Viering Allerheiligen. Schriftlezingen: - Apokalyps 7,2-14 - Matteüs 5,1-12aToen ik de kinderen eens uitlegde dat er in onze kerk zoveel heiligen waren afgebeeld, vooral in de gebrandschil¬derde ramen, zei een van hen: 'als ik het goed begrijp zijn heiligen mensen waar licht door schijnen kan...' een prachtige definitie. Met een heilige is een mens bedoeld die een licht is voor anderen, die doet wat hij doen moet tot vreugde van velen.
Iemand die zich wil laten vullen met zijn opdracht en daar voor leven wil tot zijn laatste snik. Dat is een geschiedenis van vallen en opstaan. Van sommige heiligen lezen we – en dat is onzin- dat ze van kinds af aan al heilig waren. Van de heilige Nicolaas wordt bijvoorbeeld verteld dat hij als baby al; op vrijdag de moederborst weigerde omdat hij zich wilde onthou¬den. Maar over de meeste heiligen horen we andere ver¬halen. Meestal was er in hun leven sprake van een worsteling om te proberen hun roeping te vinden. In vele heiligengeschiedenissen lees je dan ook dat ze eerst een oppervlakkig en zondig bestaan leidden en zich dan -gelukkig niet te laat- bekeerden en anderen tot zegen konden gaan zijn. Dat staat bijvoorbeeld in het ver¬haal van Bavo te lezen. Wat die verhalen ons willen leren is dat in ieder menselijk leven er een groei is naar God toe. Het gaat meestal niet van¬zelf, het gaat niet gemakkelijk en niemand -ook niet Nicolaas- is meteen echt vol van God. Daar heb je tijd voor nodig. De roepstem van God naar ieder mens toe krijgt heel geleidelijk en langzaam-aan pas ant¬woord. Ieder mens ontdekt zijn roeping doordat een ander hem nodig heeft. Misschien ervaart u dat ook in uw eigen leven. Als je voor God kiest en Zijn gerechtigheid en Zijn vrede zul je tegenwer¬king ontmoeten. Je zult weerloos zijn in de grote wereld waarin andere waarden gelden en waarin de macht van de sterkste alleen nog maar telt. Als Jesus met zijn vrienden heeft plaatsgenomen op de berg wijst Hij hen op de omgekeerde wereld zoals God die voor ogen heeft. De wereld van God waarin niet onmiddellijk de gewone rijken rijk zijn maar waarin de mensen die arm kunnen zijn de nieuwe rijkdom zullen ontdekken van het gaan met God. De vrienden die bij het heilige volk willen horen zullen treuren omdat zij zien wat er allemaal aan vreselijks gebeurt, ze zullen niet tevreden zijn met alles wat is zoals het is maar hongeren en dorsten naar de gerechtig¬heid. In die uitspraken van Jesus, de zaligsprekingen genoemd, wordt alles op zijn kop gezet. De mensen die het hier goed hebben worden niet genoemd maar juist degenen die lijden, die tekort komen en die vervolgd worden. Of degenen die door hun karakter uitstralen dat zij anderen tot zegen kunnen zijn: dat zij kunnen vergeven, dat ze zachtmoedig kunnen zijn en mild; dat zij willen kiezen met hun hele wezen voor God en Zijn nieuwe toekomst, de zuiveren van hart en inzet. God is -staat in een van de nieuwe¬re tafelgebeden die we regel¬matig in deze kerk bidden- altijd maar bezig zich een volk te verzamelen. Een volk van mensen die voor Hem willen kiezen, een Heilig volk. Tot dat volk behoren grote geesten als Thomas van Aquino en Theresia van Avila, tot dat volk beho¬ren ook de simpe¬len van geest zoals Benedictus Labre -gelukkig ook in onze kerk afgebeeld-, tot dat volk behoren kinderen en oude¬ren, zonderlingen en ge¬leerden. Het is allemaal begonnen bij een volk dat heilig genoemd werd door God zelf. Een volk van geroepenen, het volk Israël. Een volk dat tussen ons christenen een beetje is plat gedrukt. Wat er de afgelopen 2000 jaren is voorgevallen poets je niet in korte tijd, ook niet in 50 jaren, uit. Het