24e zondag door het jaar. Schriftlezingen: - Jesaja 50, 1-9 de knecht van de Heer - Marcus 8, 27-35 Jesus’ eerste lijdensaankondigingDeze week dinsdag is het prinsjesdag: de regering verantwoordt zich en kijkt naar de toekomst. We vergelijken de zalen: de ridderzaal is vernieuwd, deze kerk is aan restauratie toe. In de Ridderzaal schaart men zich rond de koningin hier zitten wij rondom altaar en lessenaar.
Het kabinet heeft het niet gemakkelijk wat komt er van de grote plannen van vorig jaar terecht? Ze doen erg hun best al onze brave ministers ze hebben ook wel christelijke idealen maar het blijft toch een moeizame zaak die te realiseren, vooral in deze crisistijd. En de kerk dan? Is die niet in een veel ergere crisis terechtgekomen? Waar zijn de dagen gebleven van vroeger toen hier 2000 mensen in de kerk zaten op een gewone zondag. Mensen vragen het wel eens aan mij: ‘ís het niet naar om priester te zijn en moeilijk voor jullie al die veranderingen. Ik aanhoor al die opmerkingen altijd met enige verbazing. Waarom is dat moeilijk? Alles verandert toch in het leven. Zou het geloof dan een soort reservaat moeten zijn waar alles stil is en nooit iets gebeurt? Ik vind het juist leuk dat alles verandert maar het heeft mij ook altijd gefascineerd. Ik kijk niet naar de dingen die mogelijk minder zijn geworden maar blijf gefascineerd door mensen die ook nu bezig zijn en blijven met het geloof. Neen ik bedoel het niet zo vaag als: ík geloof wel in iets.‘ Want zo’n iets kan er zijn of niet zijn. Het heeft geen invloed op je bestaan. Neen ik merk dat mensen allemaal bezig zijn met de grote vragen. Waar leef ik voor? Heeft het zin dat ik besta. ‘ Wat geloof ik eigenlijk. Onze ervaring leerde en leert dat we altijd dichter bij de kern van ons geloof komen als we gaan luisteren naar de boodschap van de oude joodschristelijke geschriften: de Bijbel. De Bijbel, geen systematisch handboek van het geloof Gelukkig maar zeg ik, al stelt dat sommige mensen met een overdreven gevoel voor orde en netheid teleur. De Bijbel is nu eenmaal geen systematisch handboek maar een groot en veelkleurig document van menselijk zwoegen, van angst en twijfel, van mistasten en tot inkeer komen. Van steeds weer afdwalen maar ook van steeds weer opnieuw op weg gaan en je aangesproken weten door de woorden van oudsher, eigenlijk door die Ene hoofdpersoon van het boek: God die in gesprek gaat met mensen, ze roept en uitdaagt om antwoord te geven en hun leven te veranderen. Het is een groot dramatisch verhaal over een volk dat in alle verwarring toch wil vertrouwen op Iemand die ze de ENIGE noemen. De ENIGE was hun God. Profeten kwamen het volk daaraan herinneren. En al gingen mensen vaak aan het dwalen Hij bleef getrouw. De Bijbel spreekt over onze bruidegom en wij, zijn volk, zijn dan de bruid. Onze bruidegom heeft nog nooit scheiding aangevraagd. Altijd kan er weer een nieuw begin gemaakt worden. De laatste hoofdstukken van Jesaja, de grootste van alle profeten, hebben een bijzondere ernstige toon en net als die aangeslagen wordt mag ik in de Lucas komen preken. Hij beschrijft een man die gemarteld wordt, de haren worden uit zijn baard gerukt en hij wordt gehoond en geminacht. Spreekt Jesaja alleen over zichzelf en schiet hij zo in het zelfbeklag? Niet alleen. Hij heeft het eigenlijk over alle rechtvaardigen die gekwetst zullen worden, gemarteld of geminacht om hun opkomen voor de waarheid. Zo is deze tekst ook bij uitstek toepasbaar op Jesus van Nazareth wiens dood en opstanding wij iedere week hier gedenken. Jesus' lijden was de consequentie van zijn hele handelen, Marcus reageert in zijn lessen over Jesus tegen een in zijn parochie verkeerd begrepen verheerlijkingstheologie van de Messias (en van de kerk!). Christen zijn is voor Marcus niet iets om prat