Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Het onmogelijke mogelijk E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
zondag, 12 februari 2006

6e zondag door het jaar

Lev. 13,1-2, 45-46, Mc. 1,40-45

Ik maakte eens een discussie mee in de synagoge van Amsterdam
recht tegenover de RAI waar de mooie auto’s te zien zijn
waar andere auto’s weer voor in de file staan.    
De rabbijn vroeg: 'Waar woont God?'
Pogingen tot antwoord: 'In de synagoge' - nee, 'in Israël' - nee, 'in Jeruzalem'- nee.

De rabbijn weer: 'God woont niet op een plaats, hij woont in de tijd.  
Hij woont in de geschiedenis, maar zijn speciale thuis is de sabbat.'
Hij nodigt ons op die dag uit om kind aan huis te zijn bij hem.

De sabbat is de eerste dag die de mens
(die immers pas op de zesde dag geschapen is) kan meemaken.  
Na de schepping 'behoudt en bestuurt God de wereld' (zegt de oude katechismus).  
De sabbat is er opdat de mens dit koningschap gedenkt..
Tot gedachtenis van de God die zijn volk koninklijk bevrijd
heeft uit het slavenhuis, royaal bevrijd heeft van alle slavendienst.
mag de mens, in navolging van God zelf, de Sabbath vieren.
Dat vieren van de sabbat is dus geen naargeestig gebod.  
Het is een koninklijke gunst van Godswege ons gegeven.  
Ik wil dat toepassen op ons bijeenzijn in de kerk
op onze Sabbath, de zondag, niet helemaal hetzelfde
maar toch.

Het evangelie van Marcus waar we dit jaar uit lezen
is opgebouwd rond het vieren van de Sabbath.
Als Jesus zijn leerlingen heeft geworven
gaan ze eerst samen naar de kerk, de synagoge, in dit geval.
En daar gebeuren geweldige dingen.
Jesus treedt binnen, de goedheid in persoon
En daar vinden onmiddellijk genezingen plaats.
De mensen die leven onder de doem van het kwaad
die versomberen omdat er zoveel slechte berichten zijn
veren op en worden vrolijk:
wat gebeurt hier, deze boodschap heeft gezag
hier is iets nieuws gaan, hier knappen we van op!

Vlak na zijn eerste bezoek aan de kerk, de synagoge
gaat Jesus  rond in de stad en Hij gaat verder
met zijn bevrijdend bezig zijn.
We hoorden het de vorige week:
De schoonmoeder van Simon Petrus,
die niet naar de kerk kon komen
krijgt de blijde boodschap thuis bezorgd:
ze staat op en slaat veerkrachtig aan het dienen.

Drommen mensen staan `s avonds voor de deur
en Jesus geneest, en geneest en geneest.
Na zijn heilzame woorden in de kerk
bevrijdt hij de mensen van de doem van het kwaad die op hen ligt.
En er is veel kwaad, zoveel dat je er wanhopig van wordt.
Een van de ergste dingen die je wanhopig kon maken
was in Jesus’ tijd: melaats worden.

'Degene die aan een huidziekte lijdt, moet in gescheurde kleren lopen,’
hoorden we net lezen:
‘hij moet zijn haren los laten hangen;
hij moet zijn baard bedekken en roepen: onrein, onrein!' (Lev. 13,45)
Het gaat hier over een melaatse: wordt die met opzet buitengesloten?

Melaatsheid was in die dagen ongeneeslijk.
Er was geen redden aan.
Vandaar die strenge reinheidswetten
die de melaatsen apart hielden.
Dat was afschuwelijk maar niet onverstandig.

Rond een van de ernstigste ziekten, de melaatsheid,
kan heel wat ter sprake komen.  
Het Talmudische jodendom kent
een hele ruime interpretatie van het begrip 'melaats'.  
Het wordt zeer pejoratief gebruikt
om de bedreigende machten rond Israël
(Babel, Griekenland, Rome) aan te duiden.  
Melaatsheid had iets te maken met een definitief verworpen zijn.  

De ziekte was in die dagen zo ongeneeslijk
dat alleen God geacht werd
de genezing daarvan teweeg te kunnen brengen
(net zoals Hij alleen de doden kan doen opstaan).  
Des te merkwaardiger is het
dat een heel hoofdstuk van het boek Leviticus
gewijd wordt aan het ritueel dat moet worden toegepast
wanneer een ongeneeslijk zieke toch beter wordt!  
Hier is sprake van een visioen van een toekomst
waarin alles nieuw zal zijn.   Een profetie!
Als er ooit sprake zou zijn van een genezing
dan moeten werkelijk alle priesters in beweging komen
om deze grote daad van God te proclameren.  
Stellen we ons eens voor, dat de tijd is aangebroken
om alle kankerpatiënten publiekelijk genezen te verklaren:
het zou betekenen dat de tijd is aangebroken
waarin alles werkelijk nieuw zal zijn!

Het is jammer dat de coupure uit Leviticus van vandaag
het 'happy end' zoals dat in hfdst. 14 beschreven wordt,
niet noemt. Het lijkt wel of het Eerste Testament
alleen maar somberheid mag aandragen…
Maar de boodschap van Leviticus is anders:
al is de situatie nog zo wanhopig
het gaat er in de bijbel altijd om
dat er toch – bij God- onverwachte dingen kunnen gebeuren!



De genezing van de melaatse
zoals in het evangelie van vandaag verteld wordt
is de kroon op de gebeurtenissen
rond Jesus’ openbaring in Galilea.
God woont werkelijk in onze menselijke geschiedenis.

