Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 532.30.77

Is Kerstmis nog belangrijk? E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
dinsdag, 24 december 2002

Kerstavond, 24 december 2002

Ik voer u terug naar het begin van onze jaartelling:
naar het jaar nul.
Het waren droevige tijden in het land. Vroeger was koning David de lieve koning van Jeruzalem:
er was vrede, iedereen zat tevreden onder de vijgenboom,
de ezeltjes gebonden aan de wijnstok.
Daarna kwamen er andere, slechtere regeringen.
De koning van Babel, een soort Hitler voordat die geboren was,
greep zijn kans en bezette het land.
De stad werd ingenomen, de tempel van God verwoest
en alle mensen weggevoerd naar Babel in ballingschap.
Dat duurde vele jaren, er is toen veel gehuild
‘at the rivers of Babylon, we set and wept
as we remenbered Zion’.
Toen ze daar eindelijk weg mochten
was het alsof zij droomden,
het leek of ze op weg waren naar het paradijs.
Vlug bouwden ze de tempel voor God weer op
maar lang konden de mensen van Jeruzalem
niet van hun vrede genieten.
Er kwamen nieuwe vreemde heersers
die in Jeruzalem de baas speelden:
eerst de Grieken en toen de Romeinen.
Om wanhopig van te worden.

Toch waren er altijd mensen
die bleven hopen op betere tijden.
Terwijl ze onderdrukt werden
en veel mensen werden opgepakt
door de vreemde soldaten die door Jeruzalem marcheerden,
bleven ze toch geloven
in wat de oude profeten hadden gezegd:
‘eens komt er een tijd, dat niemand meer een zwaard nodig heeft
dat er vrede en liefde zullen opbloeien, overal.’
Jesaja, een profeet had gezegd:
-we lazen het deze nacht-
‘dan zal de wolf slapen naast het lam
en het kindje spelen in het hol van de adder,
koe en berin zullen samen weiden
en de leeuw zal hooi eten met het rund.’

Het was altijd maar een klein groepje mensen,
die deze woorden van de profeten onthield.
Misschien waren het juist de arme mensen of zij,
die veel verdriet hadden
of die in een klein donker hoekje van de tempel stonden te bidden.

En daar zitten wij dan.
Met zovelen in een hel verlichte kerk.
De brandweer ziet angstig toe of het niet te vol is
en verbood ons zelfs de rode feestwimpers
langs onze pilaren te laten wapperen.
We zullen ze laten behandelen,
dan kunnen ze volgend jaar weer hangen.

Maar ter zake:
Is onze wereld er beter aan toe
dan de wereld in de jaren dat Jesus geboren werd?

II.
Bethlehem is weer bezet...
Nederland is bereid mee te doen aan een oorlog in Irak.
In het christelijke westen roept iemand:
'de doodstraf is zo gek nog niet'.
Een vroom Egyptisch meisjes vertelt:
'alle joden zijn varkens dat staat in de Koran.'
Kofi Anan verzucht: ‘ de wereld is een janboel.’

En toch zoeken wij elkaar dit jaar weer op
om de blijde boodschap te horen:
'Vrede op aarde' en 'God houdt van mensen.'

Ooit hebben engelen dat bericht gebracht
aan haveloze herders -nog net geen thuislozen-:
'Ik verkondig jullie (ja jullie)
een grote vreugde die voor heel het volk bestemd is.'
Vraag 1:
Hadden de engelen geen beter publiek kunnen vinden?
De priesters in Jeruzalem bijvoorbeeld of
koning Herodes in zijn paleis?
Het verhaal is en blijft vreemd.
We horen dat niet meer omdat het te bekend is.

De kracht van de boodschap wordt gesmoord
in engelenhaar en dennengroen.
De ernst van de boodschap wordt weggepraat
maar vreemd blijft het verhaal
dat God deze armen uitzoekt om zijn troostwoord te horen.

Nog vreemder is het vervolg van het verhaal.
De herders krijgen te horen dat de Messias,
de helper, de trooster, de Heer van een nieuwe wereldorde
geboren is. Wat zal daarvan het teken zijn?
Zullen ze zijn paleis mogen zien?
Zullen ze opgehaald worden door gouden koetsen?
Het gezongen kerstevangelie in de kerk stopt
als de engelen de herders verlaten en terug naar de hemel gaan.
Is het vervolg te pijnlijk?

Wat lezen we? 'De herders gaan op weg
en zien dat het woord van God werkelijkheid wordt:
ze zien Maria, Jozef en het kind liggend in een stal.'
'Is dat alles'? zouden wij zeggen.

Voor de herders is het genoeg:
ze gaan weg en maken overal bekend
wat hun over dit kind verteld is.

