Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Kerstmis 2010: ‘ondanks alles’ E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
vrijdag, 24 december 2010

Dit jaar staat er in onze kerk een enorme kerstboom.
Hij is nog over van het kerstconcert van de Telegraaf op 13 december
waarbij Pieter van Vollenhoven geld in ontvangst nam
voor slachtoffers van geweld.

U begrijpt dat ik ook moest denken
aan de slachtoffers van sexueel misbruik in de kerk
maar gelukkig hadden ze het daar toen niet over.

Het was me het jaartje wel.
Het is echt geen ontspanning meer
om even het nieuws te beluisteren of te bekijken.

Dingen die vroeger nog verborgen bleven
worden nu van de daken geschreeuwd.

Niets wordt ons bespaard.
Ik noemde alle dingen al die er zich in de kerk afspeelden
toen kregen we WikiLeaks. Niets kan meer verborgen blijven.

Wat er gezegd wordt aan de borreltafels van onze ambassades
wordt nu door iedereen gehoord en gelezen: grote paniek.

Toen kregen we de creches waar kleine kinderen zijn misbruikt
en gelooft u het maar van mij: er komt nog een hele boel drek
naar buiten die wij vroeger angstig binnen hielden.

Het is me toch een vreselijke tijd.
Of niet?

Ik denk van niet.
Ik denk dat het goed is als alle dingen die naar buiten moeten komen
ook naar buiten komen, hoe onaangenaam dat ook is.

Willen we ooit tot een goede reparatie van deze wereld komen
dan moeten we ook echt weten wat er aan de hand is.

Een joodse filosoof die ik ooit in Jeruzalem beluisterde,
zijn naam was David Rosen, zei het zo.

‘Deze wereld is ziek.
We wachten op genezing en reparatie.
Een loodgieter die ergens komt om een riool te repareren
kan zich niet beperken door een parfummetje te leveren
waardoor je de stank van het riool minder ruikt.
De bijl moet er in. Hij moet de vloer openbreken
en de oorzaak van de stank opsporen, de kapotte buizen vervangen
en zo de zaak afdoende repareren.’

David Rosen vervolgde: ‘onze wereld is verrot, hij stinkt
en de enige manier om die stank te bestrijden
is om de echte oorzaak van de ellende op te sporen
en bij een echte reparatie hoort het nodige sloopwerk.’

De openheid van LikiLeak en alle andere instanties
die alles wat er fout is in de openbaarheid brengen
kan heilzaam zijn voor een echte verbetering van onze wereld:
dat geldt ook voor de kerk en u las misschien dat het bisdom Haarlem
opvalt door de eerlijke precizie waarmee de zaken die aangemeld worden
worden behandeld. Fouten moeten, hoe pijnlijk dat ook is,
bij name worden genoemd.

De uitspraak dat dingen die geheim worden gehouden
van de daken moeten worden uitgeschreeuwd komt van Jesus.
Hij zei dat tegen zijn vrienden toen en ook tegen ons nu.
 
Wat heeft dat met kerstmis te maken?
Alles. Want het gaat daar over vrede op aarde
in de diepste zin van het woord.
Het gaat in de kerk niet om kerstsfeer alleen
en daarom is het de vraag of wij die enorme kerstboom daar
die we de organisatoren van dat Telegraafconcert cadeau kregen
-het is overigens geen echte boom, hij is van ijzer-
de vraag is of we die wel hadden mogen accepteren.

Sommigen die mij goed kennen weten dat ik kerstbomen haat.
Mijn eigen kamer is kerstboomvrij.
Ik ben allergisch voor de kerstsfeer die wordt opgewekt
met engelenhaar en watten, met zilvertjes die tussen je haren gaan zitten
ja bijna ook voor kaarsen maar dat mag ik niet zeggen
want Jesus is het grote licht en de kaarsen die wij in de kerk branden
verwijzen naar hem. En dragen we met Pasen niet plechtig
een supergrote kaars naar binnen: de paaskaars, symbool van Christus.

