Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Ik ben moe E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
zondag, 24 februari 2008

3e zondag veertigdagentijd. Schriftlezingen:
Exodus 17,3-7 water uit de rots, Johannes 4,5-52 de vrouw bij de put

Een wonderlijk samenspel tussen God en mens
wordt ons vandaag gepresenteerd.
Jesus: de gezant Gods treedt ons tegemoet:
vermoeid en dorstig
maar ook op zijn leerstoel
-om over praatstoel te preken zou oneerbiedig zijn-
op de rand van de oude put van Jacob:
diep en donker als het leven zelf.

Het is ontroerend dat Hij,
de Heer van het leven zelf
vermoeidheid toont.
Troostend voor ons gewone mensen
vermoeid en grieperig soms
angstig en zoekend naar troost
en bemoediging.
'Ik heb dorst'
zegt de Heer ook nog daar bij de put.
En wie is zijn tegenspeler?
Een vrouw.
Het is een misverstand te menen
dat het geloof ons alleen door mannen is verkondigd.

In de geschiedenis van het heil
spelen vrouwen een uiterst belangrijke rol.

De vrouwen van het begin:
de aarts-moeders: Sara, Rebecca en Rachel
(hun mannen heten Abraham, Isaak en Jakob).

De dappere vrouwen van later: Debora, Ruth, Esther en Judith
(om er maar enkele te noemen).

In het evangelie: Elisabeth, Maria,
Maria van Magdela, Maria van Salome enz.enz.
En dan ook nog die niet bij name genoemde vrouwen
die Jesus “geheel uit eigen middelen onderhouden”.

Na de Satan met wie Hij de eerste zondag in gesprek was
na Mozes en Elia en de tamelijk domme leerlingen op de Tabor
nu de vrouw bij de put.
Een Samaritaanse, een allochtone
met wie normaal joden geen omgang hadden.

Aan haar, juist aan haar vertrouwd Hij zijn zorgen toe:
'Ik ben moe, ik heb dorst'.
Maar ook, juist aan haar
vertrouwt Hij Zijn diepste wezen toe:
'de Verlosser, de Messias,
Hij is het die met je spreekt.'

Verbaasd komen de leerlingen
na dit gesprek terug:
ze hebben niets van dit gesprek begrepen.
De vrouw begreep het eerst ook niet
en zei de domste dingen.
Als Jesus nadat zij hem water heeft gegeven
peinzend zegt: 'als je wist wie met je spreekt
zou je Hem om levend water  vragen
en Hij zou het schenken voor altijd.'
Als de Samaritaanse, dan nog een beetje dom
zegt: 'Heer geef mij van dat water
dan hoef ik niet meer met mijn kruik te komen sjouwen
en te putten' voegt Jesus haar toe:
'ga je man halen.'
'Ik heb geen man' zegt de vrouw.

En dan komen de misverstanden.
Nu zijn wij de dommen en vele bijbeluitleggers voor ons.
Wij openbaren ons dan als lezers en leressen van Privé
(bestaat dat blaadje nog?)
als wij dan gaan zeggen: 'neen die vrouw heeft geen man
want het is een slet, een hoer, iemand die niet deugt.'

Ik heb bij de voorbereiding van deze preek
eindelijk een goede verklaring gevonden van deze teksten
en wel bij de oude wijze Augustinus.

Hij zegt: 'onze Heer wil ons geen voyeurs maken
in het leven van de ander
maar wil ons alleen maar iets leren
over ons eigen bestaan
en onze eigen domheid en troosteloosheid opheffen.'
 (Augustinus gaat verder)
'Wat wordt er bedoeld met 'ze heeft geen man?'
is het niet dat zij, net als wij
de ware bruidegom mist voor onze ziel,
betekent dat niet dat wij allen,
op zoek zijn naar God
die ons begrijpt en onze helper is:
onze ware bruidegom en Heer van ons bestaan?'

En zo worden ons geleidelijk aan allerlei geheimen ontsloten
die onze ziel kunnen raken.
Augustinus gaat verder:
'luisteren we naar de Heer die zegt:
terecht zeg je ik heb geen man
vijf mannen heb je gehad en die je nu hebt
is je man niet.'
Bij de uitleg van deze raadselachtige tekst
gaat Augustinus erg diep.

