| Ik ga met God |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| zondag, 10 juni 2012 | |
|
Sacramentsdag. Schriftlezingen: Exodus.24,3-8; Marcus.14,12-26 In iedere Mis zingen we na de opheffing van brood en beker: 'Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker verkondigen wij de dood des Heren totdat hij komt'. Niet de verrijzenis maar de dood. Wie eet en drinkt wordt Jesus' dood in herinnering gebracht. Zo leven als Jesus is niet zomaar wat, het kost je je leven. De eerste leerlingen die Jesus op Zijn weg toen mochten volgen konden dat niet begrijpen. Ook niet als ze met Hem aan tafel zitten om de eerste Eucharistie te gaan vieren. Vlak voor de instelling van de Eucharistie lezen we in het Marcusevangelie dat we vandaag hoorden: 'één van jullie zal mij verraden.' Grote ontsteltenis, dat spreekt. In de schriftlezing van vandaag wordt dat door de kerkelijke knipseldienst weggelaten: niet feestelijk genoeg. Inderdaad: als je een feestelijke Sacramentsdag zonder bewolking of alleen maar in de hoerastemming wilt vieren moet je niet bij Marcus zijn. Wel als je een Sacramentsdag wilt gebruiken om het geheim van Jesus' solidariteit met de minsten der zijnen met de armen en lijdenden van alle tijden te overwegen. Een solidariteit die hun de vrijheid brengt bevrijding uit onmacht en slavernij. Jesus wilde zijn leerlingen en wil ook ons in dat geheim inwijden, en hen en ons erbij betrekken. Hij roept zijn vrienden bij elkaar. Waar ? Antwoord: dat kan op elke willekeurige plaats. Als de leerlingen vragen: 'waar zullen we het paasmaal houden' geeft Jesus ten antwoord: 'jullie zullen een man zien lopen met een kruik ga hem maar achterna.' Een merkwaardige opmerking. Want in heel de stad liepen mannen met kruiken rond het was immers paasavond. Jesus wil dus zeggen: 'het geeft niet waar je een zaaltje uitzoekt ga gewoon maar ergens naar binnen.' Dat is het mooie van de Eucharistie: ze kan overal gevierd worden. In een kathedraal, in een dorpskerk, in een krottenwijk: op een marmeren altaar, op twee houten plankjes.. als er maar mensen zijn die in de geschiedenis willen staan van God die mensen bevrijden wil en leiden naar een nieuw goed land. Wat gaan ze daar samen doen, Jesus en zijn vrienden ? Jesus zal in dat willekeurig gekozen zaaltje voorgaan in het oude paasritueel, de viering van de bevrijding van de slaven uit Egypte. 'Waarom is deze avond anders dan alle andere avonden?' vraagt de jongste -dat zal Johannes wel geweest zijn- en dan vertelt men elkaar het hele verhaal van de bevrijding uit Egypte. De zegen over het brood wordt uitgesproken: 'Gezegend zijt Gij, Heer, onze God, Koning van de wereld, Gij die het brood uit de aarde doet komen.' Na het 'Amen' van de tafelgenoten wordt het brood, ongedesemd brood gebroken en uitgedeeld. Normaal zegt men dan: 'dit brood herinnert aan het brood dat wij haastig moesten eten toen wij weg gingen uit Egypte.. neemt en eet het brood van onze bevrijding.' Maar Jesus voegt daar iets aan toe: 'Neemt en eet, dit is mijn lichaam', ik zelf, in levenden lijve, ga mijn leven geven voor jullie en zo ben ik het brood van jullie bevrijding. Daarna komt het dankgebed over de beker met de wijn. Weer een zegenspreuk: 'Gezegend Gij die de vrucht van de wijnstok voortbrengt', waarna de beker rondgaat, weer met een eigenaardige tekst: 'Dit is mijn bloed van het verbond dat vergoten wordt voor velen.' Hij kondigt aan dat zijn leven gegeven wordt ter bevrijding van allen, Hij verkondigt zijn dood in dezelfde nacht waarin de paaslammeren geslacht zullen worden in Jeruzalem en iedereen blij de bevrijding uit Egypte viert. Zo is een heel eigenaardig paasmaal beschreven een maal waarin de Meester in solidariteit met alle lijdenden van alle tijden zijn dood aankondigde en uitbeeldde in het ritueel dat hij besloot met de opdracht: 'doe dit na om aan mij te denken.' De lezer weet nu waar het toen om ging; toen de Meester met de twaalf de maaltijd vierde en waar het