|
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop
|
|
zondag, 13 december 2009 |
Zondag Gaudete 2 Makkabeeën 10,1-8 het nieuwe licht Lucas 3,10-18 wat moeten wij doen? Ik heb dit jaar al vele verlichte kerstbomen al gesignaleerd volgens mij verschijnen ze veel eerder dan vroeger.
Denkend aan het groen en het licht wil ik vandaag eens een oud feest belichten waar veel elementen in te vinden zijn die aan kerstmis doen denken. Ik denk aan het joodse Chanoukah-feest dat in de komende week begint en ook op de oude Groenmarkt in Haarlem in de schaduw van onze oude Bavo gevierd gaat worden. Bij het Chanoukah-feest hoord de Chanoukahkandelaar, de kandelaar met de 7 of 8 armen. Ik zal dat straks uitleggen. Die lichten zijn, net als onze kerstlichtjes, een teken van hoop in donkere dagen. Het Chanoukahfeest herinnert aan duistere tijden. De geschiedenis speelt zich af zo’n 130 jaar voor kerstmis. De Grieken hadden onder leiding van Alexander de Grote bijna heel de bekende westerse wereld veroverd.
Ook Jeruzalem was ingenomen. Een brutale landvoogd van Alexander, Antiochus Epifanes genaamd had in de tempel van Jeruzalem een beeld laten zetten van de Griekse oppergod Zeus, een gruwel in de ogen van de Joden. Toen kwam er een protest een opstand onder leiding van Judas Maccabeus en de tempel werd heroverd. Het joodse Chanoukah-feest herinnert er aan hoe die Griekse bezettende macht werd verdreven en hoe midden in de winter, zo rond half december, de tempel van Jeruzalem gereinigd werd en opnieuw ingewijd. Volgens het verhaal werd er toen een klein kruikje olie gevonden om de 7-armige kandelaar die midden op het tempelplein stond aan te steken.
Eén kruikje olie, normaal gesproken net genoeg voor één dag licht. Maar, zo vertelt de vrome overlevering, de kandelaar bleef op die olie maar liefst acht dagen branden. Als herinnering daaraan branden de joden van Haarlem en Amsterdam en overal vroeger en nu als teken van hoop door alle ellende heen, de Chanoukahkandelaars met de acht lichten. Zo’n 160 jaar later loopt er een vreemde man rond ver van tempel. Zijn vader had daar gewerkt (Zacharias) maar Johannes was naar de woestijn gevlucht. Neen, niet om rust te vinden in de eenzaamheid of zich te 'versterven' in de woestenij maar om terug te kunnen gaan naar de oorsprong. De woestijn is immers de plaats waar het volk Israël zijn bruidstijd met de Eeuwige heeft gevierd, de plaats waar het bevrijde volk van God het brood uit de hemel kreeg. Het Manna, het brood om niet te bezwijken naar het lichaam, en de TIEN GEBODEN, het brood om van te leven in de Geest.
Johannes wil de mensen terugleiden naar die tijd en opwekken tot trouw aan die tien geboden. En er gebeuren dan wonderlijke dingen. Geen wonderen in de gewone zin van het woord maar dingen die eigenlijk veel belangrijker zijn. Er komen mensen naar Johannes luisteren en dat niet alleen, ze zijn onder de indruk en gaan hun levensstijl veranderen en is dat geen geweldig wonder?
En dan is er ook sprake van een wederopstanding -net als in de tijden van het eerste Chanoukahfeest: er gebeurt een wonder.
Het is immers volgens de joodse leer het grootste wonder wat er gebeuren kan als mensen zich bekeren.
Als mensen niet op de oude manier blijven leven maar willen veranderen. Dat hoorde u in het evangelie van vandaag. Ze gaan allemaal vragen: ‘wat moeten wij doen?’
Er is hoop voor de toekomst want velen willen horen naar Johannes en van de partij zijn: meedoen.
Ze komen misschien niet toe aan al te verheven idealen die je toch niet haalt maar willen wat doen.
