Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Het slechte niet uit de weg gaan E-mail
Geschreven door Pastor E. Peijnenburg   
zaterdag, 16 juni 2007

Overweging bij de 11e zondag door het jaar C
2 Sam. 12:7-10, 13 en Lucas 7:36 - 8:3

Het zal je maar gebeuren dat je in de schoenen van Simon staat, in dit evangelieverhaal dat Lucas ons vertelt. Een gerenommeerd Bijbelgeleerde, die de rondtrekkende predikant Jezus heeft uitgenodigd waarover in het land zoveel te doen is. Jezus heeft de uitnodiging aangenomen en die avond zit je keurig met elkaar aan de dis. Een mooie gelegenheid om eens uit te vinden wat voor een man dat nu eigenlijk is.


Alles verloopt allemaal heel keurig en zo, totdat ineens die vrouw komt binnenvallen. Op zich is dat in die tijd nog niet zo’n vreemde gebeurtenis als het hier in onze cultuur zou zijn. Net als tot op de huidige dag in Afrika was de maaltijd in Jezus’ dagen een openbaar gebeuren waarbij het niet ongebruikelijk is dat mensen zich bij het gezelschap aansluiten.
Maar dit is meer dan aansluiten. De vrouw die binnenvalt wordt onmiddellijk de hoofdpersoon. Ze vestigt alle aandacht op zich als ze Jezus begroet met een kus, zijn voeten wast, met haar tranen nog wel, en hem zalft met kostbare olie.
Het is niet verbazingwekkend dat Simon door dit gebeuren onaangenaam is verrast, om het zachtjes uit te drukken, hij is geïrriteerd. Die vrouw doet daar eventjes, in zijn eigen huis nog wel, wat hij heeft nagelaten. Want de handelingen die de vrouw verricht, het wassen van de voeten en het zalven zijn behoorde bij de gangbare gastvrijheid die in die dagen gewoonte was. En die Simon dus blijkbaar was vergeten, misschien door zijn haast om meer over deze Jezus te weten te komen. Om niet te lang stil te staan bij zijn eigen tekortschieten in de ontvangst van zijn gast, denkt hij maar snel aan het tekortschieten van die vrouw: Weet Jezus eigenlijk wel wie het is die hem daar zo lief verzorgd? Het is een zondares!
Een andere versie van dit verhaal vinden we in het evangelie volgens Marcus. Daar wordt niet gesproken over de zondige staat van de vrouw die binnenkomt om Jezus met olie te zalven. Maar de daar aanwezigen vinden wel een andere reden om te mopperen. Waar is die verkwisting van die kostbare olie voor nodig, vragen ze zich hardop af. Het had verkocht kunnen worden en met het geld hadden we goed kunnen doen voor de armen! Op zich een nobele gedachte, maar hier dient het toch als afleidingsmanoeuvre. Want net als bij het verhaal uit Lucas geeft het iedereen snel de kans voorbij te gaan aan het gebaar zelf dat de vrouw maakt en wordt het oordeel over haar actie gebaseerd op externe gronden. Er zit hoe dan ook een luchtje aan die dure olie!
Jezus echter ziet het gebaar van de vrouw voor wat het waard is. Het is in feite een geloofsbelijdenis. Door die vrouw wordt Jezus gezien als man van God, een Messias van onschatbare waarde, die het waard is om gezalfd te worden in de lijn van koning David. Jezus zegt over haar: overal ter wereld waar het goede nieuws verteld wordt, zal gesproken worden over wat zij gedaan heeft, ter herinnering aan haar. En gek genoeg is haar naam vervolgens in de geschiedenis verloren gegaan en is haar spontane geloofsbelijdenis lang niet zo bekend als die van bijvoorbeeld Petrus.
Jezus houdt Simon een spiegel voor. Hij vertelt de gelijkenis van  een geldschieter die twee schuldenaars had, een met een kleine en een met een grote schuld. De schuldeiser scheldt ze beiden hun schuld kwijt, en uiteraard is degene die de grootste schuld had het meest dankbaar en opgelucht. Bij de vrouw die op Jezus afkwam ging het eigenlijk omgekeerd: Zij begon met haar opvallende daad van liefde die gepaard ging met haar tranen en die leidde tot de vergeving van haar zonden. Als we wat daar gebeurt dieper willen verstaan, dan moeten we het oordeel loslaten. Het oordeel over die vrouw, die zondares genoemd werd, en ook de nieuwsgierige vraag wat die zonden dan wel geweest waren. Ook het snelle oordeel over haar daad moeten we loslaten, over de verkwisting van die dure olie.
Als we die oordelen loslaten, dan zien we een vrouw, met een emotionele handeling. Wat heeft haar zo ver gebracht? Hoeveel eenzaamheid, hoeveel tranen zijn eraan voorafgegaan voordat ze kwam tot deze daad, waarin ze  haar hoop en geloof sterker doet zijn dan haar schaamte en verdriet. Wat ze doet is waarschijnlijk haar laatste reddingsboei, die ze probeert te grijpen om een keer te brengen in haar leven, haar laatste strohalm om te blijven geloven dat ook zij van waarde kan zijn. Ze verrast er vriend en vijand mee, ook Jezus. Maar hij ziet de grote waarde van haar daad. Wat is er niet mooier dan een mens die van nu af aan een betere koers in het leven wil volgen? En het enige wat hij hoeft te doen is haar gebaar aanvaarden. Soms kunnen mensen God en zijn gezanten aangenaam verrassen.
Jezus schuwt de omgang niet met zondaars. Hij probeert daar geen heilige afstand tegenover te bewaren, uit angst dat hij ermee zal worden geassocieerd of zo. Hij vind het niet moeilijk om onder ogen te zien dat mensen de fout ingaan, en in hun leven vuile handen maken. Hij hoopt alleen net als God, dat mensen goede wegen zullen kiezen, en als het nodig is een keer in hun leven kunnen maken, zoals de vrouw deed, die hem zalfde.
Jezus nam geen afstand tot tollenaars en zondaars. Hij zocht ze op. En hij gaat ons zo voor in een leven waarin we niet proberen niet te ontkennen wat kwaad en slecht is, maar het onder ogen te zien, ook in onszelf, en zo te zoeken naar altijd betere wegen.

Amen