op te gaan maar een levenswijze, een bestaanskeuze. Het is niet gemakkelijk om christen te zijn. Om dat te benadrukken wordt Petrus in het evangelie van vandaag zo bijna onbarmhartig zwak neergezet. Wist Marcus niet dat Jesus hem had uitgekozen om de kerk te leiden? Dat Jesus hem dan toch aanwijst als eerste leider van de kerk is een mysterieuze zaak. Wij zouden anders oordelen. Wij kijken strenger tegen het kwaad in andere mensen aan. Zou God dat niet zien? Integendeel, Hij ziet dat veel beter. In de Bijbel staat dat Hij harten en nieren doorgrondt. Hij kent onze diepste bedoelingen maar toch blijft Hij voor ons, gewone mensen kiezen. Bent u parochiaan omdat u de heiligste mensen bent van heel Haarlem? Met alle waardering voor u: het antwoord is nee.Er zijn mensen die veel heiliger zijn. En dat geldt ook voor uw voorgangers. Op priesters en bisschoppen, ja zelfs op pastorale werkers is heel wat aan te merken. God kiest gewone mensen als medewerkers, doodgewone mensen met hun tekorten en hun fouten. Dat geldt niet alleen voor de kerkelijke leiders maar voor iedere mens die door God wordt uitgekozen om koning of priester, Zijn vriend of vriendin te zijn. Dat u hier bent betekent dat u een geroepene wilt zijn. U weet van uzelf dat u fouten maakt maar u wilt toch horen bij dat grote volk van pelgrims onderweg. Voor al dat gewone volk geldt dat één heeft gezegd: ik zal met u zijn. Wij zijn er toe geroepen, helemaal onder te gaan in het mensenbestaan en daarin ook te verrijzen. Nu is Jesus zelf niet meer zichtbaar in Zijn menselijke gestalte maar Zijn adem en Zijn kracht zijn nog hetzelfde. Het einddoel is zo ver en de weg daarheen is lang en moeizaam en voor mensen onderweg is de bekoring groot om af te haken: 'laat mij slapen onder de bremstruik, laat mij maar met rust' zei de profeet Elia ooit. Maar dan klinkt een stem: IK BEN BIJ JE.... of, IK BEN HET BROOD DES LEVENS. Dat mogen wij hier ervaren. Jesus zegt: IK BEN HET BROOD DES LEVENS.... Hij, de Zoon, Jesus van Nazareth, roept niet alleen maar wat mooie woorden uit. Hij wijst niet alleen door prachtige adviezen de weg zoals wijze goeroes dat ook zo prachtig kunnen maar op de lange tocht is Hij ZELF dichtbij als het brood dat je opeet en in je opneemt. Hij heeft niets achter gehouden, Hij gaf Zichzelf voor het leven van de wereld. Niets leidt Hem af: Hij kan totaal aanwezig zijn in ons bestaan zonder enige beperking. Hij heeft beloofd: 'ik zal bij jullie zijn'. 'Ik zal bij jullie zijn'. Dat geldt voor ons allen hier deze morgen iedere dag en iedere nacht, al onze levensdagen. Mogen wij onze geest openen voor zijn woord, voor zijn kracht. Dan kunnen wij hopen en verwachten. Dat hopen is niet hopen de honderdduizend te winnen maar hopen is hopen op die éne. Hopen is als een schipbreukeling staan op een rots en wachten en weten dat er een schip voorbij zal komen waarmee ik gered wordt uit de duisternis en gebracht zal worden in het licht, van Gods nabijheid, van Hem die ons aanraken wil en opwekken tot eeuwig leven. De Heer die veel verdroeg en solidair was met zijn leerlingen wil ook onze solidaire broeder zijn in de tekenen van brood en wijn. Wij gedenken in deze viering zijn offerdood. En wij vieren ook zijn opstanding. Hij is de levende in ons midden die ons niet loslaat. Het komt er op aan dat wij het er met Hem op wagen. Alleen door alles te verliezen, ons leven te verankeren in Hem, vinden wij -volgens het evangelie- de laatste vrijheid waaraan zelfs de dood niets meer af kan doen. De echte gelovige kan de ogen sluiten zich storten in de handen van Hem die heeft gezegd IK ZAL ER ZIJN. Samen kunnen wij verder gaan. Door de dood heen zelfs, het laatste woord is leven, licht, opstanding, verrijzenis, onvergankelijke vreugde. Hein Jan van Ogtrop, pastoor Sint Bavo |