Ze gaan vertellen dat Gods nieuwe wereld aanbreekt
dat er een nieuwe koning geboren is
en dat de uiteindelijke vrede op aarde zal aanbreken.
Vraag 2:
Komt Herodes zich al melden om zich te bekeren?
Zien de groten der aarde vanaf dat moment af
van hun oorlogsplannen en gaan de rijken
vanaf dat uur al hun bezit verdelen?

Niets van dat alles:
er is alleen maar een kindje geboren,
een vluchtelingenkindje dat in doeken gewikkeld wordt.

Is dit belangrijk? Voor de meeste mensen niet
maar voor anderen is het HET TEKEN
van Gods solidariteit met de mensen,
met de armen in het bijzonder.
Het kind zal groot worden
en net als de herders, die zijn geboorte gingen aankondigen,
verwondering wekken. En weer rijzen er vragen:
Vraag 3:
Is dit de mens die het aanschijn der aarde veranderen zal?
Een Joodse rebbe met wat bevriende vissers,
een corrupte tollenaar die zich bekeerde
en nog wat volk, mannen en vrouwen?

Zijn levensgeschiedenis zal een drama worden
Zijn vrienden laten Hem in de steek
als Hij sterft aan het kruis.
Alleen enkele vrouwen die voor hen zorgden kijken toe
hoe Hij, weer in doeken gewikkeld, in een graf wordt gelegd.

III.
De afgelopen week hebben wij twee kinderen
moeten uitdragen uit deze kerk:
Jeroen, 9 jaren jong, plotseling dood,
een hersenbloeding,
Johan, 8 jaren jong,
4 jaar vocht hij met zijn ouders en broers en zusjes tegen de kanker.
Beiden hebben wij vlak voor kerstmis in een grafje moeten neerleggen.
Geboren worden en sterven
op een verwarrende manier door elkaar gestrengeld.
Een kind van de school van Johan zei:
‘wel mooi eigenlijk dat hij met kerstmis is gestorven
want dan staat de hemel open.’
Uit de mond der kinderen hoort men….
Vorig jaar deed Johan zijn eerste Communie.
Hij lag te bidden op de bank
zijn handen ernstig gevouwen.
Daarna ging de familie even wandelen in Spaarnwoude.
‘Johan ben je niet te moe?’
antwoord: ‘nee ik ben niet moe,
ik heb kracht van de Communie gekregen.
Johan, vanuit zijn eigen zieke situatie
nadenkend over veel dingen.
Vaak zweeg hij maar altijd werkten zijn hersentjes.
Johan, steeds zieker maar tegelijkertijd
steeds bezorgder over de ander.

De laatste keer dat hij hier in de kerk was
stond hij achterin op Palmzondag.
Hij nam deel aan de processie
waarbij een ezeltje werd meegevoerd,
dat nu in de oude kerststal staat,
opdat Jesus, als de nieuwe koning
daarop zou kunnen zitten.

Het was het ezeltje waar de profeet Zacharja over sprak
waarop de nieuwe koning zou mogen rijden,
het dier van de armen en de weerlozen
het dier van de kinderen, het dier van de vrede.
De nieuwe koning die wij vandaag welkom heten.

IV.
Hoe liep het af met Jesus,
de verhoopte bevrijder,
in doeken gewikkeld in een graf gelegd
met net zoveel tederheid als de kinderen deze week.

Maar dan horen we iets vreemds:
We horen spreken over een plotseling licht!
Weer is er een engel, net als met kerstmis.
Nu met een andere boodschap:
‘Zoekt Hem hier niet.
Hij leeft en gaat voor jullie uit!’

En het verhaal gaat verder.
Het zal niet stoppen omdat alles mislukt lijkt
het zal een vervolg krijgen
in wat zijn leerlingen, vrouwen en mannen, gaan doorvertellen:
dat de liefde het zal winnen van de haat,
dat de vrede het zal winnen van de oorlog,
dat Gods Koninkrijk werkelijkheid wordt.

V.
Het is kerstmis. De hemel staat weer een beetje open.
In deze grote wereld zijn wij nu de nieuwe profeten
die blijven geloven in een nieuwe toekomst.

Er is dreiging van oorlog
maar wij blijven dromen van vrede:
van een wereld waar de wolf zal slapen naast het lam
en het kindje kan spelen bij het hol van de adder.’

Wij blijven hopen op de komst van een nieuwe hemel
en een nieuwe aarde die met vrede bedekt zal zijn.

Slaat dat ergens op?

Ja, het gebeurt wonderlijk genoeg
overal waar mensen blijven geloven
in de God van Jesus,
als ze blijven hopen dat de vrede kan komen en daaraan werken
- in hun levensdagen liefst -
en vooral.... als ze blijven liefhebben.


De volharding om deze dwaze idealen te blijven koesteren,
te geloven, te hopen en lief te hebben
wens ik ons allen toe.
Zalig kerstmis
en moed en zegen in 2003.

AMEN.