe de vreemdelingen genieten van zijn eten. Abraham is gastvrij en... terecht vreemdelingen zijn niet zomaar vreemdelingen hij ontvangt God zelf die hem heil en zegen toewenst en een nieuwe toekomst aankondigt. ----------------------------- Op Jesus' pelgrimstochten naar Jeruzalem is het huis van Marta en Maria een regelmatige pleisterplaats. Om precies te zijn: het huis van Marta, Maria woont in. We horen het elders in het evangelie duidelijk vermeld: 'een vrouw die Marta heette ontving Hem in haar woning.' Het is pijnlijk om te merken hoe simpel vaak over Marta gepraat wordt. Marta geldt dan als een dom sloofje, een vrouw die stoft en zwoegt en eigenlijk niet weet waar het over gaat. Maria is dan degene die weet wat belangrijker is en luistert in plaats van in de keuken te redderen. Daarbij vergeten we dat de keuken in een Joods huis, - in ieder huis trouwens, ook bij ons in de pastorie- een hele belangrijke plek is. Ik vind het bij een huiszegen -waarom vragen de Haarlemmers daar toch zo weinig om?- misschien omdat ze minder verhuizen dan Amsterdammers- ik vind het bij een huiszegen altijd goed om ook even de keuken te bezoeken. In het jodendom is de keuken bijna een heiligdom omdat daar de kosjere spijzen bereid worden. Het gaat daarbij niet om de regels of de regeltjes maar om het hele vrome godsdienstige spel waarmee wordt aangegeven dat mensen met zorg en eerbied met alles wat hun is moeten omgaan. Marta, de bezige, is de behoedster van het actieve geloof. Ze is de huisbazin zonder wie dit gezinnetje niet zou kunnen bestaan. Zij houdt -met alle andere joodse vrouwen- in tijden van vervolging en pijn het geloof overeind. Jesus heeft vaak van Marta's zorg genoten en wie weet wat ze allemaal nog voor wijze adviezen aan onze Heer gegeven heeft , zoals vrouwen dat vaak -schijnbaar onopvallend maar des te duidelijker- doen. Van Marta is trouwens ook nog een geloofsbelijdenis bekend die zeker zo krachtig is als die van Petrus. Als ze later Jesus ontvangt als hun broer Lazarus is gestorven zal ze zeggen: 'Heer ik weet dat Gij de Messias zijt die in de wereld gekomen is.' Een geloofsuitspraak waarop Jesus ook best zijn kerk had kunnen bouwen. Marta staat voor alle vrouwen die het geloof als een werkzame kracht doorgeven aan de nieuwere generaties. En Maria dan? Zij staat model voor de luisterende mens. De mens die luistert naar het nieuwe en zich verbaast. Ze verbaast zich over de rijkdom van het geloof en over de nieuwe kansen die God iedere keer opnieuw aan mensen geeft. Zij verheugt zich over de woorden van Jesus, onze Messias en zij beseft dat de mens niet leeft van brood alleen, maar van alle dingen die voortkomen uit de mond van God. Marta en Maria: ze horen bij elkaar: ze staan voor twee zaken die bij elkaar horen. Ze zijn allebei nodig en samen wijzen ze ons 1) op het volhouden in trouw aan je dagelijks opdrachten èn 2) het je open stellen voor het nieuwe. Geloof zal niet kunnen bestaan als er geen Marta's zijn, mensen, die met taaie volharding blijven doorgaan met de gewone dingen die gedaan moeten worden in een wereld, thuis of in de parochie, betrouwbaar op hun post. Maar geloof zal de vonk van het leven missen als er niet ook mensen als Maria zijn; vrouwen en mannen, jongeren en ouderen, die durven horen wat nog niemand gehoord heeft en durven doen wat nog niemand heeft gedaan. Gezegend de mensen die elkaar aanvullen, corrigeren en helpen. Waar het de vrouwen betreft: wij zijn nog lang niet toe aan het echt op ons laten inwerken van alle teksten die er over vrouwen in de Bijbel staan. We hebben er gewoon overheen gelezen en vrouwen kunnen ons helpen bij de bestudering daarvan. Augustinus vertelt ons: 'denk niet dat op de pinksterdag alleen de 12 leerlingen de Heilige Geest ontvingen neen, het waren er 120, mannen en vrouwen.' Als het goed is gaan samen verder aan het werk: Mannen en vrouwen, jong en oud zullen samen hun bijdrage leveren aan een betere wereld, aan een vernieuwde kerk en er zal ruimte komen voor menselijkheid, een nieuwe zusterschap en broederschap. Met die gemeenschap wordt het ongehoorde mogelijk, het totaal nieuwe zal gebeuren: een nieuwe mensheid wordt opgebouwd van mensen die horen en doen, waarin alle taken over broeders en zusters verdeeld kunnen worden. In het aandachtig liedboek van Oosterhuis lezen wij het zo: 'Gezegend zij de vrouw voor de man en de man voor de vrouw, en oud voor jong en sterk voor zwak. Gezegend die weten wil wat recht en wat slechts is, en die trefzeker kiest en niet wijkt voor geen macht. Die onbevangen spreekt en onbevangen liefheeft. En we lezen ook in de Schrift: 'Als er twee of drie bijeen zijn dan ben ik in hun midden.' Het is dus geen vaag vrijblijvend gebeuren als mensen elkaar ontmoeten, elkaar serieus nemen, van elkaar willen leren.... er is iets heiligs gaande Daaraan denk ik vandaag, nu 12 ½ jaren hier: veel is er gebeurd, bisschop Bomers die mij benoemde, overleed. Collega's gingen heen: mijn oud collega Joseph Keet, zuster Annette, oud vicaris Harry Kuipers. Nieuwe mensen kwamen: Mgr. Punt, 3 jaar geleden officieel benoemd, Erna en Els in onze Bavo. Kinderen deden hun eerste communie, teeners werden gevormd, jonge mensen trouwden… hoewel: binnenkort hebben we een huwelijk van twee mensen al over de tachtig. Dat verwacht je niet, net zomin als je het verwacht dat kinderen sterven maar ook dat gebeurde in die afgelopen jaren: Vincent, 16 jr. door een brommerongeluk, Johan en Jeroen, 8 en 9 jaren jong door ziekte geveld. We trekken samen op, we moeten elkaar loslaten, we moeten dingen loslaten: ons huis, ons werk onze oude zekerheden maar samen kunnen wij verder omdat er iemand is die met ons meegaat. De tekst die ik citeerde over de zegens die wij elkaar kunnen brengen eindigt met Degene te bezingen die dan in de buurt is de Gast in ons midden die wij in iedere geloofsbelijdenis noemen als onze Metgezel: Gezegend is de nieuwe mens die tot ons kwam, Jesus Messias, die zich gegeven heeft, zich nemen laat, die wordt gebroken, uitgedeeld van hand tot hand. AMEN. Gebed: Waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn daar ben ik in hun midden, zo is ons gezegd. Wees hier aanwezig Heer als wij U willen ontvangen wees hier aanwezig Heer als wij naar U willen luisteren geef ons een open hart en de goede wil om Uw woorden, Uw opdrachten aan ons te doen zoals U ze tot ons brengt door Jesus Messias die in de eenheid van de Heilige Geest met U leeft in de eeuwen der eeuwen. AMEN. |