| Liefde |
|
| Geschreven door Eric Fennis | |
| zondag, 19 oktober 2008 | |
29ste zondag door het jaarHet komt nog wel eens voor dat de Bisschop op de Nieuw Gracht een brief krijgt van een parochiebestuur dat eigenlijk vindt dat de financiële afdracht aan het bisdom wel erg hoog is. Van dit soort ‘kerkbelasting’ die o.a. geheven wordt over de zondagse collectes, worden de medewerkers van het bisdom en het dekenaat, maar ook alle pastores betaald. U begrijpt dat wij u alleen daarom al graag te vriend houden. De beantwoording van zo’n brief, die de Bisschop vervolgens naar mijn bureau schuift, vergt wel enige pastorale vaardigheid om er een blijde boodschap van te maken die vervolgens onvermijdelijk is. Of om het maar met de belastingdienst te zeggen: ‘leuker kunnen we het voor u niet maken, makkelijker misschien wel. Wat dit laatste betreft zou ik kunnen volstaan met een variant op die ene zin uit het evangelie van vandaag: ‘Betaalt u nou maar aan de Bisschop, wat aan de Bisschop toekomt, dan bepalen wij wel voor u wat aan God toekomt’. Maar dat is te simpel en gelukkig niet mee van deze tijd. Het verkondigen van de Blijde Boodschap is niet in geld uit te drukken, maar de manier waarop het gebeurd vraagt wel om geloof, kennis en kunde. De vragen die wij in deze tijd hebben zijn heftig, omdat geld wel degelijk ons leven en daarmee de mate van geluk lijkt te bepalen. We worden maatschappelijk nog steeds afgerekend op ons economische nut. Maar wie ik als mens ben en wat diezelfde maatschappij voor mij kan betekenen zijn vragen die steeds harder klinken. En heeft de Kerk, die door diezelfde maatschappij soms als mateloos ouderwets wordt versleten, daar een antwoord op? Al eeuwen heeft onze kerk een verkondigende taak. We denken vandaag op Wereldmissiedag daarom speciaal aan al die mannen en vrouwen die huis en haard verlieten om als missionaris of zendeling elders in de wereld te gaan werken. Met een Blijde Boodschap, sterk gekleurd door de Kerk van die dagen, werden mensen ver weg van hier tot geloof gebracht. Waar toen misschien wat meer het accent lag op het bekeren van de plaatselijke bevolking, ligt tegenwoordig de aandacht vooral bij het ontwikkelen van kennis en medische zorg. Mensen moeten zelf door scholing etc. zich bewust worden van hun kansen en verantwoordelijkheid nemen voor de opbouw hun land. Bekeren doen missionarissen niet meer zoals dat vroeger ging, zij worstelen nu eerder met vraagstukken rond aids en preventie, maar ook hoe om te gaan met politieke regimes die mensen onderdrukken en uitbuiten. Mensen die onderdrukt worden hebben er niet zo veel aan als je als Blijde Boodschap verkondigt dat je ook je andere wang maar moet toekeren. Ze worden al genoeg geslagen! De spanning tussen de kerkelijke leer en het echte leven is bij deze missionarissen misschien wel veel groter dan bij ons. Aan de ene kant de kerkelijke regels willen hanteren en aan de andere kant merken dat dit niet altijd kan. Ze worden daarbij maar al te vaak in diezelfde spagaat getrokken als waar de Farizeeën Jezus vandaag op willen pakken. Jezus heeft te maken met tegenstanders in een lastige politieke kwestie. Hem wordt een strikvraag gesteld: ‘Moet je aan de keizer belasting betalen?’ Als Jezus nee zou zeggen, dan zou hij onmiddellijk worden opgepakt door de Romeinse bezetter. Zou hij ja zeggen, dan werd hij gepakt door z’n eigen landgenoten. Belastingen waren ook toen niet populair. Maar vooral was die belasting het symbool bij uitstek van de gehate Romeinse bezetter. Opvallend is dat hij om een muntstuk vraagt en er op wijst wiens beeltenis er op staat; die van de keizer. En Hij zegt daar indirect mee dat er van God geen muntstuk bestaat en dus geen beeltenis. Dat kan ook niet omdat wij als mens zelf beeld van God zijn. We zijn door Hem gemaakt en lijken op Hem zoals het Scheppingsverhaal ons leert. Wij moeten God dus ‘betalen’ met dat wat wij van hem zelf geleerd hebben. Goddank kunnen we daarvan nooit in een