Tweede zondag advent Jesaja 11,1-10 een twijg aan de tronk van Jesse Matteüs 3,1-12 Het optreden van de doper Een van de mooiste plekken op deze aarde is het interieur van de kathedraal van Chartres in noord Frankrijk. Een zeer oud Maria-heiligdom. Jaarlijks trekken honderden jonge studenten uit Parijs er door de wuivende korenvelden naar toe.
De twee hoge torens tekenen zich op de heuvel tegen de hemel af. Binnenin is een nog volledig gave serie glas in lood ramen. Het oudste is het grote raam in de westgevel, het is gemaakt rond het jaar 1000 een tijd van grote onzekerheid en pijn in Europa. In dat raam werd de tekst uitgebeeld die wij vandaag lazen: 'een rijs zal ontspringen aan de oude tronk van Jesse.' Jesse is de stamvader van David. In het raam van Chartres ligt hij heerlijke dromen te dromen en uit zijn lendenen rijst een hele boom omhoog waarin heel zijn nageslacht, rijen koningen en profeten te zien zijn. De koningen zijn in het rood afgebeeld, de profeten in het blauw. Jesse glimlacht. Hij wist misschien nog niet welke fouten zijn nakomelingen, de koningen van Israël zouden maken en hoe fel de kritiek van de profeten zou zijn op zijn kroost. De glorie van het nakroost van Jesse was van korte duur. Verdeeldheid sloeg toe, het oude geloof waaruit David, de lieveling van God nog leefde, was in de tijden van koning Achab en hoe ze allemaal ook mochten heten al lang vergeten. Buitenlandse heersers profiteren van het binnenlandse geruzie en vallen Israël binnen en nemen het volk mee de ballingschap in. Dat was het droevig einde wat de profeet Jesaja, die we vandaag lazen, zag aankomen. Jesaja was als profeet op de eerste plaats een criticus van de wantoestanden van zijn tijd. Zijn verkondiging leek erg op die van Johannes de doper... 'de bijl ligt al aan de wortel, het oordeel komt nader.' Er moet een einde komen aan het oude; alles kan echt niet blijven zoals het is…. de bijl erin! Maar Jesaja ziet, net als Johannes de doper later, meer. Hij ziet in de verte een nieuwe toekomst gloren en zegt dan: 'er zal een rijs ontspruiten uit de oude wortelstam.' Er is nog hoop voor de toekomst. En dan droomt hij zijn dromen over een nieuwe toekomst rond een nieuwe koning, een hele bijzondere: 'de Geest van de Heer zal op Hem rusten... de geest van wijsheid en verstand, de geest van raad en heldenmoed, de geest van liefde en vreze des Heren.' Hoe zal die nieuwe koning regeren? Zo: 'de kleinen zal hij recht verschaffen.. maar -en dan komt de bijlgedachte weer even terug- 'Hij zal de uitbuiters striemen met de woorden uit zijn mond.' En hoe zal het dan uiteindelijk op aarde zijn: 'zoals de zeebodem bedekt is met water, zo zal de aarde met vrede bedekt zijn... dan huist de wolf bij het lam, koe en berin grazen samen een kind kan ze weiden; de zuigeling kan zijn hand steken in het hol van de adder.' Een nieuwe toekomst is daar. Jesaja heeft deze prachtige dromen niet opgeschreven om er misschien eens een literatuur-prijs voor te krijgen maar om de mensen van zijn tijd op te wekken zich te bekeren en te bouwen aan een nieuwe wereld waarin alles anders is. Johannes de doper is ook een profeet. Minder gewaardeerd om zijn mooie dromen als Jesaja maar toch hij heeft ze ook: 'na mij komt Hij die sterker is dan ik, ik ben niet waardig zijn schoenriem los te maken hij zal u dopen met de Heilige geest.' En zo heb ik even de prettige dingen uit de preek van Johannes de doper eruit gehaald. Maar verder is hij een streng man! Alleen al de opening van zijn toespraak: 'adderengebroed wie heeft jullie wijsgemaakt dat jullie de komende toorn kunt ontvlieden.' Een tekst die je de stuipen op het lijf jaagt. Toch is dat niet de bedoeling. De bedoeling is allereerst om je tot een gevoel van realiteit te brengen. En dat is ook voor onze dagen goed. Het is goed dat we inzien hoe slecht en hoe onrechtvaardig bijvoorbeeld de rijkdommen der aarde verdeeld zijn en hoe schrikbarend de problemen zijn die dat oproept. We kunnen het ons niet meer permitteren om te doen alsof er niets aan de hand is. Er is iets fout, er is een ongelijkheid die er niet mag zijn en... we hebben echt nog niet alles uitgeprobeerd om die ongelijkheid op te heffen. 