om gaat als wij onze leraar navolgen. De dood des Heren gedenken als ritueel in de gemeente is een zeer geladen gebaar dat iedere deelnemer de ernst van zijn roeping in herinnering brengt en tot waarachtige navolging oproept van Degene die het ons heeft voorgedaan. Samen zijn we nu Sacramentsdag aan het vieren. Vieren... zeg ik. Wat vieren we eigenlijk ? Ik citeer een zin uit Schillebeeckx' preek over Sacramentsdag: 'Waar er op het niveau van het feitelijke dagelijkse leven overmacht van aardse machten is, worden die, in de orde van de sacramentele werkelijkheid uitgeschakeld en ontwapend. Daarom zetten we nu reeds, in de aardse geschiedenis, hier en nu, sporen van een komende nieuwe wereld. ' Op onze pelgrimstocht hebben we, net als dat volk op tocht door de woestijn, een trouwe vriend. In de eerste lezing horen we hoe Mozes, nog net zo jong als een neomist na op de berg van God geweest te zijn weer naar beneden kwam bij zijn parochianen aan de voet van de berg. Toen sprenkelde hij als een jonge priester het bloed van het verbond over het volk en vertelde daarbij dat de Heer zich voor altijd aan hen verbinden wilde. En wat God verbinden wil dat zal de mens niet scheiden. God, de belangrijkste partner, zegde Zijn trouw toe 'tot in het duizendste geslacht'. En de partner met een kleine letter, het volk van God, de gewone mensen reageerde enthousiast: 'We zullen alle woorden bewaren (en letterlijk volgt er dan:) DOOR ZE TE GAAN DOEN.' Heerlijk al die goede wil. Maar het verbond van God met de mensen is net zo kwetsbaar als een menselijk huwelijk..... Het enthousiasme van het begin is later, net als bij ons een beetje verdwenen. Je maakt zoveel mee. Dan moeten we naar de oude Mozes luisteren als hij, ervaren en wijs, na al die lange jaren woestijn zijn volk toespreekt. met uitgebreide afscheids- en bemoedigingswoorden, Mozes zegt dan: 'De tocht was zwaar, vergeet daarom nooit aan je nageslacht te vertellen wat je hebt doorstaan vertel over de pijn en de zorgen, de angst en de honger maar iets anders moet je ook vertellen: er is altijd Iemand, en nog wel Iemand met een hoofdletter met je meegegaan al die jaren ! Het was een zware tocht maar tijdens die tocht zijn jullie volwassen geworden en gegroeid. Één heeft er voor jullie gezorgd: je hebt het Manna onderweg gekregen, en het water uit de rots ........ je voeten zijn niet gezwollen al die jaren... je hebt het -samen met Hem- volbracht!' Er zijn geen goede tijden of slechte tijden. De vraag of het tegenwoordig beter of slechter is dan vroeger is een onbelangrijke vraag. Het enige belangrijk is dat we weten dat God met ons verder wil. God sloot zijn verbond niet met de engelen maar met ons gewone aardige maar soms ook minder aardige, enthousiaste maar soms ook teleurgestelde mensen. ECCE PANIS ANGELORUM FIAT ESCAM VIATORUM.. luidt een oude sacramentshymne.. het brood der engelen is het voedsel geworden van gewone stervelingen. In Zijn Verbond met die mensen vindt God Zijn vreugde. Dus vieren we samen Sacramentsdag... en hopelijk lijken we op dat volkje van God aan de voet van de berg dat zei: 'we zullen doorgaan en de woorden doen.' En we geloven niet in goede tijden en slechte tijden: de enige vraag die echt van belang is is deze: WIL IK PERSOONLIJK REIZEN MET GOD. Geloven is een zaak van jou persoonlijke keuze. Daarom zingen we in de hoogmis niet credimus (wij geloven) maar CREDO, IK geloof. Ik zelf wil leven als iemand die weet dat hij of zij geroepen is er te zijn op zijn of haar eigen plek. Wat ons samenbrengt is de gedachtenis aan Jesus, de gedachtenis aan Zijn liefde, Zijn solidariteit, Zijn overwinning van de dood. Het leven met Hem en in Hem met elkander is goed. We zijn veilig en geborgen in de handen van de levende God. Niet voor niets zeggen wij daarom bij het uitdelen van de Eucharistie: 'het Lichaam en Bloed van Christus beware ons ten eeuwig leven'. 'Amen' zegt de gelovige, zo moge het zijn ! Hein Jan van Ogtrop, pastoor |



