DIAKONALE ZONDAG 2009, 33e zondag door het jaar, doop van Myrte. Schriftlezingen: - Daniël 12,1-9 het teken van de Mensenzoon - Marcus 13, 24-32 toch is de zomer nabij Het evangelie is een zware opdracht! Het verdraagt geen compromissen. De wereld roept om recht: om Sjaloom.
Zeker, we mogen, ja we moeten zorgen voor ons zelf. Maar iedere keer worden we doorverwezen: om er vooral te zijn voor de anderen, onze naasten, de mensen in onze buurt: onze partners, onze ouders , onze kinderen onze vrienden. En tegenwoordig is de familie waar we verantwoordelijkheid voor dragen nog groter: we reizen met het grootste gemak rond naar Indonesië, naar Afrika, jongelui gaan op huwelijksreis naar Sri-Lanka of de Dominicaanse Republiek: de hele wereld is ons thuisland geworden. Als kerk hebben we niet meer de kracht om getalsmatig, met wapperende gewaden present te zijn. Maar we kunnen des te efficiënter aanwezig zijn, onopvallend als de weduwe met haar penninkje over wie wij de vorige week, een prachtige inleiding op de diakonale zondag van vandaag, spraken. De arme weduwe met haar bescheiden teken heeft de vorige week eigenlijk de preek verzorgd en de wezenlijke verkondiging voor haar rekening genomen. Ze gaf in het tempelofferblok haar laatste centen, alles wat ze nog had. Jesus zag dit en wees zijn leerlingen op deze belangrijke daad en daarna gaat Hij zijn leerlingen voorbereiden op de laatste dingen en over het eindoordeel spreken. De grote vraag is daarbij: ‘zal het nog wat worden op deze aarde?’ Jesus citeert daarbij de visioenen van Daniël. Daniël schreef hij zijn visioenen op in een tijd van verdrukking van zijn volk tijdens de ballingschap in Babel. Ik citeer: 'De grote vorst MICHAEL zal opstaan om de kinderen van Gods volk te beschermen. Er zal een grote nood zijn maar al degenen die opgetekend staan in het boek des levens zullen worden gered en de getrouwen zullen stralen als de glans van het uitspansel en diegenen die de mensen tot gerechtigheid hebben gebracht zullen schitteren als sterren voor eeuwig en immer'. Daniël die deze visioenen over Michaël opschreef, doorzag dat de machten van het kwaad niet voor eeuwig zullen kunnen blijven heersen, en dat het recht zal zegevieren. God kan niet echt tevreden zijn over Zijn schepping als de eerstelingen van Zijn schepping, -de kleinen, die altijd al de dupe zijn geweest, - niet van de machtswellust van de tirannen verlost zijn. Jesus kondigt ook nog allerlei gruwelijke dingen aan die gebeuren en nog te gebeuren staan voor het zover is. Hij doet dat niet om de nieuwsgierigheid van in onheil en ellende geïnteresseerden te bevredigen of paniek te zaaien. De aankondiging is er geheel op gericht om de leerlingen van Jesus, een kleine weerloze minderheid, vooral in het begin in tijden van vervolging en angst blij en hoopvol te houden: te bemoedigen en te sterken in slechte tijden. Het is een oproep aan de leerlingen om in de ure des gevaars op hun post te blijven en te volharden. De grote nadruk ligt op de waakzaamheid, volharding, trouw aan je opdracht door alles heen. Zoals de God van Israël, de God bevrijder, die van de uittocht, de uit-redding, als een kolom voor het volk uitging en het volk als een vuur bijlichtte in de nacht -- zo zal de mensenzoon, het mensenkind, komen op een kolom van wolken, met macht en groot licht. De Mensenzoon die verschijnt is geen engerd die uit het niets opdoemt maar de nieuwe mens zoals hij eigenlijk behoort te zijn en zoals Jesus dat is. Het doel van Zijn komst is het verzamelen van de uitverkorenen. Daarbij vallen alle grenzen weg, ze komen uit alle windstreken. En als er dan staat dat 'de zon zijn licht niet meer zal geven' is dat symbolisch bedoeld. De zon is niet meer nodig -lijkt de evangelist te willen zeggen- het ware licht zal immers schijnen