Een van onze koorleden zei:
‘we halen met die kerstboom eigenlijk een paard van Troje de kerk in’;
- u kent toch dat verhaal van dat enorme houten paard, dat grote
afgodsbeeld dat de onnozele bewoners van Troje als een rijke buit binnenhaalden.
Ze waren er blij mee totdat bleek dat er vijandelijke soldaten in verstopt zaten
die Troje gemakkelijk binnen waren gekomen en de stad konfortabel konden veroveren.

Ik ga verder met het citaat van een van onze koorzangers over dat paard van Troje:
‘als blijkt dat halverwege de nachtmis er uit de boom een man tevoorschijn komt
in een rode jas met witte stroken en een gekke puntmuts die OHOO roept
dan blijkt dat wij als kerk, de strijd tegen de commercie hebben verloren.’

Dit naar aanleiding van de kerstboom die eigenlijk niet in een kerk hoort.

Waar gaat het dan wel om?
Niet om kerssfeer dus maar om het bijzondere feit
dat de God die hemel en aarde geschapen heeft
het fijn heeft gevonden om bij de mensen te komen wonen.

In het oude pelgrimsboek Exodus lezen wij, dat God,
(de herder van zijn volk op weg door de woestijn),
het erg op prijs stelt zelf ook een woontent te hebben
tussen zijn mensen in: een ‘tempel’ van tentdoek.
De rabbijnen spreken hier  hun verbazing over uit.
De God die de hemel heeft als zijn woonplaats
en de aarde als de voetbank voor zijn voeten kan niet zonder mensen
en wil, hoe vaak ze hem ook teleurstellen, dichtbij hen wonen.
Vele joodse geleerden en ook de kerkvaders
zagen dit ‘in een tent willen wonen van God’
als een sympathiek gebaar van Godswege.
Maar kan het ook niet zo zijn
dat God ons in Zijn behoeften laat delen? 
Het klinkt vreemd, maar waarom niet ?
God is Uniek, altijd verantwoordelijk voor alles. 
Iedereen zoekt steeds Zijn hulp en goede raad,
bij Hem, die alles kan en weet. 
Maar misschien heeft Hij die Zijn volk bevrijdde,
het manna gaf, de vijanden verjaagde
zelf ook behoefte aan liefde, aan aandacht. 

God verlangt naar contact met de enige schepsels
die Hem uit vrije wil antwoord kunnen geven. 
Hij wil wanhopig graag dat wij Hem liefhebben,
Daarom ‘beveelt’ Hij zelfs:
"Je moet van Mij, de Eeuwige, jouw God, houden
met heel je hart,
heel je ziel en met alles waartoe je bij machte bent".

Nu 115 jaar staat aan de Leidsevaart in onze stad
een grote stenen woontent voor God:
de St.Bavokathedraal, onze kerk.
Een grote restauratie van ons gebouw zal in januari beginnen
maar let wel – alle diensten gaan gewoon door!

In deze bijzondere kerk zijn we aan het kerstmis vieren samen met Hem.
We hebben geluisterd naar het kerstevangelie:
‘God heeft zijn tent bij ons opgezet;
Hij heeft Zich aan ons laten zien in een kind.

Een kind is lief, altijd.
Ik hoor jonge ouders hier al een beetje protesteren.
Een kind is lief maar niet altijd.
Je bewijst het kind niet genoeg eer
als je het tot een soort knuffeldier degradeert.

Een kind is een mens.
Een kind dat uitgroeit van baby, peuter, kleuter teener
krijgt een eigen plaats in de wereld
en dan blijkt dat het onderworpen is aan alles
wat er hier in de wereld gebeurt.

Een kind wordt zomaar ergens geboren:
in Palestina of in Nederland.
Een kind treedt binnen in een wereld
waarin de machtsverhoudingen duidelijk zijn.

Het kind treedt binnen in een wereld
waarin de koek keurig verdeeld is
en waarin vastgesteld is wie rijk zijn en wie arm
waarin regels zijn om alles dat is zoals het is
ook zo te houden. Wij van de kerken willen ons daar niet bij neerleggen.

Kerkmensen, en dat bent u nu even allemaal voor het gemak
zijn gewone mensen, geen haar beter dan anderen.
De verwezenlijking van hun/onze idealen valt tegen.
Alle fouten in alle eeuwen gemaakt
worden achter hun/ons aan gedragen en terecht.

