| Je last dragen |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| zondag, 6 juli 2008 | |
-Zacharia 9,9-10 juich vreugdebode -Matteüs 11,25-30 mijn juk is zacht‘Neemt mijn juk op de schouders en ik zal u rust en verlichting schenken’ Een last opgelegd krijgen.... en dat moet je dan nog leuk vinden ook. Een last dragen leuk vinden lijkt goed te passen bij een bepaald soort vroomheid die niet zo populair meer is: draag maar, verdraag maar, draag je kruis. Professor van der Berg, een psycholoog schreef over een 17e eeuwse heilige die om dichter bij zijn Heer te komen zich in een kelder liet opsluiten en daar graag enige tijd op de koude vloer wilde zitten met een grote steen aan een ketting om zijn nek. 'En merkwaardig is het dat deze heilige -ik citeer professor van der Berg 'van deze onplezierige en ongebruikelijke bezigheid niet genoeg kon krijgen.' Is het christendom werkelijk zo'n geloof van mensen die allemaal ellende moeten doorstaan of zichzelf allerlei kwellingen aan moeten doen om heilig te worden ? Het antwoord is: u ver¬moedde het al- gelukkig NEEN. Wel hoort er bij geloof een heilige onrust... de onrust omdat je weet dat er in deze tijd, in deze wereld veel van je ge¬vraagd wordt en dat is dan dat juk, die last. Toch neem ik het vandaag een beetje voor die heilige met een steen om de nek in de kelder op: ik begrijp waar hij tegen protesteerde! Je kunt namelijk er ook op los leven en je nergens iets van aantrekken, doen alsof er niets aan de hand is in de wereld, alsof je er zelf niets mee te maken hebt. Dat gaat een tijdje goed maar al gauw doet zich dan de vraag voor: waar leef ik eigenlijk voor, wat doe ik hier, wie is er die mij nodig heeft.? Antwoord: Hij die heeft gezegd dat Hij het werk van Zijn handen niet loslaat. Hij verwacht iets van je, Hij legt je een opdracht op Daarom spreekt Jesus over een last, een juk heet het in het evange¬lie. En dat juk mag niet weggeworpen worden. Het Oude Testament spreekt ook vaak over zo’n juk: het juk van de Wet, de levensopdrachten zie een mens van God krijgt. Mozes klaagde wel eens: ‘uw 10 geboden zijn zwaar maar het ergste is nog wat ons verder nog overkomt aan ellende en vooral wat anderen ons om uwentwille aandoen.’ Mozes' klacht is te begrijpen gelovigen, mensen die toegewijd leven worden wel eens zwaar beproefd, er is geen ander volk als het joodse volk dat zo moest lijden. Maar er is een troost: Zijn klacht wordt gehoord en serieus genomen door een solidaire en vriendelijke God. De zwaar beproefde Mozes krijgt een mooi antwoord: 'als je het juk van de Tora, de tien geboden draagt, sta ik altijd aan jouw kant. je blijft gespaard van de slavernij van de wereldrijken en je blijft gespaard voor de eeuwige dood. ' De mens die onder het woord van God vandaan glipt, die denkt alleen maar ikke ikke en de rest enzovoorts, die is een gemakke¬lijke prooi van de machten om hem heen. Hij denkt vrij te zijn maar hij zal een slaaf worden van de Mammon of de goden van macht en geweld. Die goden zullen hem ongelukkig maken en onvrij. De heilige wilde daaraan ontsnappen: zijn methode is misschien niet van deze tijd maar hij wilde verwijzen naar de noodzaak van de dienst aan de ene God die ons oproept tot echt leven: de ene echte God maakt vrij. Vlak voor het evangelie van vandaag vergelijkt Jesus zijn ver¬houding tot de mensen om hen heen die Hij probeert warm te maken voor Gods Koninkrijk met wat er op een marktplein gebeurt onder kinderen. 'Waarmee zal ik de mensen die niet mee willen doen verge¬lijken? Ze lijken op kinde¬ren op de markt die van andere kinderen te horen krijgen: we hebben voor jullie op de fluit gespeeld maar je hebt niet gedanst, we hebben voor jullie een klaag¬lied gezongen maar jullie hebben niet geweend.' Hij waarschuwt tegen oppervlakkigheid en zelfgenoegzaamheid, leven met God betekent niet pijnloos leven. Je zult net als God het verdriet van anderen voelen. Je hebt als gelovige, net als God zelf, geen rust meer in de goedkope zin van het woord... Wil je Hem dienen dat betrekt Hij je bij alles wat er gebeurt; en maakt je met de dag onrustiger omdat er veel gedaan moet worden. Je bent nodig, je bent onmisbaar: alle hens aan dek maar zo leidt Hij je naar het ware leven. Jesus zegt het niet voor niets, namens zijn Vader: 'Neemt mijn juk op uw schouders’ Jesus zelf droeg ook een juk, Zijn opdracht, Zijn trouw aan de mensen, aan ons tot het uiterste toe. Het juk dat Jesus voor ons de berg opdroeg, het kruishout heeft ons de ware vrijheid gebracht. Het juk van zijn houten kruis heeft alle ijzeren jukken waarmee macht¬hebbers mensen kwellen gebro¬ken. Onze ziel kan nu nog alle kanten op. We kunnen verdwalen, we kunnen proberen te vluchten… maar de enige manier om zinvol en goed te leven is voor Jesus en Zijn Vader te kiezen. Alleen de mens die God wil dienen met heel zijn hart en al zijn krachten de mens der wil zijn voor anderen die mens zal het echte geluk vinden: hij zal leven in eeuwigheid. In dankbaarheid denken we samen aan mensen die ons het geloof voorleefden en nog voorleven. De week stierf pater Jan van Kilsdonk. Hij kwam wel eens in aanvaring met de vertegenwoordigers van de topt van de kerk maar hij stierf toch in het harnas van de trouw aan het evangelie. Het ging hem om de mensen zoals hetg Jesus ook om de mensen ging. Bekend is het verhaal dat hij een stervende bezocht die opeens zeiL ‘waar is het kruisje op uw revers?’ Hij zei: ‘dat ben ik waarschijnlijk verloren.’ Een paar dagen later bezoekt de pater de stervende weer. De zieke overhandigt hem een plastig zakje met een kruisje erin en spelt hem dat op zijn jasje. ‘Het was of ik voor de tweede keer priester gewijd werd’ vertelt de priester later. Zo droeg de priester het kruisje weer op zijn revers: het kruisje dat verwijst naar zijn roeping naar je taak, naar de Heer voor wie je leeft. En Jesus zegt dan:gen: ‘leert van mij, je zult rust vinden voor je zielen want mijn juk is zacht en mijn last is licht.' Zo’n bemoedigende uitspraak betekent niet dat je, als je de God van Abraham, Isaak en Jakob dient gespaard blijft voor alle ellende en alle pijn maar dat je stand zult houden door alles heen. Daarom riep Paulus heel uitdagend uit: ‘dood waar is je prikkel.’ Dezelfde Paulus die eerder zei: ‘niemand leeft voor zichzelf en niemand sterft voor zichzelf wij leven voor God onze Heer, aan Hem behoren wij toe. Hein Jan van Ogtrop, pastoor |

Maar het belangrijkste is toch wel dat de kathedraal het huis is van een gemeenschap van mensen: de St. Bavo-parochie. Zonder al de mensen die zich daar mee verbonden weten, daar samenkomen en ook veel werk verzetten zou het bovenstaande niet eens allemaal in de kathedraal kunnen!


