Kerstavond, 24 december 2002 Ik voer u terug naar het begin van onze jaartelling: naar het jaar nul. Het waren droevige tijden in het land.
Vroeger was koning David de lieve koning van Jeruzalem: er was vrede, iedereen zat tevreden onder de vijgenboom, de ezeltjes gebonden aan de wijnstok. Daarna kwamen er andere, slechtere regeringen. De koning van Babel, een soort Hitler voordat die geboren was, greep zijn kans en bezette het land. De stad werd ingenomen, de tempel van God verwoest en alle mensen weggevoerd naar Babel in ballingschap. Dat duurde vele jaren, er is toen veel gehuild ‘at the rivers of Babylon, we set and wept as we remenbered Zion’. Toen ze daar eindelijk weg mochten was het alsof zij droomden, het leek of ze op weg waren naar het paradijs. Vlug bouwden ze de tempel voor God weer op maar lang konden de mensen van Jeruzalem niet van hun vrede genieten. Er kwamen nieuwe vreemde heersers die in Jeruzalem de baas speelden: eerst de Grieken en toen de Romeinen. Om wanhopig van te worden. Toch waren er altijd mensen die bleven hopen op betere tijden. Terwijl ze onderdrukt werden en veel mensen werden opgepakt door de vreemde soldaten die door Jeruzalem marcheerden, bleven ze toch geloven in wat de oude profeten hadden gezegd: ‘eens komt er een tijd, dat niemand meer een zwaard nodig heeft dat er vrede en liefde zullen opbloeien, overal.’ Jesaja, een profeet had gezegd: -we lazen het deze nacht- ‘dan zal de wolf slapen naast het lam en het kindje spelen in het hol van de adder, koe en berin zullen samen weiden en de leeuw zal hooi eten met het rund.’ Het was altijd maar een klein groepje mensen, die deze woorden van de profeten onthield. Misschien waren het juist de arme mensen of zij, die veel verdriet hadden of die in een klein donker hoekje van de tempel stonden te bidden. En daar zitten wij dan. Met zovelen in een hel verlichte kerk. De brandweer ziet angstig toe of het niet te vol is en verbood ons zelfs de rode feestwimpers langs onze pilaren te laten wapperen. We zullen ze laten behandelen, dan kunnen ze volgend jaar weer hangen. Maar ter zake: Is onze wereld er beter aan toe dan de wereld in de jaren dat Jesus geboren werd? II. Bethlehem is weer bezet... Nederland is bereid mee te doen aan een oorlog in Irak. In het christelijke westen roept iemand: 'de doodstraf is zo gek nog niet'. Een vroom Egyptisch meisjes vertelt: 'alle joden zijn varkens dat staat in de Koran.' Kofi Anan verzucht: ‘ de wereld is een janboel.’ En toch zoeken wij elkaar dit jaar weer op om de blijde boodschap te horen: 'Vrede op aarde' en 'God houdt van mensen.' Ooit hebben engelen dat bericht gebracht aan haveloze herders -nog net geen thuislozen-: 'Ik verkondig jullie (ja jullie) een grote vreugde die voor heel het volk bestemd is.' Vraag 1: Hadden de engelen geen beter publiek kunnen vinden? De priesters in Jeruzalem bijvoorbeeld of koning Herodes in zijn paleis? Het verhaal is en blijft vreemd. We horen dat niet meer omdat het te bekend is. De kracht van de boodschap wordt gesmoord in engelenhaar en dennengroen. De ernst van de boodschap wordt weggepraat maar vreemd blijft het verhaal dat God deze armen uitzoekt om zijn troostwoord te horen. Nog vreemder is het vervolg van het verhaal. De herders krijgen te horen dat de Messias, de helper, de trooster, de Heer van een nieuwe wereldorde geboren is. Wat zal daarvan het teken zijn? Zullen ze zijn paleis mogen zien? Zullen ze opgehaald worden door gouden koetsen? Het gezongen kerstevangelie in de kerk stopt als de engelen de herders verlaten en terug naar de hemel gaan. Is het vervolg te pijnlijk? Wat lezen we? 'De herders gaan op weg en zien dat het woord van God werkelijkheid wordt: ze zien Maria, Jozef en het kind liggend in een stal.' 