Openingswoord De zorg voor de ene mens: Halverwege de twintigste eeuw voelde Paus Pius XIIe zich geroepen het dogma van Maria ten Hemelopneming met lichaam en ziel af te kondigen. Hoewel vele theologen er protest tegen aantekenden -het zou de oecumene schaden- zette hij toch door. Hij had daarvoor een bijzondere reden.
In een eeuw waarin de meest massale slachtingen
van de menselijke geschiedenis hadden plaats gevonden, de eerste wereldoorlog, de Russische revolutie, de koloniale oorlogen, de tweede wereldoorlog met als dieptepunt de systematische uitroeiing van de joden stelde hij tegenover deze menselijke willekeur en dit afschuwelijke gebrek aan eerbied voor het menselijk leven Gods zorg ons ten voorbeeld voor het ene individu: de ene mens: Maria die door God met tederheid en zorg behandeld was. Terwijl voor de mensen de levens niet belangrijk schenen was God zorgzaam voor die ene mens: Maria de moeder Gods, verheven maar toch één van ons. Hebben wij van de verkondiging van dit dogma 54 jaar geleden veel geleerd? Zijn we wijzer geworden? Is er meer eerbied voor het leven nu? Ik weet het niet, wel weet ik dat er in iedere tijd opnieuw rechtvaardigen zijn, mensen die zorgzaam zijn, lief en dapper. Laten we ons tekort schieten belijden, bij God om ontferming roepen en God eren om zijn trouw door het Gloria te zingen misschien leren we het ooit nog wel: eerbied te hebben voor elkaar. PREEK Openbaring van Johannes 11,19a; 12,1-10 1 Kor. 15,20-26 Luc. 1,39-56 Maria verdient vandaag alle eer. Zij heeft eens haar bereidheid getoond om moeder te worden van de Messias door haar antwoord aan de engel 'Mij geschiede naar uw woord.' Die uitspraak klinkt in de oren van de moderne mens ouderwets, maar is dat zeker niet. Hier is juist sprake van de volle bereidheid om actief deel te nemen aan Gods vernieuwingsbeweging. In Lucas 1 dat we vandaag lazen wordt gezegd hoe Maria na het bezoek van de bode van God naar haar nicht Elisabet toegaat. Daar brengt ze vreugde en beweging teweeg. Het kind sprong op in de schoot van Elisabet (Luc. 1,40). Na deze nieuwe beweeglijkheid zingt Maria haar 'Magnificat' . Meer een actie- en protestlied dan een hymne, waaronder het altaar bewierookt kan worden zoals tijdens de vespers (het kerkelijk avondgebed) gebruikelijk is. 'Hij is machtig, gezegend is zijn naam. ' Er is perspectief: 'Hij zal bevrijden en de macht van zijn arm tonen zoals hij dat gedaan heeft voor zijn slavenvolk in Egypte. Zo zal hij ook handelen in onze dagen: Hij gaat de trotsen van hart uiteen slaan; heersers ontneemt hij hun troon: rijken stuurt Hij weg!' Maar de positieve andere kant wordt ook genoemd. 'Hij verheft de geringen en die hongeren overlaadt hij met gaven. Waarom? En dan komt er een prachtig vervolg-. 'Hij denkt aan zijn verbond met Abraham, ooit gesloten voor altijd.' Na deze geloofsbelijdenis keert Maria naar huis terug. Ze is één geworden met Gods plan. Vieren we dat niet op het feest de hemelvaart van Maria? De hele schepping is in het geding. De hele schepping die - volgens de bijbel gegroepeerd staat rond de mens Het heer der engelen staat naar Maria en haar kind gekeerd in de kerstnacht. De Eeuwige heeft maar één plan en dat is de geschiedenis van de mens, van u en van mij. In de geloofsbelijdenis wordt onmiddellijk na het noemen van God als almachtige Vader en Schepper van hemel en aarde de naam van een mens genoemd, Jesus Gods zoon, en dan de naam van een moeder: Maria. De menswording is het hoogtepunt van Gods solidariteit met ons, zijn trouw aan Israël en in Israël aan de mensheid. Het hele volk, de hele mens, mag delen in de eindbestemming. Dat vieren we rond de Messias die is opgestaan en ten hemel gevaren. Maar de Hemelvaart van Jesus krijgt zijn vervolg in wat er met het volk, de bruid aan zijn zijde, zal geschieden. Maria, van wie wij zeggen dat zij in haar volle menselijkheid deel heeft gekregen aan het geluk, als vertegenwoordigster van heel het trouwe volk dat Gods roepstem beantwoordde. De tenhemelopneming van Maria betekent niet dat zij het alleenrecht heeft op die hemel. De ten hemelopneming van Maria wordt ons als dogma voorgehouden, maar het is nooit verboden dat geheim uit te breiden. Het geheim van vandaag wijst naar ons allen toe. Het roept ons op ons naar Gods koninkrijk te richten. Met ons hele lichaam, met onze persoon, met onze talenten kunnen wij een betere wereld opbouwen, waar meer gerechtigheid