| Hebt zout in u zelf en leeft in vrede met elkaar |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| zondag, 27 september 2009 | |
Einde Vredesweek; (26e zondag door het jaar).Schriftlezingen: Numeri 11, 25-29 Mozes stelt 70 helpers aan, Marcus 9, 38-50 Ik zou willen dat iedereen profeteerde.Slotlezing: Jacobus 5,1-6 wee u jullie rijken Volgende week dan barst het los: Samen zijn wij Gods volk onderweg -wij zullen dat volgende week op het Bavofeest luidkeels zingen - Dat klinkt gezellig maar het is ook moeilijk. Het is zalig om eens een mooie Mis mee te maken een geweldige viering waar je koud en warm van wordt maar het gewone bruidbrood van iedere week van de gewone zondagsviering genieten is minder opwindend. Of je kunt gewoon niet genieten omdat je vervelende dingen hebt meegemaakt en helemaal niet zo blij met je leven kunt zijn, met –zoals wij dat zeggen- God je geeft… Wij zijn niet de eersten die het moeilijk hebben. De joden in de woestijn waren op weg gegaan uit Egypte ze waren Mozes gevolgd. Het begin was stralend: vrij zijn is toch geweldig. De zee was opengegaan vertelt ons de Bijbel geweldig, samen het nieuwe land tegemoet. Maar dan valt het tegen. Het moreel zakt: ja ze gaan zelfs zeggen: ‘waren we maar in Egypte gebleven.’ Het oude Egypte (het slavenland) wordt plot¬seling geïdealiseerd 'wij denken terug aan de vis die we in Egypte gratis kregen (ja in een concentratiekamp, dat wel), aan de komkom¬mers, de uien en de knof¬look.' Allemaal in het werkkamp dat in hun herinnering een paradijs wordt. Wat kunnen mensen de werkelijkheid toch verdraaien. Hier dient krachtig te worden ingegrepen. Om het volk van de hardleersheid en het terug verlangen naar Egypte te genezen stelt Mozes 70 helpers aan. In de taber¬nakel¬tent wordt gebeden om de Heilige Geest net zoals wij met Pinksteren in deze kerk om de Heilige Geest bidden en daarna, bij de priesterwijding, vormselplechtigheden enzovoorts. De 70 slaan aan het profeteren, ze zijn enthousiast voor hun nieuwe opdracht. Maar dan gebeuren en weer vreemde dingen: er blijken twee mannen te zijn die helemaal niet bij de kerk¬dienst in de tabernakeltent zijn ge¬weest en die OOK OVER DE GROTE DADEN GODS GAAN SPREKEN! Ze worden bij Mozes aangebracht: ‘wat krijgen we nou, zomaar mensen die ook goede dingen gaan doen terwijl toch de hitte van de dag gedragen hebben.’ Het lijkt een beetje op dat verhaal van de werkers uit de wijngaard waarin de mensen die een uurtje hebben gewerkt ook het volle loon krijgen. Merkwaardig genoeg is Mozes is niet verontrust. Hij zegt: 'ik wilde dat het hele volk enthousiast werd en ging spreken van de grote daden Gods'. Als kerkgan¬gers kunnen we ons in al die dingen herkennen. Het verleden (natuurlijk niet helemaal te vergelijken met Egypte maar toch) het verleden wordt vaak mooier gemaakt dan het is. De problemen van vandaag breed uitgemeten: we gaan de zorgen tellen in plaats van de zegeningen die er ook in groten getale zijn. En wat krijgen wij te horen: veel kritiek. De apostel Jacobus zal het, aan het einde van de dienst nog eens dunnetjes overdoen al heeft hij dan zijn pijlen vooral op de rijken gericht: ‘weent en jammert over de rampen die jullie zullen overkomen.’ Moeten wij ons dat allemaal laten welgevallen? Misschien worden we ook wel eens jaloers op de goede dingen die er ook buiten de kerk gebeuren (-niet alle artsen zonder grenzen zijn katholiek, alle mensen van Amnesty ook niet- ). Jesus sluit daarop aan als de leerlingen klagen dat er mensen van buiten de eigen kring Jesus’ naam gebruikten en in zijn naam goede dingen doen: ‘wie niet tegen ons is, is voor ons.’ Kortom het is vandaag voor ons trouwe kerkgangers een moeilijke zondag als nu toch de Geest van God zomaar wat rondwaait ook buiten de kerk: wat doen we dan nog hier? Wat heeft het voor zin om je in te spannen als God net zoveel van de anderen houdt als van ons? We zouden Jesus' les verkeerd begrijpen als we er uit zouden afleiden dat wij niet meer meetellen: en het dus helemaal geen zin heeft om te geloven, of lid van een kerk te zijn en iedere zondag te komen horen en vieren. Niets is minder waar. Tot ons wordt uitdrukkelijk gezegd -wat eigenlijk tot iedereen wordt gezegd- houd vol! En we worden als kerkgangers extra duidelijk geconfronteerd met de woorden van God die ons op onze gezamenlijke menselijke verantwoorde¬lijkheid wijzen en alle kritiek die wij van Gods profeten en de apostelen te horen krijgen wordt tot ons gezegd omdat God weet dat wij, vanuit ons geloof , een bijzondere taak hebben in deze wereld. Dankzij dat geloof kunnen wij ook de kracht opbrengen onszelf te verbeteren en deze wereld, waar wij zo vanzelf deel van uitmaken te gaan verbeteren…. ook al zal ons dat energie en geld kosten. Jesus gebruikt erg krachtige woorden: ‘als uw hand u ergert, hak hem af,’ Daarmee zijn geen enge dingen bedoeld maar zoiets als: jij zult het met je eigen handen moeten doen: je zult jouw handen moeten uitstrekken naar je naaste. Je zult met jouw eigen ogen zijn nood moeten zijn, je eigen voeten in beweging brengen en naar hem toe gaan. Het is –ter bemoediging weer- goed de laatste woorden van het evangelie van vandaag tot ons te laten doordringen: 'hebt zout in uzelf en vrede onder elkaar'. Jesus berispt zijn leerlingen; zeker. Zijn woorden laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Maar tegelijkertijd kan Hij niet zonder hen en spreekt, bv. in Zijn afscheidswoorden die we bij Johannes vinden een geweldig ver¬trouwen uit in dat zwakke groepje mensen dat die net als alle ande¬ren fouten maakt en blunde¬rt als Hij stelt: ' jullie zullen de dingen die ik heb voorgedaan na doen, dezelf¬de dingen zullen jullie doen, ja zelfs grotere dingen. Je zou het nu toch weer hoog in je bol kunnen krijgen. Maar dan geldt: Het kenmerk van goed christen zijn is echter de openheid naar buiten toe en de bescheidenheid. Gods Geest waait waar die wil. Goed om dat in deze tijd te beseffen. Bij het laatste oordeel vraagt Jesus dan ook niet: 'was je katholiek' of 'was je Bavoparochiaan?' maar: 'ik was hongerig, gaf je mij te eten, dorstig, heb je mij gelaafd; vreemdeling, heb je mij opgenomen. Het gaat om de daad. Waar het onze eigen rol als gelovigen betreft gaat het om de volstrekte eerlijkheid. Als we die opbrengen, onze eigen fouten zien, zal dat op anderen toch weer indruk maken. Je merkt dat omdat ondanks alles wat er zich afspeelt er toch steeds mensen zijn die katholiek willen worden of anderen die dat niet willen maar toch zeggen: 'goed dat er een kerk is.. .' Ze willen zich aansluiten, niet omdat onze argumenten hen overtuigden. Niet omdat de kerk zo'n machtig instituut is -die tijd is definitief voorbij- ook niet omdat gelovigen zoveel beter zijn dan anderen. Maar waarom dan