| Kerstmis 2006: Ik ben bij je |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| zondag, 24 december 2006 | |
|
DE GROTE VRAGEN:
Toen ik mijn veertigjarig priesterfeest vierde zeiden allerlei mensen tegen mij: ‘het zal wel moeilijk geweest zijn al die veranderingen die je meemaakte in de kerk.’ Ik aanhoorde al die opmerkingen altijd met enige verbazing. Waarom is dat moeilijk? Alles verandert toch altijd in het leven. Zou het geloof dan een soort reservaat moeten zijn waar alles stil is en nooit iets gebeurt? Het heeft mij altijd gefascineerd hoe mensen in alle tijden bezig zijn en blijven met het geloof. Ook tegenwoordig natuurlijk. Neen, ik bedoel het niet zo vaag als: ‘ik geloof wel in iets.’ Want zo’n iets kan er zijn of niet zijn. Het heeft geen invloed op je bestaan. Neen, ik merk dat mensen allemaal bezig zijn met de grote vragen. Waar leef ik voor? Heeft het zin dat ik besta? WAT WE MEEMAAKTEN In deze kerk maakten wij in het afgelopen jaar naast allerlei feestelijke huwelijksvieringen dopen en zondagsvieringen ook vele uitvaarten mee. Van enkele breng ik u als bezoekers van deze kerstvieringen op de hoogte. Er was een vader van 59 jaar die aan kanker zou sterven. Hij had veel (terechte) kritiek op de kerk. Maar toen hij terugkwam uit het ziekenhuis hoorde hij de klokken luiden en schoof naar binnen. Hij kreeg zijn geloof weer terug. Zijn zeer kritische kinderen begrepen maar moeilijk dat hij weer naar die kerk waar hij zoveel kritiek op had geuit terugwilde. Kort daarvoor was hier de uitvaart van een jonge vrouw, 41 jaar, moeder van vier kinderen, talloze medeouders, kinderen en medewerkers van hun school waren in de kerk. Samen waren we een beetje sterker. De vier kinderen en hun vader doen hun best verder te leven. De kinderen speelden in de kinderviering van vanmiddag Jozef, Maria, herder en koning, u las het misschien in het buurtblad. De week daarop was er de uitvaart van een opa-weduwnaar die naar jonge mensen luisteren kon. Ik heb nog nooit een uitvaart meegemaakt van zo’n oude man die zoveel jeugd om zich heen had verzameld. Een allemaal doodstil. Ter ere van die oude man, maar ook allemaal aandachtig luisterend naar antwoorden op de vraag die ik net noemde: waar leef ik voor? Heeft het zin dat ik er ben? DE BIJBEL En altijd weer komen we dan dichterbij de kern van het geloof als we gaan luisteren naar de boodschap van de oude joods-christelijke ge¬schriften, de Bijbel. De Bijbel, geen systematisch handboek van het geloof – gelukkig maar, zeg ik, al stelt dat sommige mensen met een overdreven gevoel voor orde en netheid teleur – maar een groot en veel¬kleurig document van menselijk zwoegen, van angst en twijfel, van mistasten en tot inkeer komen. Van steeds weer afdwalen, maar ook van steeds weer opnieuw op weg gaan en je aange¬sproken weten door de woorden van oudsher, en zo eigenlijk door die Ene hoof¬dpersoon van het boek: God die in gesprek gaat met men¬sen, ze roept en uitdaagt om antwoord te geven en hun leven te veranderen. Het is een groot dramatisch verhaal over een volk dat in alle verwarring toch wil leven vanuit het echte, vanuit het geloof dat het voor Iemand staat die ze de ENIGE noemen. Er zijn verhalen bekend van mensen die het niet meer zien zitten. We horen bijvoorbeeld vertellen dat de profeet Elia in plaats van uit preken te gaan onder een struik gaat liggen en zegt: van mij hoeft het niet meer. Maar dan wordt hij aangestoten door een bode van God: ‘vooruit, ga verder, IK BEN BIJ JE.’ HET HEDEN Je leest het overal: de kerken lopen leeg maar dat is gelukkig niet waar. Zeker, mensen komen niet meer omdat het moet maar omdat ze zelf willen. En niet iedereen wil iedere zondag. Wel zijn er sinds enkele jaren steeds meer jonge mensen die zichzelf of hun kinderen aanmelden voor de doop, deze kerst zijn er vier. Of jonge mensen, zoals in deze dienst die weer echt werk willen maken van hun geloof: mensen die zich willen laten vormen om helemaal klaar te zijn een gezin te gaan stichten. Neen, getalsmatig is er nog geen vooruitgang er vallen nog steeds mensen af, ze hebben de kerk dan even niet nodig. Maar tegelijkertijd komen er steeds weer mensen bij, vaak ook mensen die helemaal niet uit een kerkelijk nest komen. Zij ervaren het geloof als een kracht die hun leven kan vernieuwen. HET BROOD DES LEVENS Vanavond zijn we eigenlijk op visite in Bethlehem: de naam van dat plaatsje betekent: HUIS VAN BROOD. En dat is heel toepasselijk. Zei Jesus, toen hij groot geworden was niet tot zijn vrienden: ‘IK BEN HET BROOD DES LEVENS.’ IK BEN HET BROOD DES LEVENS.... Hij, de Zoon, Jesus van Nazareth, roept niet alleen maar wat mooie woorden uit. Hij wijst niet alleen met prachtige adviezen de weg zoals wijze goeroes dat ook zo prachtig kunnen, maar op de lange tocht is Hij ZELF dichtbij als het brood dat je opeet en in je opneemt. De nieuwe gelovigen en ook de gelovigen van huis uit zoals de meesten van ons zijn mogen dat deze nacht hopelijk weer ervaren. Zei Hij ook niet:: ‘Waar twee of drie in mijn naam bij elkaar zijn ben ik in jullie buurt.’ Het lijkt op de nabijheid van een vriend of vriendin die achter je staat: die je leven leefbaar maakt en die de gewone weg van dag tot dag glans verleent. Maar de vriend of de vriendin blijft toch ook een ander, een vreemde. Hij of zij heeft een eigen gedachtenwereld, eigen zorgen en verwachtingen. Je kunt je naaste heel nabij komen maar tot het diepste in de andere mens heb je geen toegang. Als het over Jesus (die ons levensbrood wil zijn) gaat is dat anders. Hij ziet mij aan met het oog van de Schepper, Hij kan doordringen tot op het punt waarop mijn bestaan begint. Hij heeft niets achter gehouden, Hij gaf Zichzelf voor het leven van de wereld. Niets leidt Hem af: Hij kan totaal aanwezig zijn in ons bestaan zonder enige beperking. ONZE EIGEN REACTIE We kunnen ons ons eigen leven voorstellen als een schakeltje in een lange reeks. Dan zijn wij niets meer dan één moment in een biologische keten en zijn wij als individu weinig verschillend van andere levende wezens. Maar in dit natuurgebeuren BREEKT HIJ IN. En wanneer een mens HEM in vrijheid opneemt en aanvaardt houdt de mens op een natuurproduct te zijn. Wij worden op een nieuwe wijze mens, we worden op een nieuwe manier levend. Het lot en het noodlot hebben niet meer het laatste woord; ja zelfs de dood kan ons, vernieuwde mensen, niet meer raken, want Hij neemt ons op in de onverwoestbare intimiteit van Zijn eigen leven. SLOT De mens die het met Hem verder waagt sluit de ogen en stort zich in de handen van Hem die heeft gezegd IK ZAL ER ZIJN. Han Fortman voegde daar ooit aan toe: ‘ze sluiten hun ogen omdat en opdat ze zullen weten, dat als de nacht gevallen is, het ware Licht zal opgaan en zal blijven stralen, heel hun leven door, ja zelfs door de dood heen, VOORGOED!’ Zalig kerstmis en alle goeds, u jullie allemaal in 2007. Hein Jan van Ogtrop, pastoor. |



