Hemelvaart 2005 Hand.1,1-11, Ef. 1,17-23, Mt. 28,16-20 Hemelvaart is een moeilijk feest. Vooral omdat we het woord 'hemel' horen in een bepaalde context die niet bijbels is. Als je het bekende associatiespelletje zou doen (wat hoort bij wat) zou je bij 'hemel' tien tegen één het woord 'hel' genoemd krijgen. Maar dat is -bijbels gesproken- niet juist. Bij 'hemel' hoort... aarde. De hemel is de woonplaats van God. Niet omdat het zo'n verheven oord is maar uit strategische overwegingen. De hemel omspant heel de aarde. De hemel is de hemel van de Heer om zo de hele aarde aan de mensen te kunnen geven. Gods geschiedenis wordt uitgevoerd op de aarde. Maar alles wat daar in Zijn Naam, geschiedt is onverwacht nieuw en anders. Ook dat idee wordt door het woord hemel uitgebeeld. In het onze Vader bidden wij dan ook - en ik volg even de protestantse tekst- : 'Uw wil geschiede in de hemel, zo ook op aarde'.
De apostel Paulus noemt zijn mensen soms 'burgers van de hemel'. Daarmee zijn geen mensen bedoeld die al met één voet in het graf zouden staan maar mensen in het volle leven, die met beide benen op de grond staan en weten wat er gedaan moet worden om Gods Koninkrijk op aarde werkelijkheid te laten worden. De evangelist Lucas is de enige die ons uitgebreid vertelt over Jesus' Hemelvaart. Tot tweemaal toe. Met wat sobere woorden in zijn evangelie en wat 'barokker' in het eerste hoofdstuk van zijn vervolg-boek 'de handelingen van de apostelen'. Dat laatste verhaal lezen we ieder jaar als eerste lezing. Heel dramatisch (en terecht) is de vraag van Jesus' vrienden die wij in dit verhaal horen: 'gaat u nu het koninkrijk in Israël herstellen?' Deze vraag mag je niet te vlug wegwuiven, laat staan een domme vraag noemen. De leerlingen zijn na Jesus' verrijzenis duidelijk gaan beseffen dat Hij van Godswege gezonden was, dat Zijn dood geen einde betekent en dat er dus op aarde het nodige zou gaan veranderen. Jaren van smart en pijn klinken in de vraag van de leerlingen mee. Helaas, de leerlingen kregen in veel hemelvaartspreken, en misschien ook dit jaar weer, steeds op hun kop omdat hun smartekreet niet verstaan wordt. De predikanten zeggen elkaar na en noemen de vraag van de leerlingen dom. 'Het gaat om andere dingen' zeggen ze. Maar wat voor dingen dan? Veel mensen hebben, net als de leerlingen vandaag, alle eeuwen weer gevraagd om recht. De armen van West Europa, de achtergestelden in Afrika en Azië de indianen in Zuid Amerika. Ze vroegen regelmatig: 'wanneer geschiedt ons recht?' Hun werd verteld dat ze niet zo aards moesten denken, het geloof bood andere, diepere troost. Hun vragen en die van de leerlingen verdienen echter een ernstiger overweging. De apostelen krijgen van Jesus zelf trouwens een serieus antwoord. Ze krijgen van de Heer te horen dat het hen (en Jesus zelf ook) niet toekomt dag en uur te kennen maar dat zij zelf de kracht zullen krijgen van de heilige Geest om getuigen te zijn van het messiaanse rijk. Dat is nog al wat! Hun vraag wordt dus niet als ongepast verworpen maar binnen de grotere context geplaatst van de geschiedenis van God met de mensen. Ze worden zelf ingeschakeld. De Geest zal hen sterken. Ja, met een dubbel deel van de Geest net als Elisa in vroeger dagen (2 Kon.2,9) zullen ze hun roeping gaan volgen. Ze zullen immers, had Jesus ooit gezegd (Jo.14,12) grotere dingen doen dan Jesus zelf. Als Jesus afscheid neemt op de Olijfberg, zien de leerlingen op naar de hemel. Terecht want daar vandaan komt Gods opdracht. Met de opdrachten vanuit de hemel ons gegeven zullen we op de aarde aan de gang moeten. Gods boden in de witte klederen geven vandaag dezelfde boodschap door die Mozes ooit gaf (Deut.30,14): 'het Woord van God is heel dichtbij, het ligt nu in jouw eigen hart, je zult het gaan volbrengen. ' Deze Hemelvaartsdag