wel? Omdat de zaak zelf van de gerechtigheid hen interesseert omdat ze weten dat de wereld zonder vrede niet kan leven omdat ze beseffen dat hun leven niet zomaar leven is maar dat ze geroepen zijn terzake van ja en nee. En graag willen meelopen in die lange stoet van mensen van goede wil die de geschiedenis door willen trekken als mensen van hoop: een volk van bisschoppen, priesters, religieuzen, pastorale werkers, mannen en vrouwen allemaal mensen van hoop als het goed is. En de allerbelangrijkste noemde ik nog niet: de ‘gewone’ tussen aanhalingstekens die volhouden en helpen. Kerk zijn wij samen Gods volk onderweg, de wereld door. God geve ons de kracht om wakker te zijn en open om de Geest in ons te laten doordringen zoals het zout dat alles smaakvol; maakt De Geest van God bezielt het aardrijk.. de kracht van Gods goedheid brengt tallozen in beweging: binnen en buiten de kerk. En we hebben elkaar nodig: Goedwillenden van alle gezindten: ZO ZAL GODS KONINKRIJK DOOR¬BREKEN. 'hebt zout in uzelf en vrede onder elkaar'. Hein Jan van Ogtrop, pastoor Bavo TOEVOEGEN AAN HET EVANGELIE: vers 49 e.v. Iedereen zal met vuur gezouten worden. Zout is nodig; maar als het zout zijn kracht verliest hoe zul je het dan zijn smaak teruggeven. Hebt zout in u zelf en leeft in vrede met elkaar. openingsgebed: Heer onze God, Gij kent geen aanzien des persoons en Gij sluit niemand uit. U roept allen naar toe die goed willen doen aan Uw mensen.. wij bidden U geef ons ruimte voor Uw woord, geef ons een luisterend hart opdat wij doen willen wat ons te doen staat en Uw Heilige Geest de ruimte geven die zij nodig heeft opdat die kan waaien waarheen zij wil. Dat vragen wij U omwille van Jesus Uw Zoon die in de eenheid van de Heilige Geest met U leeft en regeert tot in de eeuwen der eeuwen. AMEN. Voorbeden: Priester: Heer, U kent ons van binnen en van buiten aanvaard onze goedbedoelde gebeden: lector Heer, wij koesteren zo vaak onze eigen belangrijkheid ons eigen gelijk: U bent zo ruimhartig leer ons te verstaan dat er in Uw huis ruimte is voor velen en uw liefde kan groeien ook in onze dagen. - Wij danken U voor alle mensen die goed doen, die het niet gaat om eigen gelijk, om status of belangrijk¬heid. Voor de mensen die vredestichters durven zijn mensen die zonder veel drukte, hun dienst aan de naaste verrichten. Wij bidden voor de mensen die op een vredesmissie worden uitge¬stuurd: voor de mensen van artsen zonder grenzen allen die er op uittrekken om mensen in nood bij te staan: laat de vrede komen, in onze dagen. - Voor onze eigen parochiegemeenschap dat wij samen bouwen aan Uw Koninkrijk. Voor mensen die een verdriet te dragen hebben voor onze zieken en alleenstaanden en voor allen die hen bijstaan. Maar wij bidden niet alleen voor onze eigen parochie: wij bidden voor alle mensen van goede wil in deze stad, in ons eigen land. slot voorbeden: Hemelse Vader, U geeft ons meer dan wij verlangen als wij hongeren naar U. Wil dan ons deemoedig bidden aanhoren als wij U steeds weer opnieuw om EEN ding vragen: Vrede, Heer, Geef Vrede door Christus onze Heer. AMEN. |

Maar het belangrijkste is toch wel dat de kathedraal het huis is van een gemeenschap van mensen: de St. Bavo-parochie. Zonder al de mensen die zich daar mee verbonden weten, daar samenkomen en ook veel werk verzetten zou het bovenstaande niet eens allemaal in de kathedraal kunnen!