'Is dat alles'? zouden wij zeggen. Voor de herders is het genoeg: ze gaan weg en maken overal bekend wat hun over dit kind verteld is. Ze gaan vertellen dat Gods nieuwe wereld aanbreekt dat er een nieuwe koning geboren is en dat de uiteindelijke vrede op aarde zal aanbreken. Vraag 2: Komt Herodes zich al melden om zich te bekeren? Zien de groten der aarde vanaf dat moment af van hun oorlogsplannen en gaan de rijken vanaf dat uur al hun bezit verdelen? Niets van dat alles: er is alleen maar een kindje geboren, een vluchtelingenkindje dat in doeken gewikkeld wordt. Is dit belangrijk? Voor de meeste mensen niet maar voor anderen is het HET TEKEN van Gods solidariteit met de mensen, met de armen in het bijzonder. Het kind zal groot worden en net als de herders, die zijn geboorte gingen aankondigen, verwondering wekken. En weer rijzen er vragen: Vraag 3: Is dit de mens die het aanschijn der aarde veranderen zal? Een Joodse rebbe met wat bevriende vissers, een corrupte tollenaar die zich bekeerde en nog wat volk, mannen en vrouwen? Zijn levensgeschiedenis zal een drama worden Zijn vrienden laten Hem in de steek als Hij sterft aan het kruis. Alleen enkele vrouwen die voor hen zorgden kijken toe hoe Hij, weer in doeken gewikkeld, in een graf wordt gelegd. III. De afgelopen week hebben wij twee kinderen moeten uitdragen uit deze kerk: Jeroen, 9 jaren jong, plotseling dood, een hersenbloeding, Johan, 8 jaren jong, 4 jaar vocht hij met zijn ouders en broers en zusjes tegen de kanker. Beiden hebben wij vlak voor kerstmis in een grafje moeten neerleggen. Geboren worden en sterven op een verwarrende manier door elkaar gestrengeld. Een kind van de school van Johan zei: ‘wel mooi eigenlijk dat hij met kerstmis is gestorven want dan staat de hemel open.’ Uit de mond der kinderen hoort men…. Vorig jaar deed Johan zijn eerste Communie. Hij lag te bidden op de bank zijn handen ernstig gevouwen. Daarna ging de familie even wandelen in Spaarnwoude. ‘Johan ben je niet te moe?’ antwoord: ‘nee ik ben niet moe, ik heb kracht van de Communie gekregen. Johan, vanuit zijn eigen zieke situatie nadenkend over veel dingen. Vaak zweeg hij maar altijd werkten zijn hersentjes. Johan, steeds zieker maar tegelijkertijd steeds bezorgder over de ander. De laatste keer dat hij hier in de kerk was stond hij achterin op Palmzondag. Hij nam deel aan de processie waarbij een ezeltje werd meegevoerd, dat nu in de oude kerststal staat, opdat Jesus, als de nieuwe koning daarop zou kunnen zitten. Het was het ezeltje waar de profeet Zacharja over sprak waarop de nieuwe koning zou mogen rijden, het dier van de armen en de weerlozen het dier van de kinderen, het dier van de vrede. De nieuwe koning die wij vandaag welkom heten. IV. Hoe liep het af met Jesus, de verhoopte bevrijder, in doeken gewikkeld in een graf gelegd met net zoveel tederheid als de kinderen deze week. Maar dan horen we iets vreemds: We horen spreken over een plotseling licht! Weer is er een engel, net als met kerstmis. Nu met een andere boodschap: ‘Zoekt Hem hier niet. Hij leeft en gaat voor jullie uit!’ En het verhaal gaat verder. Het zal niet stoppen omdat alles mislukt lijkt het zal een vervolg krijgen in wat zijn leerlingen, vrouwen en mannen, gaan doorvertellen: dat de liefde het zal winnen van de haat, dat de vrede het zal winnen van de oorlog, dat Gods Koninkrijk werkelijkheid wordt. V. Het is kerstmis. De hemel staat weer een beetje open. In deze grote wereld zijn wij nu de nieuwe profeten die blijven geloven in een nieuwe toekomst. Er is dreiging van oorlog maar wij blijven dromen van vrede: van een wereld waar de wolf zal slapen naast het lam en het kindje kan spelen bij het hol van de adder.’ Wij blijven hopen op de komst van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde die met vrede bedekt zal zijn. Slaat dat ergens op? Ja, het gebeurt wonderlijk genoeg overal waar mensen blijven geloven in de God van Jesus, als ze blijven hopen dat de vrede kan komen en daaraan werken - in hun levensdagen liefst - en vooral.... als ze blijven liefhebben. De volharding om deze dwaze idealen te blijven koesteren, te geloven, te hopen en lief te hebben wens ik ons allen toe. Zalig kerstmis en moed en zegen in 2003. AMEN. |