Daarom begint iedere viering in een kerk
met een schuldbelijdenis: met ‘ik belijd’,
de formulering waarmee ieder aanwezige,
ook degene die even wil inhaken bij het pelgrimsvolk onderweg,
persoonlijk zijn fouten erkent
en zegt dat hij of zij opnieuw beginnen wil.

We hebben dat aan het begin van deze nachtmissen ook gedaan.
Wij, met velen weer met Kerstmis;
wij, kinderen, jongeren en ouderen samen Gods volk onderweg.
Samen kerk, samen bezig als het goed is.

De kerstsfeer deze nacht mag ons niet afleiden
van onze opdracht om licht der wereld
en zout der aarde te zijn.

Je goede wil in daden omzetten,
het lijkt vechten tegen de bierkaai.
En als we iets doen
zijn het de druppels op de bekende gloeiende plaat.

Gelukkig, er zijn mensen die kracht uitstralen, liefde.
Ik denk aan de mensen die zelf ziek zijn en volhouden.
Ik denk aan mensen die hun medemensen
die hulp nodig hebben verzorgen soms jaren lang.

Ik denk aan de jonge ouders die hun kinderen
(-dit jaar werden er meer dan ooit in onze kerk
aangeboden voor de doop-)
ik denk dus aan de jonge ouders die de kinderen
die hun gegeven zijn
-ook als ze niet worden gedoopt-
alle liefde geven die maar mogelijk is.

Waarom die volharding, die zorg,
waarom al die liefde ?

Heeft dat toch niet te maken met geloof,
geloof in de oude droom
dat de aarde ooit met vrede bedekt zal zijn?
De oude droom dat de vrede het zal winnen van de oorlog
en de liefde het zal winnen van de haat.
De droom van de leeuw die zal slapen naast het lam
en de zuigeling die zal spelen naast het hol van de adder?

Beelden die wijzen op iets onmogelijks nu
dingen die niet kunnen en schijnbaar ook nooit zullen kunnen
maar die toch in ons hoofd blijven
en die in de harten der mensen blijven leven
omdat wij in ons binnenste een klein sprankje dragen
van de goddelijke vonk die in ieder menselijk wezen is ingebracht.
 
De vonk van het geloof, het sprankje van de hoop
en de liefde zoals die nog steeds onder de mensen woont
omdat die daar ooit is ingebracht door God
die bij de mensen zijn tenten wilde opslaan.

De God die zijn eigen gezicht liet zien
-zoals wij dit jaar met kerstmis weer proberen te geloven-
in dat ene kind dat weerloos in een kribbe lag
dat weerloos spreken ging
dat ons de wet van Mozes heeft doorgegeven
en ons heeft verteld over een nieuwe wereld
over de trouw van Zijn Vader aan ons mensen.

Het kind dat een man werd die opkwam voor de kleinen
die zei: 'ik was vreemdeling heb je mij opgenomen
ik was ziek heb je mij bezocht
ik was hongerig en dorstig heb je mij gelaafd
ik was in de gevangenis 
heb je mij niet in de steek gelaten want:
wat je de minsten der mijnen hebt gedaan dat heb je mij gedaan.'
In Hem heeft Hij de mensen, u, jij en mij omarmd.

Zeg nooit dat de mens dit niet waard is,
dat God niets van doen kan hebben met ons aardse gedoe.
Je bent als mens, wie je ook bent, hoe je er ook uitziet,
wat je ook hebt uitgehaald nooit ‘van God los’.

Ieder mens is een concreet mens met plussen en minnen,
met zijn eigen wijsheid en zijn of haar (eigen)aardigheden.

Hij is begonnen ons lief te hebben
en daarom geldt als onze hoofdwet:
hebt elkander lief zoals ik jullie heb bemind.

Waar recht gedaan wordt en vrede wordt gesticht
komt Zijn Koninkrijk naderbij.

Geliefd is de mens.
Je mag er zijn, wie je ook bent, wat je ook bent.
Waar liefde is en vriendschap, daar is God. 

Goede dagen, zegen over uw nieuwe jaar
dankzij de zegen van dit kerstfeest.