En Johannes helpt hen. Hij is een realist en verkondigt: ieder mens zal op de plaats waar hij/zij staat moeten doen wat er gedaan moet worden. En de gewone mensen krijgen dan van Johannes te horen wat zij in hun eigen levenssituatie moeten doen.
De tollenaars zullen niet allemaal hun tolhuis hoeven te verlaten (zoals Matteüs die er vandaan geroepen werd) maar 'niet méér vragen dan is vastgesteld'. Ook soldaten komen aangelopen: 'wat moeten wij doen?' Johannes zegt hier niet: 'je dienst verlaten' maar: 'niemand uitplunderen, niemand iets afpersen en tevreden zijn met je soldij'. De mens die veel heeft zal niet alles moeten verkopen en straatarm worden maar wel vele, zoveel mogelijk anderen moeten laten delen in zijn rijkdom.
Het gaat allemaal om heel nuchter handelen, hier en nu. Het zou fijn zijn als wij in deze dagen ook die goede dingen zouden gaan doen die het klimaat goed beinvloeden en ze de aarde redden. Daarbij heeft ieder zo zijn eigen taak.
We kunnen niet allemaal heilig worden, ook niet allemaal tegelijk maar wel op de plek waar wij staan werken aan de doorbraak van het licht.
Zondag Gaudete is het vandaag, 3e Advent, zondag ‘heb hoop, het kan nog wat worden.’
In het Romeinse rijk in de dagen dat Jesus geboren werd en op aarde leefde werd het feest gevierd van de onoverwinnelijke zon. Het Evangelie van de kerstnacht zal ook spreken over een stralende zon. En dat zal dan niet keizer Augustus zijn (hoewel zijn naam: 'de stralende' betekent) maar het kleine weerloze Messias-kind in de kribbe.
Van deze mens geloven wij dat Hij licht heeft gebracht in ons bestaan.
Zijn komst was de oproep tot menselijkheid en liefde waar we niet meer omheen kunnen.
Zijn leven was inzet en trouw tot het uiterste, zijn wezen was liefde in persoon.
Uitziend naar hem en naar Zijn nieuwe toekomst vieren wij zondag Gaudete: wees blij!
Wees blij om het merkwaardige geheim dat God alleen maar daar wonen wil waar wij mensen wonen
Weest blij, want in alle tijden zijn er mensen die niet willen leven bij de waan van de dag wees blij want ook in deze tijd zijn er mensen op zoek naar de diepte in hun bestaan.
Weest blij want straks na deze viering zullen veel mensen in de rij staan omdat ze de boodschap van kerstmis willen horen en omdat ze hun leven willen richten op het goede.
Weest blij. En dan te bedenken dat Paulus zijn oproep opschreef terwijl hij in de gevangenis zat en helemaal niet blij hoorde te zijn.
In de gevangenis was hij alles kwijt en misschien daardoor zo’n rijk mens geworden. Niet meer de fanatieke prediker zoals wij Paulus vaak horen maar een milde wijze mens die in zijn ellende, terwijl hij alleen maar kwaad om zich heen ziet tegelijkertijd ziet dat Gods geschiedenis met de mensen doorgaat in zijn dagen, in onze dagen, in alle dagen. Daar geloven we in vandaag dankbaar voor allen die zich bij ons willen aansluiten God is niet weg: Hij woont bij ons mensen.
Daarom eindig ik met Paulus’woorden waarnaar deze zondag genoemd is te herhalen:
‘Broeders en zusters al moet ik veel doormaken en al gebeuren er veel dingen die donker zijn en slecht, ik zeg u: ‘Verheugt u in de Heer te allen tijden. Ik durf het zelfs te herhalen: verheugt u! Uw nieuwe levenshouding, uw vriendelijkheid moet alle mensen bekend zijn. De Heer is dichtbij. Weest onbezorgd. En laat aan God in al uw bidden en smeken vertrouwvol weten wat uw wensen zijn maar vergeet nooit te danken voor alles wat je kreeg. Dan zal God met zijn vrede, die alle begrip te boven gaat waken over je hart en je gedachten en je behoeden in Christus Jesus. ‘ (naar Filippenzen 4,4-7)
Hein Jan van Pgtrop, Pastoor
|