onderbreekt het stapvoets gaan van zondag tot zondag. We staan stil (of gaan met een omweg voorbij) aan het geloofsartikel waarmee we maar moeilijk raad weten: 'Hij is opgestegen ten hemel zittend aan de rechterhand van de Vader'. We zeggen het zo vaak in de geloofsbelijdenis, te vaak misschien: 'Hij is opgestegen ten hemel zittend aan de rechterhand van de Vader'. Voor de goede verstaander is het een krachtige geloofsboodschap van de jonge kerk. We weten nu wat de hemel is: het regeringscentrum van God. Als we zeggen dat Jesus wordt opgenomen in de hemel en aan de rechterhand van God de Vader zetelt zeggen we dat het visioen van David in de psalmen uitgezegd, werkelijkheid is geworden. David zei, in de eerste psalm die in de zondagse vespers gezongen wordt: 'de Heer zegt tot mijn Heer, zet je aan mijn rechterhand en ik maak je vijand tot een voetbank voor je voeten.' Het gaat hier over de koning van Gods nieuwe toekomst die op aarde zal regeren. Jesus is de nieuwe messiaanse koning. De koning van een volk met actieve onderdanen die voor Zijn programma willen kiezen. De leerlingen zagen dat Hij werd opgenomen en een wolk Hem aan hun ogen onttrok. Die wolk wordt niet voor niets genoemd. De wolk herinnert aan de wetgeving op de Sinaï en aan die bijzondere wolk die met het volk Israël meetrok op hun pelgrimstocht door de woestijn. God wil niet ver zijn als er maar mensen zijn die voor Zijn Koninkrijk en voor Zijn opdrachten willen kiezen. Zijn opdrachten die vanuit de hemel worden gegeven, de hemel als Gods de hele aarde omspannende residentie. De Paas-man Jesus is daar binnengegaan. Hij hoorde daar thuis en zal ook van daaruit weer tevoorschijn treden. Op de berg Tabor is ooit overleg gepleegd met Mozes en Elia hoe Hij Zijn uittocht uit de slavernij van de dood zou gaan volbrengen. Vandaag, op de 40e dag na zijn Exodus, na Pasen, vieren we dat die uittocht van Jesus voor ons en voor het welzijn van de hele mensheid belangrijk is. Zijn leerlingen worden tot een actieve reactie opgeroepen en wij ook. Maar het gaat met ons als met de kinderen Israëls aan de voet van de berg. We worden ongeduldig. En een gouden kalf, een schijn-god is zo opgericht. Als je aan het Koninkrijk van God wilt bouwen zal je moeten beseffen dat het 'niet van deze aarde' is. Niet van deze aarde want onze grote voorganger Jesus was niet van déze aarde. Het Koninkrijk dat Hem voor ogen stond was niet van déze aarde, Hij zei neen tegen wat wijs en eerbiedwaardig scheen maar stug het recht van de geringe schond. Wij hebben Hem als 'oud vuil' weggedaan, tussen hemel en aarde kwam Hij te hangen, dat Koninkrijk van Hem stond ons niet aan. Geen weemoed dus vandaag of liedjes van verlangen: wij veegden waar Hij voor stond, dat Koninkrijk van God, met liefde van de kaart. Het verlangen naar het herstel van Gods macht mogen wij van de vragende leerlingen leren. Hemelvaart is bij uitstek de dag om het Onze Vader te bidden: Uw Naam worde geheiligd, Uw Koninkrijk kome, uw wil geschiede in de hemel, zo ook op aarde. Aan Jesus is, volgens Matteus de macht gegeven tegen alle andere machten in: en als er gedoopt gaat worden worden wij ingeschakeld in die andere geschiedenis, Zijn geschiedenis. Het is de geschiedenis van het verzet tegen de onmachten. Zoals bijvoorbeeld Bonhoeffer dat gestalte gaf. Van hem is de uitspraak bekend: 'Alleen wie voor de vervolgde joden opkomt mag Gregoriaans gaan zingen.' Het pleit voor een eerlijk geloof, levend vanuit verzet tegen de slechte machten en vanuit het geloof in de koninklijke macht van de God van de Sjaloom en de Rechtvaardigheid. Samen wachten wij in de komende tien dagen op de Geest, voor een laatste bemoediging. Maar of dat Koninkrijk van God waar zovelen naar snakken ooit werkelijkheid wordt hangt van onze persoonlijke inzet af. AMEN. |