Kerstmis 2007: Overweging bij de afbeelding van dit jaar: ‘even kwetsbaar als wij’.
‘IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdel’ is een van de bekendste bijbelteksten. Het is de eerste regel van het boek Prediker. “IJdelheid der ijdelheden, zegt de prediker, ijdelheid der ijdelheden en alles is ijdelheid.” Het is een tekst waar je op het eerste gehoor down van wordt vandaar dan ook de conclusie: “Wat heeft een mens aan al zijn zwoegen en tobben onder de zon?” Het leven lijkt een volkomen willekeurige zaak, je bent er nu eenmaal dus moet je er maar het beste van maken: “Geslachten gaan en geslachten komen en de aarde blijft al maar bestaan.” Het lijkt wel of het allemaal buiten jou om gebeurt: “De zon komt op en de zon gaat onder, en haast zich dan weer naar de plaats waar haar loop begint. Het is een vermoeiend verhaal en geen mens kan er iets over zeggen.”

Al deze diepzinnigheid is zo’n 2400 jaar geleden bedacht. Men noemt het boek Prediker ook wel ‘een herfstboek.’ De synagoge leest het bij het Loofhuttenfeest. Maar het staat ook in de christelijke Bijbel. Het is ook aan ons gegeven kennelijk om er wat aan te hebben… en als wij het goed verstaan zal dat ook lukken. Want na alle somberheid van Predikers eerste woorden begint hij te vertellen dat er een tijd is van vreugde en verdriet, van vinden en verliezen, van huilen en lachen, van omhelzen en af te stoten (Prediker 3). Prediker beëindigt die beschouwing met te zeggen dat het daarom maar goed is elkaar vast te houden en samen lekker te eten. Is dat diepzinnig? Of juist niet? Het lijkt wel kerstmis nieuwe stijl, zonder kerk. Maar toch: er zit bij Prediker meer achter dan bij de gewone kerstvierder anno 2007. Prediker weet: de gewone dingen zijn niet echt gewoon, de gewone geschiedenis is niet echt saai want door alles heen is er Iemand met ons bezig, God die naar ons kijkt met een glimlach, en die ons opbeurt, overeind helpt en doet voorgaan. Wij worden uitgenodigd te eten en te drinken en ook van de goede dingen die er zijn te genieten maar dan wel zo dat wij beseffen dat wij met anderen op deze aarde zijn en geroepen zijn er zo samen werkelijk het beste van te maken. Jesus, die zelf ons levensbrood wil zijn heeft niets achter gehouden, Hij gaf Zichzelf voor het leven van de wereld. In schamelheid kwam hij ter wereld in Bethehem, een kwetsbaar kind, net als wij allen kwetsbaar zijn. Maar zo is er troost in ons bestaan Kwetsbaar als wij zijn, zijn wij door God geliefd. Maar dan worden we wel uitgenodigd om werkelijk op zoek te gaan naar de dingen die belangrijk zijn. Dat betekent ook dat wij dingen moeten loslaten. Loslaten. Wat moeten we loslaten? Ons egoïsme, ons eigen gelijk. Ons egoïsme: alles wat wij hebben is ons gegeven, we moeten dus aan het verdelen slaan. En we zullen moeten leren vergeten en vergeven, nieuwe kansen geven aan anderen en ook de nieuwe kansen benutten die ons gegeven worden. Als het goed is wordt ons bestaan rijk, echt rijk als wij beseffen gaan dat Hij, de Eeuwige, vol verwachting naar ons kijkt, van ons houdt en ons allemaal nodig heeft om er te zijn voor anderen. Dat we zo blij, hopelijk lang met en voor elkaar mogen leven. God zegene ons allen, met alles wat wij in ons hebben. Het Pastorale Bavoteam: Hein Jan van Ogtrop, Erna Peijnenburg |