als Jesus zelf de Koning zal zijn van vrede en recht. Er zijn al voortekenen die ons later zien dat het goed kan worden op aarde. En dan wordt er ook nog over de vijgenboom gesproken die gaat uitbotten. De vijgenboom behoort mét de wijnstok, tot de edelste gewassen van het nieuw land waar alles anders zal zijn. De verspieders hadden in vroeger tijden immers ook vijgen meegenomen uit het land van de wijnstokken, melk en honing. De vijgenboom is minder aansprekend. Het 'zitten onder de vijgenboom' wordt in de joodse spreekwijze een uitdrukking voor het in vrede leven en onder die vijgenboom zittend kun je dan rustig lezen in de boeken van God. Een vijgenboom is iets anders dan de Hollandse boerenkool die blijft bij de grond en geeft geen schaduw de vijgenboom met zijn grote bladeren is imposant biedt schaduw, overvloedig. Kort tevoren (in Mc.11,12) had Jesus gezocht naar de vruchten aan een vijgenboom die verdord was. Hij wilde zijn leerlingen erop wijzen dat het, wat Hem betreft, toch wel de tijd van de oogst mocht zijn: de tijd van de beslissingen! Jesus zegt dan ook: ‘In jouw dagen moet het gebeuren’. In jouw dagen zal het gebeuren die doorbraak van het Koninkrijk door alle ellende heen. ‘In jouw dagen’ zegt hij. Daarmee bedoelt Jesus: ‘In jouw dagen vallen de beslissingen Het woord klinkt tot jou die dit hoort: jouw beslissingen kunnen de loop van heel de geschiedenis, zo ellendig als ze is, doen veranderen. Diakonale zondag is het vandaag: wij besteden aandacht aan de nood in deze wereld, dichtbij en veraf. In alle inzet van de rechtvaardigen en de mensen die wakker voor het goede kiezen wordt het teken zichtbaar door alles heen: van de mensenzoon, DE NIEUWE MENS die zich vertoont. Voor Marcus was Jesus dat: maar dan niet als enige nieuwe mens maar als 'eersteling van de schepping.' Maar het kan ook zijn dat jij zelf die nieuwe mens bent daar denken wij aan bij iedere doop - na de Mis volgen er liefst twee: Roman en Luuk-. Dan hopen en bidden wij dat deze nieuwe mensenkinderen diegenen zullen zijn die net dat ene stukje goedheid de wereld in brengen dat de weegschaal die de goede en de slechts dingen tegen elkaar afweegt met een grote klap naar de goede kant doet overslaan. We hebben als christenen ons geloof niet om een rustig leven te kunnen leiden: we hebben een taak, een roeping en we zullen er later op beoordeeld worden of we aan die roeping hebben beantwoord als de koning tot ons zeggen zal: 'wat heb je voor je broeder of zuster betekend.' Onze Heer zal het zelfs zo krachtig zeggen: 'IK was hongerig, je hebt mij toch wel gespijzigd? IK had dorst, je hebt me toch wel aan water geholpen; IK was vreemdeling, asylzoeker, je hebt me toch wel goed ontvangen, mij niet verdacht gemaakt zoals sensatiebladen en sommige mensen die zich opwerpen als politici dat doen. IK was ziek, je hebt me toch niet aan mijn lot overgelaten.' Ik was in de gevangenis: je hebt mij niet als mens geminacht IK was dat allemaal. Wat jij in jouw leven voor de minsten der mijnen hebt nagelaten te doen heb je mij onthouden maar wat je wel hebt gedaan.. dat heb je dus voor mij gedaan Die roeping te dragen is niet makkelijk maar tegelijkertijd een uitdaging. Ik eindig –ook om de doopouders van straks een beetje te bemoedigen - met een gedeelte van het joodse morgengebed: Gelukkig zijn wij, dat wij uw volk mogen zijn gelukkig zijn wij dat wij tweemaal iedere dag -in de morgen en in de avond- mogen zeggen: 'HOOR ISRAËL, DE EEUWIGE IS ONZE GOD; DE EEUWIGE IS EEN.' Geprezen zij de naam van Zijn Koninklijke majesteit, voor alle eeuwigheid. Wij gaan niet alleen door het leven: U was er, toen de wereld nog niet geschapen was. U bent er sinds de wereld geschapen is. U bent er in de wereld die komen zal. U gaat vandaag en de komende dagen met ons mee. |