financiële crisis raken. Want het gaat bij God niet om gebakken lucht, maar om de mateloze liefde van een reële persoon aan wie wij ons mogen spiegelen en die Gods bedoeling met de mensheid totaal heeft voorgeleefd: Jezus! Zijn beweging had aanvankelijk geen enkele macht. Zijn partijprogramma speelde geen rol in het politieke krachtenspel van die tijd. Sommigen waren hooguit geïrriteerd door Zijn manier van doen. Maar het signalement waaraan zijn volgelingen te herkennen waren was de liefde. ‘Zie hoe ze elkaar liefhebben’, zeiden uiteindelijk ook de Schriftgeleerden tegen elkaar. Jezus mag ons Zijn spiegel dus voorhouden. Hij was een vrij mens en koos er in die vrijheid voor zijn Vader te gehoorzamen, ook toen het zwaar werd. Hij was geen politiek acteur, Hij heeft werkelijk liefgehad, onvoorwaardelijk. De paradox van het christendom bestaat erin dat Jezus zelfs zijn lijden onderging uit liefde. Daar ligt dus kennelijk het antwoord op de vraag wat God toekomt: liefde! Klinkt dat soft of versleten? Ik vind van niet. Want wie kent niet het gevoel dat een beproefde liefde je verdere leven kan bepalen. Want zo de liefde je kroont, zij kruist je ook. En al dient ze tot je groei, zij snoeit je evenzeer. En zo zij opstijgt tot je hoogte en je teerste takken streelt die rillen in de zon, zijn daalt ook af naar je wortels en rukt hun houvast aan de aarde los. Al deze dingen doet de liefde, zodat je leert kennen de geheimen van je hart en daardoor het geheim van het leven. Dit is niet de liefde waar BNN of Sex and the City het over hebben. Dat kan leuk zijn, maar tegelijkertijd ook ontzettend plat! Nee, als het bij God om liefde gaat, dan is dat een mateloze en onvoorwaardelijke liefde. En wij hebben van God diezelfde vrijheid gekregen als Jezus om hem daarin te volgen. Het is nml diezelfde vrijheid waarmee God de wereld geschapen heeft. Een vrijheid dus die al het menselijke overstijgt, die niet te koop is of in aandelen om te zetten. Een vrijheid waar je geen patent op kunt nemen of belasting over hoeft te betalen, maar bereikbaar moet zijn voor ieder van ons. Het is een vrijheid die gratis is, maar die ons wel verplicht anderen daarin te laten delen. Want wie werkelijk vrij is, gunt ook een ander het beste. En dat is een andere vrijheid dat waar onze wereldeconomie op gebouwd leek. Dat blijkt toch meer een berekende vrijheid, die in het slechtste geval keihard met je afrekent. Gods vrijheid stelt mij in staat om van mijn leven uit te delen; mijn kracht aan wie kwetsbaar is, mijn welvaart met wie niets heeft, mijn warmte en liefde met wie in de kou staat. Dat is een gelovige opdracht, niet alleen voor missionarissen ver weg, maar voor ieder van ons dichtbij. Toch begint geloven daar niet mee, het begint ook niet met de Kerk, of met theologie of pastoraat, niet met ethiek en zelfs niet met naastenliefde. Het kan er allemaal het resultaat van worden. Nee, geloven in Gods begint met het diepe besef dat God bestaat en dat Hij liefde is. Het begint met je geborgen weten in een liefde die onpeilbaar is en onvoorwaardelijk. Daarmee mogen we weten dat we niet een soort aardworpje zijn in een oneindige kosmos. Nee, we zijn uit een eeuwige liefde geboren en worden door die eeuwige liefde ook gedragen. Een liefde die me niet altijd kan beschermen tegen ziekte of kwaad, maar die me wel draagt door de diepte heen, zelfs tot over de grens van de dood. Belasting moeten we betalen en ook het bisdom leeft niet alleen van de heilige geest. Maar de blijde boodschap is niet in geld uit te drukken en dus ook niet mijn waarde als mens. Echte liefde is niet te koop, het mag je overkomen en je mag het geven, net als God die ons het eerst heeft liefgehad. |

Maar het belangrijkste is toch wel dat de kathedraal het huis is van een gemeenschap van mensen: de St. Bavo-parochie. Zonder al de mensen die zich daar mee verbonden weten, daar samenkomen en ook veel werk verzetten zou het bovenstaande niet eens allemaal in de kathedraal kunnen!