'Alles best', zeggen we gauw 'als WIJ maar niet hoeven te minderen... als Schiphol maar open blijft en ik niet uit mijn auto hoef.' Johannes de doper laat ons niet zo gemakkelijk los en raadt bijvoorbeeld aan: 'als iemand twee paar schoenen heeft laat hij er een weggegeven en heeft hij een dubbel stel kleren evenzo.' Johannes probeert ons niet bang te maken met een strenge God maar hij probeert ons tot een realiteitsbesef te brengen van wat wij aan het doen zijn. Het is niet zijn bedoeling dat we angstig sidderend in gebed neerzinken en alleen maar gaan uitroepen: 'we hebben gezondigd.' Misschien dat ook. Maar er moet iets anders uit volgen: de wil om je te bekeren, het werkelijke voornemen het vanaf heden anders te gaan doen: die bekering is het begin maar het volhouden vraagt om Geest en Vuur! Johannes zelf kan het aanschijn der aarde niet veranderen; dat zullen de mensen die hij doopt zelf moeten doen. Maar ze zullen niet alleen blijven. Er zal er één in hun midden komen staan die sterker is dan hij en die zal dopen met die Heilige Geest die mensen tot volharden in staat zal brengen. Hij heeft een levensenergie zo sterk dat in onze menselijke harten en hoofden een nieuwe geest en een nieuw vuur kan oplaaien, een nieuwe elan! De oude Jesse mag glimlachen. Er is een nieuw begin gekomen in degene die Johannes aankondigt: In Jesus de Messias. Die Messias is niet los verkrijgbaar Hij staat tussen de zijnen in. Het hangt van jou af wat het wordt met dat Koninkrijk van God. In de adventstijd proberen wij onze harten open te stellen voor die nieuwe koning. 'Het Koninkrijk van God is nabij' horen wij Johannes zeggen: Mooie woorden om te horen in de Adventstijd, net zo mooi als die heerlijke dromen van Jesaja... Maar: 'Het Koninkrijk van God is nabij' betekent niet: 'geduld het wordt wel beter' neen, 'het koninkrijk is nabij' betekent zoveel als: het is heel dichtbij al aanwezig als je wilt, 'het is in jouw handen. ' Er is tenslotte een oude discussie bekend tussen Rabbi Akiba en rabbi Tarfon, bijna tijdgenoten van Jesus. De discusievraag is: wat is belangrijker dat wij als joden goede werken doen of dat wij ons bezinnen op de wet van God. Rabbi Tarfon zegt: het doen is belangrijker. Rabbi Akiba gaat er tegenin: de bezinning is belangrijker. Na een diepe stilte zeggen ze opeens SAMEN IN KOOR: 'de bezinning is belangrijker want die leidt tot het doen door allen.' Beste parochianen, dat laatste verhaal is geen verhaalTJe het is een soort geestelijk testament van ondergetekende, als is dat hopelijk nog niet aan de orde . U merkt het wel dat ik de bezinning belangrijk vind het contact met onze joods wortels waar Jesus zelf ook uit leefde. De kerk is niet alleen maar een actiegroep: daar zijn er zoveel van GELUKKIG MAAR. Maar de kerk is wel de plek waar mensen samen komen om zich te bezinnen wat er in onze dagen gebeuren moet. Het is de plek waar we vanzelfsprekende standpunten loslaten waar we anderen vinden als medegeïnteresseerden waar we horen wat ons te doen staat, waar we ons bekeren! Zo'n bezinningskerk is nodig, nodiger dan ooit: we mogen best wat meer aan de weg timmeren: we hebben een woord voor de wereld. We worden gesterkt door het goddelijke woord en door het Manna van de Eucharistie in beweging gehouden opdat wij een diakonale kerk worden van mensen van allerlei slag die de wereld dienen. God geve ons de ernst en de toewijding om ons zo op kerstmis voor te bereiden dat wij in ons eigen leven iets laten zien van de vernieuwing waar heel de mensheid op wacht: zo zij het AMEN! |