joods volk is bijna 2000 jaar steeds slachtoffer geweest van de meest gruwe¬lijke misdaden tegen de mensheid. Helaas voelden degenen die die vreselijkste misdaden pleeg¬den -inclusief Hitler in de jaren 30/40- zich daarbij gesteund door de verkondiging in de christe¬lijke kerken. Daarin werden immers de joden aangemerkt als de moorde¬naars van Jesus Christus -terwijl de romeinen in werke¬lijkheid de boosdoeners waren. De geschiedenis van dat volk was voor ons van geen belang meer. Ze telden niet meer mee. Waarom ik u dat allemaal vertel? Omdat het nodig is dat wij eindelijk verlost worden van dat misverstand. De Bijbel zelf ver¬telt ons namelijk iets heel an¬ders. Jesus zelf is tot aan zijn laatste snik jood gebleven en in de eerste lezing van vandaag hoort u hoe God zijn volk getrouw is en Zijn eens gegeven woord nooit zal vergeten. U hoorde immers in de eerste lezing van vandaag vertellen hoe het nu juist de kinderen Israëls zijn,¬ die de kern vormen van het nieuwe volk van God. Heel de mensheid wordt namelijk ge¬groepeerd rondom de 144.00 getekenden, de 12 x 12.000 getekenden uit alle stammen van Israël. En dan klinken al 20 eeuwen door de 12 namen van de stammen van Gods lievelingsvolk. Bijna was er een ongeluk gebeurd vandaag en hadden we hun namen niet gehoord. In uw boekje staan ze namelijk niet vermeld, he¬laas, waarschijnlijk om tijd en drukinkt te besparen. Wat een afschuwelijk gebrek aan respect voor de namen van Gods kinderen. Wij hebben gelukkig de volledi¬ge bijbel even gepakt en zo hebt u dus toch, als vanouds, de namen gehoord van alle stammen Israë¬ls, van iedere stam 12000 getekenden. Uit de stam Issachar, Zebulon, Naftali en de stam JUDA, de stam van Jesus zelf! Je mag ze toch niet vergeten, de mannen en vrouwen van het volk waar God mee begon¬nen is op weg te gaan; de heiligen van het begin: de oer¬heili¬gen eigen¬lijk. Ze staan daar als de kern van een nieuw nog groter nieuw volk van God. De niet joden mogen alleen maar in een kring om hen heen staan. rondom dit unieke volk gemarteld en gekwetst als geen ander volk; in de loop der ge¬schiedenis meerdere malen met uitsterven be¬dreigd maar levend en stralend voor God hier de volle Gloria! Als wij het feest van alle heiligen vieren, vieren we dat God ooit tot zijn joden heeft gezegd: 'wees een heilig volk.' Het slotgebed van vandaag zegt: ‘wij smeken U Heer, schenk ons Uw genade om onze heiliging te kunnen voltooien.’ We wenden ons dan tot Hem die ons uitdaagt in deze wereld zijn naam hoog te houden en niet te gelo¬ven in de macht van de afgoden en de grote mach¬ten om je heen. Vandaag wil Hij ons zeggen: probeer toch te geloven dat mijn geschiedenis van vrede en recht de enige echte belangrijke geschiedenis is en die maak ik met jullie, mijn mensen: groten en kleinen, mannen en vrouwen, kinderen en vol¬wassenen: allemaal maken jullie deel uit van dat mijn lieve heilige volk. In het slotlied vandaag kijken wij naar degenen die hun reis hebben volbracht en over hen zullen wij het luid uitzingen: ‘Voor al uw heiligen in de heerlijkheid die U beleden in hun aardse strijd… waart Gij hun rots, hun burg en al hun macht Gij Heer, hun loods en licht in storm en nacht Gij hebt uw pelgrims veilig thuis gebracht.’ Voor ons geldt dat nog niet: - en dat staat ook in het lied- : ‘Maak ons, uw strijders in dit aards gevecht moedig als hen wier pleit reeds werd beslecht tot aan de tijd die Gij hebt toegezegd.’ Om die volharding bidden wij hier op aarde gesterkt en bemoedigd door allen die hun reis voltooiden en voor ons ten beste spreken. Uw naam zij lof gebracht Heer onze God Halleluiah, Halleluiah |