'Vijf mannen heb je gehad:
Wijst dit ons op de vijf boeken van Mozes
die haar nog niet tot de ware Bruidegom hadden gevoerd.
Maar nu is alles anders.
Je zult hem kunnen ontmoeten,
de ware bruidegom die je nu nog niet kent:
als de Heer van je bestaan
je zult hem ontmoeten als je Vriend en Heer.'

Dan komt de grote omslag van het verhaal.
Na een korte discussie over de tempel in Jeruzalem
en over de Messias, de Verlosser van de mensheid
die zowel joden als Samaritanen hartstochtelijk verwachten
-alle mensen zien immers uit naar verlossing-
na de discussie die nog even van de misverstanden
aan elkaar hangt
-ze heeft haar man nog niet gevonden-
heeft zij alle plotseling door en zegt tot Jesus:
'Heer ik zie dat Gij een profeet zijt.'
Het gesprek vindt zijn bekroning
Jesus kan zich aan haar openbaren,
nog eerder dan aan zijn leerlingen… vertelt Johannes.
Hij verkondigt aan haar
dat Hij de Verlosser is,
de Messias op wie de mensheid wacht.
Zij zegt:
'Ik weet dat de Messias komt"
en Jesus:
'Ik ben het die met u spreekt.'

De leerlingen spelen, als ze teruggekomen zijn geen rol van betekenis..
De vrouw wel: ze heeft inmiddels haar kruik achtergelaten.
Waarom die nononchalance? Augustinus zegt:
‘zij heeft het gewone water niet meer nodig
zij heeft immers de levengevende Heer gevonden.’
Ze holt terug naar haar volk en verkondigt:
'Hij heeft mij alles verteld:
Hij weet van mijn verlangens en mijn nood:
Hij is mijn redder.'

De leerlingen zijn nog niet zover
en neuzelen een beetje met elkaar
of Jesus nu wel of geen boterham heeft genuttigd.
Jesus ergert zich aan hun kortzichtigheid
en wijst naar de velden die klaar staan voor de oogst!
De verkondiging van het Rijk Gods kan een aanvang nemen
en de nieuwe tijd is aangebroken.

De leerlingen zijn er nog niet aan toe
en verkondigen nog niets
maar de Samaritaanse is al druk aan het preken geslagen!
Nog voor Petrus, de eerste paus, zal gaan preken
- pas op de eerste Pinksterdag in Jeruzalem-
heeft zij de verkondiging al ter hand genomen
en dat nog wel onder de heidenen
wat Petrus nooit aan zal durven
en pas veel later Paulus van haar zal overnemen.

U hoort er zit veel in dit verhaal.
Augustinus heeft ons geholpen
hij heeft het voor ons ontsloten.
Vanaf zijn preekstoel
-echt nog een stoel in die dagen,
men preekte zittend
–zoals we dat bij lijdensmeditaties op donderdag ook doen-
net als Jesus op de rand van de put-
heeft hij zijn mensen en over hun hoofden heen ons
veel geleerd.
'Luisteren jullie goed naar de Schrift' had hij gezegd.
'Luister naar de verborgen betekenis
laat het woord echt doordringen in je bestaan.

Tenslotte nog iets over het tijdstip van Jesus' ontmoeting
met de Samaritaanse vrouw.
Dat was op het zesde uur:
op het heetst van de dag.

Op het zesde uur:
dat betekent:
de frisheid is voorbij.
De morgen waarbij iedereen wakker is geweest:
het is eigenlijk al te laat om nog iets nieuws te gaan ondernemen
de avond zal vallen en de dag zal een einde nemen.
Maar het verhaal leert ons:
zelfs als ons bestaan naar zijn einde loopt
als al heel wat kansen verkeken lijken
is er de mogelijkheid de levende Heer te ontmoeten
is het mogelijk Hem toe te laten in je bestaan.

Het is nooit te laat: iedere dag opnieuw kunnen we voor Hem kiezen
en Hij zal ons leven geven/ ons leven krijgt zin en glans
de dood kan ons niet meer raken:
Met Pasen zal het licht aan ons worden aangereikt
en wij zullen het doorgeven aan elkaar en we zullen de Samaritaanse nazeggen:
"we wachten op de Messias".
Het antwoord zal dan Jesus' opstanding zijn uit de dood
en zo zal Hij tot ons zeggen: "Ik ben het,
Ik ben het die jou nieuw wil maken.'
En dan zullen we na die verkondiging besprenkeld worden
met het water dat ons herinnert aan de doop,
wij zullen leven.
Als God zo voor ons is: wie zal dan tegen zijn?