is. Waar de arme - zoals Maria dat zong - zal worden rechtgedaan, waar de trotsen van hun tronen worden gestoten en de geringen verheven zullen worden. Met onze taal, met onze ogen kunnen wij een wereld opbouwen zoals God die heeft gedroomd. In onze lichamelijkheid mogen wij mensen zijn die datzelfde durven ervaren als een geweldige gave. Door en in het lichaam kunnen we meer: Gods wereld helpen opbouwen, een wereld die iets meer afglans kan zijn van wat we in diep geloof de hemel noemen. Als wij zeggen dat Maria met lichaam en ziel ten hemel opgenomen is betekent dat: in haar is er meer heelheid gekomen op aarde. ………………………. II. In de bange oorlogsdagen van de vorige eeuw verzamelde zich een groep mensen rond de hoogleraar Miskotte. Een man die zijn sporen verdiend heeft in de strijd tegen fascisme en antisemitisme. Bij kaarslicht waren zij bijeen en er zijn notities gemaakt van zijn voordrachten, verzameld in het boek Hoofdsom der historie. In die donkere dagen bezonnen zij zich op het moeilijkste boek van de bijbel, een boek waar de meest verwarde geesten met het grootste gemak op afstuiven, het boek van de Openbaring van Johannes. In het genoemde boek spreekt Miskotte ook over het gedeelte dat vandaag aan de orde is. Hij geeft eerst een inleiding. 'Hier is openbaring in de brede en waarachtige zin Woord Gods, verkondiging van hart tot hart, die klaarheid schept en tot ordening roept in alle tijden en omstandigheden. Een openbaring die, èn aan de geschiedenis èn aan ons leven, een echt verleden en een echte toekomst geeft. Wij zien ruiters passeren door de crisis van de eeuwen, zij vertegenwoordigen de slechte machten van alle tijden. In dat boek van de openbaring horen we over nood, de zielen van de rechtvaardigen roepen van onder het altaar vandaan en we horen spreken over de grootste aardbeving aller aardbevingen. Maar na alle pijn en angst, gaat eindelijk de tempel open en wordt de Ark van het verbond zichtbaar in het heiligdom. En op dat prachtmoment verschijnt het teken van de vrouw.' In de gewone mannengeschiedenis worden ze meestentijds op de achtergrond van de luidruchtige bestaansstrijd geschoven, maar nu is er een vrouw, verheerlijkt als hemelvorstin, bekleed met de zon, in een gewaad van enkel zonnestralen.' De vrouw in het visioen is zwanger en in barensweeën. Is zij Israël, de Kerk of misschien zelfs de hele mensheid, die in barensnood verkeert, zoals Paulus dat in een visionair zag? Is zij Maria? Ze is het allemaal. Maar er is ook die andere figuur, listig en bedrieglijk met een grote bek. De draak, de duivel. Over de duivel wordt in de schrift niet gesproken als was het een zelfstandige tegen-god, aan wie alle ellende kan worden toegeschreven. Neen, bedoeld wordt een kracht, een tegenkracht die in onszelf is. Zo zijn er twee figuren in een. Enerzijds is er die vrouw en zij vertegenwoordigt de kerk, zwanger van het goede maar anderzijds is er de draak, die al klaar staat om het kind te verslaan zodra het er is. Miskotte beschrijft de draak als 'een monster dat klaar staat om kinderen te doden.' Hij ziet de draak in de jaren '40-'45 in levende lijve staan voor het volk Israël om het te verslinden. Maar het visioen van Johannes gaat verder, en de eerste christengemeente die zoveel van allerlei draken te lijden had, genoot: de draak en alles wat de vrouw (het Godsvolk; de gemeente in verwachting) bedreigt, wordt neergesmakt. Dat visioen heeft ook Jesus gehad toen zijn leerlingen verheugd terugkwamen en vertelden dat zij mensen hadden rechtopgezet, en van bezetenheid bevrijd. 'Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen' (Luc. 10,1 8!). Het feest van vandaag is een feest van belofte en toekomst. We verzamelen ons rond de vertegenwoordigster van de gemeente, Maria, ook wel 'Moeder van de kerk genoemd'. Mirjam van Nazareth,. Wakker is zij het verbond aangegaan met God. En ze heeft volhard tot onder het kruis. De draak had zich toen verzekerd geweten van de overwinning. Maar God en de zijnen kunnen hem aan, de draak mag nog zo razen de kerk, gesterkt door de vrouw kan de onrust aan! Zij belijdt dat de vrede het winnen zal van de oorlog en de liefde het zal winnen van de haat: een nieuwe kern heeft zich gevormd van mensen die horen bij het Jeruzalem dat uit de hemel naar ons toekomt. Maria ten hemel opgenomen ... je zou ook kunnen zeggen: de hemel is naar ons toegekomen. Er is een nieuw begin. AMEN |