In de daklozenkrant van december -ik maak graag even reclame voor dat blad- staat een artikel over 'nachtmis-stress' -is dat ook al een ziekte ?- en weet u wie de patiënt is: dat ben ik.
Er staat een grote foto bij van ondergetekende, hij staat op deze preekstoel niet zo mooi aangekleed als vandaag en hij, - de patiënt die aan nachtmisstress lijdt- zegt dat hij niet weet wat hij tegen u moet zeggen. Hij, de patiënt, zegt: dat u allemaal zo verschillend bent u zou gelovig kunnen zijn maar misschien ook atheïst of agnost, zodat het moeilijk zou zijn om iets tegen u te zeggen. Wat een onzin eigenlijk: want u bent toch allemaal mensen mensen met idealen en dromen. Mensen met hoop en teleurstelling, mensen met verdriet en vreugde. U bent allemaal kostbaar en uniek en wat ben ik blij dat u er allemaal bent. Niet omdat ik nu zoveel klanten binnen heb maar omdat ik mij aan uw geloof, uw idealisme en uw volharding kan stichten. Dat van de jongeren die er lekker enthousiast tegen aangaan, die zo nu en dan eens een examentje of een proefwerkje bederven maar toch, vol energie bouwen aan een betere wereld dan die wij hen in handen hebben gegeven. Geen kwaad woord over de jongeren! Ook geen kwaad woord over de ouderen, want die laten met taaie volharding zien dat het de moeite waard is om je in te zetten voor anderen. Vooral heb ik bewondering voor de mensen die naar ons luisteren door de kerktelefoon, dat zijn mensen die hier niet kunnen komen omdat ze ziek zijn of een zieke te verplegen hebben dat zijn mensen die volhouden tegen alles in. Vlak voor kerstmis vorig jaar zijn er twee kinderen gestorven: Jeroen en Johan. Ik noemde ze vorig jaar. Dit kerstmis is voor hun ouders misschien nog wel moeilijker dan het vorig jaar omdat ze zelf verder moeten. Fijn dat u er allemaal bent. Waarom zijn wij hier? Om een oud verhaal te horen. Kennen we dat dan nog niet? Dat verhaal over Jozef en Maria en het kindje en de kribbe en de os en de ezel niet te vergeten en de engelen? Ja we kunnen het wel een beetje vertellen maar wat het betekent? Het is niet zo maar een ontroerend verhaaltje. Het is een verhaal dat gaat over een hele bijzondere geschiedenis die dwars door onze gewone geschiedenis heengaat. Onze gewone geschiedenis, soms slaat je de angst om het hart. Deze dagen hoor je hier en daar al wat vuurwerk knallen. Vorige jaren let ik er niet op maar nu! Nu denk ik iedere keer als ik zo'n knal hoor, aan alle aanslagen waardoor vele onschuldige mensen dit jaar werden opgeschrikt. Ik denk aan het geweld dat losbarstte in Irak, in Tel Aviv, in Gaza, in Istanboel.... Nog geen drie jaar geleden toen het jaar 2000 aanbrak leek alles nieuw te worden. De Berlijnse muur was gevallen, de communistische dictatuur in elkaar gezegen: 'stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw!' De blijde verwachtingen van toen zijn een beetje verdwenen er is al zoveel gebeurd in die drie jaren dat ons milennium jong is. De grote geschiedenis van de mensheid is nog steeds een geschiedenis van geweld en fanatisme, de rijken zijn nog steeds rijk en de armen worden steeds armen. Er is nog steeds geen plaats in de herberg voor de vreemdeling: je hoort de vreemdste dingen zeggen over wat vreemdelingen allemaal mogen en niet mogen: in Frankrijk worden alle mensen geëgaliseerd: geen hoofddoekjes, geen keppeltjes en ook geen kruisjes en in Nederland mogen de gemeenten de mensen die zomaar op straat komen niet meer opvangen. Wat een schandaal! 'Het was in de dagen van keizer Augustus' zo begint het kerstverhaal 'dat er een volkstelling moest worden gehouden over heel de wereld.' Daar ga je dan, arme Joseph. Je vrouw is zwanger, niets mee te maken: vooruit... op reis. Daar gaat Jozef dan, met Maria. Ze moeten zich laten inschrijven in het land van herkomst: dat was het land van Bethlehem. Maar daar was geen plaats voor hen. Net zoals er geen plaats meer is voor asielzoekers die al negen jaar in Nederland wonen in het land waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Mijn collega zei deze maand aan tafel, onthutst door het strakke vreemdelingenbeleid in Nederland: 'je gaat er toch wel even goed tegen te keer' in je kerstpreek! Ik zei: 'graag, bij deze.' Maar laat ik niet te politiek worden: het gaat om de mens en zijn geloof. Maar helaas: het kerstverhaal is zo politiek. Augustus maakt goede sier. Hij wil laten zien dat hij de baas is over heel de wereld. En dus moeten de arme onderdanen er aan geloven. Het verhaal van Lucas is heel sarcastisch geschreven: Augustus beval.... ook Jozef ging op weg. Wat een prachtig contrast: de grote