Opvallend is het ontbreken van namen.
De melaatse blijft volstrekt anoniem
en ook de naam van Jesus zoekt men tevergeefs.  
De beide hoofdrolspelers worden alleen maar aangeduid
als 'hij' en 'hem'
(het Grieks kent ook geen hoofdletters
om ons duidelijk te maken wie wie is).  

Aan het slot van de lezing raakt de lezer zelfs in verwarring.  
Wie van de beide hoofdrolspelers verkondigt
en wie blijft buiten op een eenzame plaats staan (vers 45)?  

De aanraking van deze onreine heeft de melaatse zelf rein gemaakt.  
Maar Jesus niet!  Die is onrein geworden.  
De ex-melaatse wordt in Jesus' plaats verkondiger,
hij kan niet zwijgen.
Jesus zelf echter trekt zich na de genezing terug naar een eenzame plaats.  
Een prachtige uitbeelding van de eenzaamheid
van de eenzame solidaire knecht die in Jesaja 53 beschreven wordt:
'Hij heeft onze ziekten op zich genomen en onze smarten gedragen' Jes. 5,34).

Rond die eenzame Messias
verzamelt zich gelukkig echter een grote gemeenschap:
'Zij kwamen tot hem, overal vandaan' (Mc. 1,45).  
De tallozen die hem nodig hebben,
bevrijden hem op hun beurt
uit de eenzaamheid van de afzondering
en brengen hem terug in de wereld.  


Wat wij iedere zondag vieren
en ook vandaar weer
is dat er een kracht uitgaat
van het vieren van Gods aanwezigheid in ons midden.
Het is goed om in de kerk de grote daden van God te vieren
en ze te bezingen uitbundig.
In de kerk is Jesus aanwezig in zijn volle kracht.
In Woord en Sacrament
en lofzang.

Wij zijn hier samen in dagen waarin het erop aan komt.
Kalmte te bewaren terwijl de hysterie en de vijandschap
tussen mensen van verschillende religies
steeds heviger lijken te worden.

Hulde aan de moslims in Nederland
die zich niet gek laten maken.

Onze Paus blijft, net als zijn voorganger
werken aan verbetering van de verhouding tussen de wereldgodsdienst.

Een mission impossible lijkt dat
net zoals het  pogen een melaatse te genezen
een misson inmpossible was.

Er was in die dagen niets aan te doen:
tegenwoordig wel.
Tijdig een kuurtje en je bent er van af.
We zijn wel vooruitgegaan.
Maar nog steeds zijn wij niet in staat
de vrede te stichten op aarde.

Daar hebben wij andere dingen voor nodig.
Medisch onderzoek leidde tot bevrijding van de melaatsheid
welk onderzoek leidt tot de vrede?

Wij weten het toch:
dat is het onderzoek naar de bronnen van ons geloof
het aandachtig bestuderen van het oude verhaal
van de bevrijding van Godswege
zoals die ons   in het Oude Testament wordt aangereikt
en daarbij hebben we dan als kroon
de lezing van het bestudering van het evangelie
de geschiedenis van troost en bevrijding van ieder mens persoonlijk
die genezen kan worden en geholpen
bij zijn werk aan de wereld.

De schoonmoeder van Simon Petrus werd genezen
om aan het werk te gaan: terstond kwam ze weer in aktie:
de melaatste die vandaag genezen wordt gaat terstond de boodschap doorgeven
dat er hoop is en toekomst voor ons allen.

Samen gaan wij verder vieren en zingen.
Alle kerkliederen zijn protestliederen tegen de wanhoop:
als wij zingen ‘Alles is bij God begonnen’
belijden wij dat Hij, de God van de liefde
ooit met zijn goede schepping begonnen is
en wij verder zullen gaan in zijn geest.

Als wij zingen, aan het einde van deze dienst
‘Gij volken looft uw God en Heer’
gaan wij verder met te zingen over onze eigen inzet
omdat Hij ons heeft uitverkoren Hem te helpen.
In het ordinarium van de Mis roepen wij God om hulp
als wij Kyrie zingen, iedere keer opnieuw:
we houden hem in eer door het Gloria aan te heffen
we belijden ons geloof samen in het Credo
-ik geloof betekent dat, maar we zingen het wel met zijn allen.

We heten de Heer van de kerk welkom  bij
het Sanctus en het Benedictus
en we sluiten ons aan bij de vriendenkring
van het weerloze lam in het Agnus Dei
zo alleen kan de vrede er komen:
Dona nobis pacem.

God woont in onze tijd,
maakt geschiedenis met zijn mensen,
met ieder van ons.
Er kan meer dan wij denken,
met ons, ieder van ons, zo verschillend als wij zijn.

We horen Paulus daarvan dromen in zijn eerste Korintiërs-brief:
‘Zoals het lichaam een eenheid is en de ledematen een veelheid,
en alle ledematen ondanks hun veelheid toch één lichaam vormen,
zo is het ook met Christus.
Want wij zijn met ons allen door de doop één lichaam geworden
in de kracht van de ene Geest,
of we nu Joden of Grieken, slaven of vrije mensen zijn;
allemaal zijn we doordrenkt met één Geest!

Jesus wil ons in zijn voetspoor trekken
de wanhoop zal ons niet naar beneden trekken
wij kunnen nieuwe mensen zijn
die op onze beurt anderen ook omhoog trekken.

In zijn voetspoor gaande zal dit grootse project gaan kan lukken,
God is liefde, Vrede kan gedaan worden
er is toekomst, er is hoop,
God zegene ons allen.          AMEN.