Openingswoord :De zorg voor de ene mens: Halverwege de twintigste eeuw voelde Paus Pius XIIe zich geroepen het dogma van Maria ten Hemelopneming met lichaam en ziel af te kondigen. Hoewel vele theologen er protest tegen aantekenden -het zou de oecumene schaden- zette hij toch door.
Hij had daarvoor een bijzondere reden. In een eeuw waarin de meest massale slachtingen van de menselijke geschiedenis hadden plaats gevonden, de eerste wereldoorlog, de Russische revolutie, de koloniale oorlogen, de tweede wereldoorlog met als dieptepunt de systematische uitroeiing van de joden stelde hij tegenover deze menselijke willekeur en dit afschuwelijke gebrek aan eerbied voor het menselijk leven Gods zorg ons ten voorbeeld voor het ene individu: de ene mens. Terwijl voor de mensen de levens niet belangrijk schenen was God zorgzaam voor die ene mens: Maria de moeder Gods, ten hemel opgenomen met lichaam en ziel, verheven maar toch één van ons. Hebben wij van de verkondiging van dit dogma 60 jaar geleden veel geleerd? Zijn we wijzer geworden? Is er meer eerbied voor het leven nu? Ik weet het niet, wel weet ik dat er in iedere tijd opnieuw rechtvaardigen zijn, mensen die zorgzaam zijn, lief en dapper. Laten we ons tekort schieten belijden, bij God om ontferming roepen en God eren om zijn trouw door het Gloria te zingen misschien leren we het ooit nog wel: eerbied te hebben voor elkaar. PREEK: Openbaring van Johannes 11,19a; 12,1-10 1 Kor. 15,20-26 Luc. 1,39-56
Maria verdient vandaag alle eer. Zij heeft eens haar bereidheid getoond om moeder te worden van de Messias door haar antwoord aan de engel 'Mij geschiede naar uw woord.' Die uitspraak klinkt in de oren van de moderne mens ouderwets, maar is dat zeker niet. Hier is juist sprake van de volle bereidheid om actief deel te nemen aan Gods vernieuwingsbeweging. In Lucas 1 dat we vandaag lazen wordt gezegd hoe Maria na haar bereidheidsverklaring aan de bode van God naar haar nicht Elisabet toegaat. Daar brengt ze vreugde en beweging teweeg. De kleine Johannes in wording sprong op in de schoot van Elisabet (Luc. 1,40), hij danst net als David ooit danste voor de ark. Na deze nieuwe beweeglijkheid zingt Maria haar 'Magnificat' . Meer een actie- en protestlied dan een hymne, waaronder het altaar bewierookt kan worden zoals tijdens de vespers (het kerkelijk avondgebed) gebruikelijk is. Het begint als hyme: 'Hij is machtig, gezegend is zijn naam. ‘ 'Hij zal bevrijden en de macht van zijn arm tonen zoals hij dat gedaan heeft voor zijn slavenvolk in Egypte. Zo zal hij ook handelen in onze dagen.’ Maar dan begint het actiegedeelte: ‘Hij gaat de trotsen van hart uiteen slaan; heersers ontneemt hij hun troon: rijken stuurt Hij weg!’ De positieve andere kant wordt ook genoemd. ‘Hij verheft de geringen en die hongeren overlaadt hij met gaven. Waarom? En dan komt er een prachtig vervolg-. 'Hij denkt aan zijn verbond met Abraham, ooit gesloten voor altijd.' Na deze geloofsbelijdenis keert Maria naar huis terug. Ze is één geworden met Gods plan. Vieren we dat niet op het feest de ten hemelopneming van Maria? De Eeuwige heeft maar één plan en dat is het behoud en het geluk van de mens, van u en van mij. In de geloofsbelijdenis wordt onmiddellijk na het noemen van God als almachtige Vader en Schepper van hemel en aarde de naam van Jesus, Gods zoon, genoemd die om ons te helpen uit de hemel neerdaalde. En onmiddellijk wordt daarna de naam van zijn moeder genoemd : Maria. De menswording waarbij zij een sleutelpositie vervulde is het hoogtepunt van Gods solidariteit met ons allemaal. De hele mensheid mag delen in zijn liefde en is op weg naar een prachtige eindbestemming. Dat vierden we op de 40e dag na Pasen rond Jesus die is opgestaan en ten hemel gevaren. Maar de Hemelvaart van Jesus krijgt zijn vervolg in wat er met heel de mensheid, de bruid aan zijn zijde, zal geschieden. Om te beginnen met Maria, van wie wij zeggen dat zij in haar volle menselijkheid deel heeft gekregen aan het geluk, als vertegenwoordigster van alle trouwe mensen die Gods roepstem beantwoordden. De tenhemelopneming van Maria betekent niet dat zij het alleenrecht heeft op die hemel. Het geheim van vandaag wijst gaat over ons allemaal geroepen om te leven naar God toe en op weg naar de hemel. Het roept ons op ons naar Gods koninkrijk te richten. Met ons hele lichaam, met onze persoon, met onze talenten kunnen wij nu al een betere wereld opbouwen, waar meer gerechtigheid is. Waar de arme - zoals Maria dat zong - zal worden rechtgedaan, waar de trotsen van hun tronen worden gestoten en de geringen verheven zullen worden. In onze lichamelijkheid mogen wij mensen zijn door en in het lichaam kunnen we Gods wereld helpen opbouwen, een wereld die iets meer afglans kan zijn van wat we in diep geloof de hemel noemen. Als wij zeggen dat Maria met lichaam en ziel ten hemel opgenomen is betekent dat: in haar is onze verlossing echt begonnen en is er meer hoop en vreugde gekomen op aarde. II. In de bange oorlogsdagen van de vorige eeuw verzamelde zich een groep mensen rond de hoogleraar Miskotte. Een man die zijn sporen verdiend heeft in de strijd tegen fascisme en antisemitisme. In die donkere dagen bezonnen zij zich samen op het moeilijkste boek van de bijbel, het boek van de Openbaring van Johannes. Bij kaarslicht waren zij bijeen en er zijn notities gemaakt van zijn voordrachten, verzameld in het boek Hoofdsom der historie. In het genoemde boek spreekt Miskotte ook over het gedeelte dat vandaag aan de orde is. Hij geeft eerst een inleiding. 