keizer en de kleine man Jozef. Het bijzondere van het kerstverhaal zit hem in de aandacht voor het gewone. Om aan te geven dat het gewone bijzonder is zijn zelfs engelen nodig die dat komen vertellen. Neen, niet in de salons van Jeruzalem maar op de velden van Efrata aan de herders die door iedereen geminacht werden. Aan hen wordt bekend gemaakt dat er een kind geboren is tussen de armen in en dat hij degene zal zijn die de geschiedenis van de mensheid in een nieuwe fase zal brengen. Dat zal hij niet doen met geweld. Hij heeft geen legers hij heeft alleen maar de belofte van God de Vader dat hij zijn geliefde zoon is en dat Hij, de Vader spreekt door hem. Hij, de Vader, spreekt door de woorden die Jesus zal spreken en Hij de Vader, laat zien wie hij is, door de dingen die Jesus zal doen. En dat zijn geen grootse dingen maar tekenen van Gods solidariteit met en zijn steun aan: de zieken, de verlatenen; de mensen die geen echte herders hebben om voor hen te zorgen. De dag van vandaag, kerstmis, die wij deze avond al inzetten, is belangrijk en heeft een bijzondere boodschap die voor alle mensen bestemd is. Wij zijn niet alleen, er is Iemand in de buurt. Ons leven, het leven van u en van mij, het leven van allen die u dierbaar zijn, maakt deel uit van een grote geschiedenis: die van God en de mensen op weg naar de vrede. 'De aarde zal met vrede bedekt zijn' hoorden wij in de eerste lezing: 'de wolf zal slapen met het lam en de zuigeling zal zijn handje kunnen steken in het hol van de adder.' In het tekstboekje leest u nog veel meer over die Jesajalezing die ik hier alleen maar even noem. Alles wat wij gaan doen, vanaf vandaag maakt weer deel uit van die belangrijke geschiedenis van God. Ieder individu is belangrijk en alles wat wij doen of zeggen is van grote waarde want het kan de echt doorbraak beteken van het Koninkrijk van God. Ik heb hoop. Ik zie een nieuwe generatie. Ik zie de jongeren, misschien niet allemaal zo kerks, maar ik zie toch hoe dit jaar vele, zeer vele jonge ouders, hun pasgeborenen de kerk binnendroegen om ze te laten dopen. Ik denkt aan de bruidsparen die rond kerstmis trouwen . Ik kijk naar de kinderen van de parochianen die ik steeds meemaak -toch ook even een pluim op de hoed van de honderden die hier iedere week komen. Ik zeg dat niet om de anderen te beschamen maar omdat we hen niet kunnen missen om deze kerk open te houden en het maatschappelijk werk, de diaconie, het vredeswerk, het bezoekwerk en noem het maar op, hier mogelijk te maken. U trof trouwens ook een kaart aan bij uw boekje waarop u zich ook kunt opgeven als vrijwilliger: wij zullen u met open armen ontvangen. Ik kijk naar de kinderen van de parochianen die ik ken -zo begon ik mijn zin- en ik zie hoe zij zijn: goede mensen soms zelfs nog beter dan hun ouders; en ik heb hoop. Hoop omdat ieder die hier gekomen is toch iets heeft met het kind van Bethlehem. En wij hopen en bidden -om meister Eckhart weer eens te citeren- dat de wij de Christus ook, niet alleen in Bethlehem, maar ook in ons eigen hart geboren laten worden. Wel heeft het kind van Bethlehem, dat later man werd veel helpers nodig. Het heeft, hij heeft om navolgers gevraagd opdat zij, net als Hij, op de mensen afgaan; troosten wie troost nodig hebben, bemoedigend wie bemoediging nodig hebben. Als wij die mensen durven zijn zullen wij ontdekken dat wij die allemaal op zoek zijn naar vastheid, naar de zingeving van ons bestaan ontdekken dat, terwijl wij naar Hem aan het zoeken zijn, Hij ons al gevonden heeft en zegt: JIJ....en vult u dan uw eigen naam maar in... ik ken jou wel, ik heb jou nodig, jij, die bent zoals je bent, mag er zijn zoals je bent: je mag er zijn. AMEN. Maar voor we het Credo zullen aanheffen een gebed, het staat op naam van Franciscus, die de eerste kerststallen heeft gebouwd om de gewone mensen van zijn tijd het verhaal van Gods solidariteit met de mensen duidelijk te maken: Heer, maak mij tot een werktuig van UW vrede, laat mij er meer op uit zijn te troosten dan om getroost te worden, te begrijpen dan om begrepen te worden te beminnen, dan om bemind te worden. Laat mij waar haat is, liefde brengen, waar verharding is -is er nog iemand met een verborgen conflict hier- tot vergeving stemmen. Laat mij waar verdeeldheid is eendracht stichten -wij danken God voor de groeiende oecumene- waar dwaling is waarachtigheid tonen, waar wanhoop is hoop wekken, waar droefheid is vreugde brengen waar duisternis is licht ontsteken: want wie geeft wordt rijk wie durft verliezen vindt wie vergeeft krijgt vergeving en wie sterft zal leven. AMEN |