(zondag Laetare) 1 Samuël 16,1-13 de zalving van David Johannes 9,1-41, de blinde ziet. 'Laat je het licht een beetje aan' hoor ik kinderen vaak roepen naar hun ouders als ze de trap afgaan na het in bed leggen. Donker is eng. Op vakantie liep ik een keer in de Ardennen het was donker… helemaal zwart. ik verliet het hotel en liep een donker weg op het werd steeds donkerder het was inktzwart. Ik liep het donker even in maar keerde toch gauw terug naar het licht van het hotel… Soms draaide ik me even om: inktzwart was het achter mij. Ik liep steeds vlugger.. gelukkig zag niemand mij.. angstig weglopend van het donker.
Bij de ingang van de tempel zit een man die vanaf zijn geboorte blind is… alles is zwart, altijd. Jesus stopt bij hem: Hij ziet hem en er gaat iets gebeuren. Johannes wil ons, door deze ontmoeting te vertellen, iets duidelijk maken over ons eigen leven. Hij wil ons vertellen dat niemand kan leven zonder het licht. Zonder het ware licht wel te verstaan, het licht van God en van zijn zoon. Vlak bij de plek waar Jesus met de blindgeborene staat had ooit de profeet Jesaja gestaan. Hij had gesproken tot het volk van God maar had weinig gehoor gevonden. Toen had hij in zijn woede gezegd: 'je kunt hun oren net zo goed dichtstoppen, ze luisteren niet, je kunt hun ogen net zo goed dichtsmeren.. ze zien toch niet.' Het is die tekst die in het genezingsverhaal van vandaag in herinnering wordt geroepen als Jesus met deze blindgeborene aan de gang gaat. De omstanders hebben een eenvoudige oplossing voor het mysterie van zijn blindheid: 'zijn ouders of hijzelf hebben zeker flink gezondigd.' Maar Jesus ontkent dat. Jesus vertelt dat deze blindheid alleen maar dient 'opdat de werken Gods aan het licht zullen komen.' Hij zal deze blindgeborene -die nog nooit een sprankje licht gezien heeft- als een soort levend lesmateriaal gaan gebruiken om de omstanders te verkondigen dat God het ware licht is en hoe pijnlijk de blindheid is, de verblinding eigenlijk, van al degenen die dat niet willen zien. --- De profeet Samuël kijkt naar de zonen van Isai (Jesse). Hij ziet de oudste: krachtig en groot: 'dit is een geschikte koning voor Israël. Maar gelukkig kijkt hij verder Tot hij uiteindelijk de kleine David ziet en hem tot koning zalft van Gods eigen volk. Terug naar het verhaal van vandaag. Jesus ontmoet de blinde… Hij zal hem gaan genezen. Daartoe gaat hij de ogen van de blind eerst dichtsmeren: We weten nu waarom we hoorden dat door Jesaja noemen. Daarna zegt Jesus: 'ga je wassen in de vijver Siloam, (de vijver waarin de heilige vaten van de tempel gewassen worden) en... de blinde komt terug en ziet. …..Jesus zelf is nu even uit het zicht. De ex-blinde wordt van alle kanten aangevallen... mensen schijnen daar altijd een genoegen in te hebben om één mens aan te vallen. De ex-blinde, hij was ooit blind en hoorde dus blind te blijven. Hardnekkig blijft iedereen hem 'de blinde noemen'. Maar de man ziet... en hoe! Hij getuigt dapper tegen alle roddel in: 'het is nog nooit vertoond dat een blindgeborene genezen wordt, de man die dat teweeg gebracht heeft moet toch wel een bijzonder mens zijn!! ' Hij preekt prachtig over Jesus als degene die mensen altijd nieuwe kansen geeft, mensen vernieuwt en verandert. En nu wordt langzamerhand duidelijk wie de echte blinden zijn: de mensen die dit teken niet willen zien. Terecht had de profeet Jesaja eens geschreven: 'terwijl ze horen, horen ze niet en terwijl ze kunnen zien zijn ze als blinden... -------------- Als Jesus aan het einde van het verhaal de ex-blinde weer ontmoet sluit Jesus bij de woorden van de profeet aan: 'ik ben tot een oordeel in de wereld gekomen -en dan komt een hele eigenaardige zin- opdat de niet-zienden zouden zien en de zienden blind worden.' Het is duidelijk dat Jesus niet alleen spreekt over het zien met je gewone ogen maar het verder kijken dan je met die gewone ogen doet... het zien naar wat het ware licht dat God je openbaren wil. Als Jesus zegt dat hij tot een oordeel is gekomen opdat de niet-zienden zouden zien en de zienden blind zouden blijken te zijn roept dat een diepe verontwaardiging op bij de omstanders: 'Zijn wij soms blind?' vragen zij ... Wat hebben ze hem goed begrepen. Je zou verwachten dat Jesus zegt: 'ja, jullie hoeven niet meer mee te doen. jullie zijn hopeloze gevallen.' Maar dat is niet in Jesus' stijl: Hij schrijft hen en niemand af en zegt: 'als jullie werkelijk blind waren zou je geen schuld hebben maar nu je voorgeeft te zien, nu wel!' Zelfs de meest verstokte ongelovigen wil Hij nog een kans geven... misschien zullen ze de les nog zien en zich bekeren. Het licht van God wil ieder mens tegemoet treden en ook ons leven verlichten. God geeft ons allen nieuwe kansen, en voor zover er dingen in ons leven mislukt zijn is Hij, in deze weken bijzonder, een God van vergeving en mildheid. Wij worden uitgenodigd naar Hem op te zien. De vorige week spraken wij over het levende water waarmee wij besprenkeld zullen worden en vernieuwd, nu denken wij eraan dat in de Paasnach in ons midden het licht zal worden ontstoken en het Exsultet worden aangeheven: opdat wij ziende zullen zien en horende zullen gaan doen waartoe Hij ons uitdaagt onze Koning en Herder: Jesus. 'Eens kwam de rebbe van Krakau de kamer in waar zijn zoon in diep gebed verzonken was. In de hoek stond een wieg met een huilend kind. De rebbe vroeg zijn zoon: Hoor je niet dat het kind ligt te huilen? De zoon zei: 'Vader, ik was in God verzonken'. Toen zei de rebbe: 'Wie in God verzonken is, hoort het als er een blad van de boom valt en ziet zelfs de vlieg die op de muur kruipt.' Echt zien in de bijbelse zin van het woord is niet altijd prettig, het betekent: weten, betrokken zijn, de knop niet omdraaien, je blik niet afwenden. Alles aanzien, terwijl je het soms niet kunt aanzien. Een zien dat aanzet tot daden. Met een ander verhaal uit de Joodse traditie wil ik eindigen. Er was eens een oude rabbi die de vraag stelde wanneer de nacht eindigde en de dag begint. Zijn leerlingen dachten er diep over na, maar geen van hen kon hem het juiste antwoord geven. Toen zei de rabbi: 'Wanneer je een mens in het gezicht kunt kijken en je ziet je broeder of zuster, dan is het dag. Kun je dat niet dan is het nog nacht om je heen.' Onze opdracht is duidelijk: Zien wat we moeten zien en voorzover nodig elkaar het licht doorgeven, opdat wij allemaal gaan zien, troosten en genezen. Dan is het de grote zondag Laetare de dag door de Heer aan ons gegeven laat ons hem danken verheugd dat wij leven. AMEN. |