'Hier is openbaring in de brede en waarachtige zin Woord Gods, verkondiging van hart tot hart, die klaarheid schept en tot ordening roept in alle tijden en omstandigheden.’ Wij zien ruiters passeren door de crisis van de eeuwen, zij vertegenwoordigen de slechte machten van alle tijden. In dat boek van de openbaring horen we over nood, de zielen van de martelaren roepen van onder het altaar vandaan en we horen spreken over de grootste aardbeving aller aardbevingen. Maar na alle pijn en angst, gaat uiteindelijk de tempel open en wordt de Ark van het verbond zichtbaar in het heiligdom. En op dat prachtmoment verschijnt het teken van de vrouw.’ In de gewone mannengeschiedenis worden vrouwen meestentijds op de achtergrond van de luidruchtige bestaansstrijd geschoven, maar nu is er een vrouw, verheerlijkt als hemelvorstin, bekleed met de zon, in een gewaad van enkel zonnestralen.' De vrouw in het visioen is zwanger en in barensweeën. Is zij Israël, de Kerk of misschien zelfs de hele mensheid, die in barensnood verkeert, zoals Paulus dat in een visioen zag? Is zij Maria? Ze is het allemaal. Maar er is ook die andere figuur, listig en bedrieglijk met een grote bek. De draak, de duivel. Over de duivel wordt in de schrift niet gesproken als was het een zelfstandige tegen-god, aan wie alle ellende kan worden toegeschreven. Neen, bedoeld wordt een kracht, een tegenkracht die in onszelf is. Zo zijn er twee figuren ineen. Enerzijds is er die vrouw en zij vertegenwoordigt de kerk, zwanger van het goede maar anderzijds is er de draak, die al klaar staat om het kind te verslaan zodra het er is. Miskotte beschrijft de draak als 'een monster dat klaar staat om kinderen te doden.' Hij ziet de draak in de jaren '40-'45 in levende lijve staan voor het volk Israël om het te verslinden. In Auschwitz heb ik het gezien: stapels babykleertjes van kinderen door gewone mensen, onmensen eigenlijk, in de gaskamers werden geleid en in de vuurovens geworpen. Maar de draak heeft niet het laatste woord. Het visioen van Johannes gaat verder, en de eerste christengemeente die zoveel van allerlei draken te lijden had, genoot: de draak en alles wat de vrouw (het Godsvolk; de gemeente in verwachting) bedreigt, wordt neergesmakt en in de diepte van de onderwereld geworpen. Dat visioen heeft ook Jesus gehad toen zijn leerlingen verheugd terugkwamen en vertelden dat zij mensen hadden rechtopgezet, en van bezetenheid bevrijd. 'Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen' (Luc. 10,1 8!). Het feest van vandaag is een feest van belofte en toekomst. We verzamelen ons rond de vertegenwoordigster van de gemeente, Maria, ook wel 'Moeder van de kerk genoemd'. Mirjam van Nazareth. Wakker is zij het verbond aangegaan met God. En ze heeft volhard tot onder het kruis. De draak had zich toen verzekerd geweten van de overwinning. Maar God en de zijnen kunnen hem aan, de draak mag nog zo razen de kerk, gesterkt door de vrouw kan de onrust aan! Zij belijdt dat de vrede het winnen zal van de oorlog en de liefde het zal winnen van de haat: een nieuwe kern heeft zich gevormd van mensen die horen bij het Jeruzalem dat uit de hemel naar ons toekomt. Wij willen toch wel zulke nieuwe mensen zijn Die kiezen voor het leven en Gods toekomst. Uw Konininkrijk kome, uw wil geschiede Op aarde zoals in de hemel. Slotwoord: Op het feest van Maria ten Hemelopnemingis het zinvol een toespraak in herinnering te roepen die de theoloog Schillebeeckx zo’n 25 jaren hield in mijn vroegere parochiekerk, de Lucaskerk in Amsterdam. In drie termen vatte hij de toekomst samen waarheen wij met de Verrezen Heer en zijn ten Hemel opgenomen moeder naar op weg zijn. 1) De radicale bevrijding van de mensheid tot een broederlijk en zusterlijke gemeenschap waar geen meester-knecht-verhouding zal zijn en smart en tranen uitgewist en vergeten zijn. We noemen dat HET KONINKRIJK GODS. 2) Het draagvlak voor die vrede en gerechtigheid, een wereld, een milieu dat bewaard wordt en gerespecteerd. We noemen dat DE NIEUWE HEMEL EN DE NIEUWE AARDE; 3) Het volkomen heil en geluk van de individuele persoon, u en ik, geroepen, geborgen en bewaard. We noemen dat DE VERRIJZENIS VAN HET LICHAAM. Aan de eerste twee zaken moeten wij werken. Het laatste mysterie is vandaag aan de orde. We worden uitgenodigd daarin te blijven geloven en vanuit dat geloof te werken aan een wereld waar respect wordt opgebracht voor iedere individuele mens die kostbaar is in Gods oog. |