Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Niet te ongeduldig… E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
zondag, 20 juli 2008

16e door het jaar)

- Wijsheid 12,13 + 16-19 zachtheid en geduld - Matteüs 13,24-43


'Ken je die of die' hoor ik wel eens zeggen..
en als je dat hoort wordt er iets van je verwacht.
Niet alleen maar 'ja die ken ik' maar meteen moet je zeggen
wat je van hem of haar vindt.
'Een aardig iemand' antwoord je bijvoorbeeld
maar nog is het antwoord niet compleet:
je moet dan zeggen maar.... en dan hoort er een kleine aanmerking te klinken
want je moet laten blijken hoe goed jij oordelen kunt. Dat laatste is een van de hinderlijkste
eigenschappen die mensen hebben,
dat willen oordelen en veroordelen.
We zijn zelf de maat van alle dingen.
Het zou nog het beste zijn
als wij het helemaal alleen voor het zeggen hadden
want wat is de wereld toch slecht
en wat maken (natuurlijk zijn dat de anderen) ze er een puinhoop van.

In de parabel die Jesus vertelt worden betweterij
en het daarbij horende ongeduld
als slechte raadgevers ontmaskerd.

Deze week kregen we allemaal les van iemand die 90 geworden is:
Nelson Mandela. Een man die 27 jaar achter de tralies doorbracht
(moet je je dat even indenken!)
Hij zou alle reden hebben om verbitterd te zijn en haatdragend
maar niets van dat alles.

Ten eerste zag hij in alle mensen met wie hij te maken kreeg MENSEN.
Dat gold ook voor zijn bewakers die hem eerst sarden.
Hij wilde hun namen weten en sprak hen aan
tot hun stomme verbazing in het Afrikaans,
de taal van de vijand.. zoals zijn medestrijders van het ANZ vonden.

Hij kende zij bij name en vroeg hoe het met hun familie ging
-blijf dan nog maar eens de man die dat vraagt martelen of sarren.
Hij ontwapende ze dus in geestelijk zin.

En dan dat geduld.
Toen de politieke situatie ging veranderden waren er
al in het geheim onderhandelingen tussen Nelson Mandela
en vertegenwoordigers van het op zijn einde lopende apartheidsregieme.
Ze spraken met elkaar in het geheim omdat ze allemaal wisten
dat alle andere mensen van hun beide partijen daar nog niet aan toe waren.

Toen de blanke stemmers alleen (de anderen hadden niets te vertellen)
een referendum hielden even later over een nieuwe inrichting
van Zuid Afrika adviseerde hij zijn medestrijders van het ANC
dat referendum niet te verstoren: laat de blanken rustig nadenken
en dan komen er  vast zinnige dingen uit. En zo geschiedde:
de blanken zelf stemden voor een nieuwe staatsinrichting
die het einde van alleenrecht op alle macht, betekende.

De grootste erfenis echter die Mandela de wereld nalaat
is zijn kijk op verzoening die hij gemeen heeft met bisschop Tutu.
Alleen door gezamenlijk het
verleden onder ogen te zien en te verwerken is er hoop:
en het lukte… al blijkt het voor zijn opvolgers nog een zware klus.

Terug naar het evangelie:
de knechten van de Heer
willen alles wat in hun ogen onkruid is
radicaal van de akker verwijderen.
Zeer tegen de wil van de Heer..
die is geduldig en mild, voor allen: de anderen en ons.
Hij geeft ons samen alles in handen
om de groei van het goede te bewerken ...
maar we weten allemaal hoe slecht dat vaak
- en dan is het goed ook even naar onszelf te kijken- lukt.

Gelukkig maar, ook voor onszelf,
dat Hij geduldig is.. met ons allen.
Het boek van de wijsheid verkondigde dat al:
God is mild en geduldig, vriendelijk, trouw.

We hoorden de vorige week dat Gods woord goed zaad is
en dat wij mensen worden uitgenodigd
een goede akker te zijn.
Vandaag gaat het verhaal verder
en wordt er uitdrukkelijk ook gesproken over al het slechte
dat er ook op deze aarde tegelijkertijd omhoog komt.

Een ding is duidelijk: God heeft er geen schuld aan.

Het kwaad komt niet van God.
Het evangelie vertelt dat er een slecht mens was
die dat slechte zaad tussen het goede zaad in heeft gestrooid.
het komt van de DUIVEL.

Daar moeten we ons geen vreemde figuur bij voorstellen
met bokkepootjes, hoorntjes en een staart
maar de tegenspeler(s) van God…
dat zijn gewone mensen, vaak wijzelf.
Wij die het woord van God niet goed verstaan of willen verstaan.
Dan denk ik eraan hoe Jesus
een keer tegen zijn trouwste vriend, de toen onwillige Petrus, zei:
' ga weg van mij satan.'

Voor de groei van het koninkrijk van God
zijn goede verstaanders nodig,
mensen die horen, verstaan en doen.

De opdracht die allen hebben is duidelijk:
het woord van God roept ons wakker.

Jesus wil ons vandaag leren:
luister en handel
wees niet te erg onder de indruk van het kwade.......
Dat kwade zal vanzelf zijn onwaarde wel bewijzen.

Maar jij, hoorder van dit woord
blijf zelf kiezen en handelen
en blijf altijd geloven in de geheime groeikracht van het goede,
in jouzelf, in anderen, overal.
Geef anderen ook  de kans om te groeien
zoals je zelf de kans gekregen hebt
om kalm te groeien en tot bloei te komen.

Alle begin is moeilijk en alle begin is klein.

Het mosterdzaadje is zo te vertrappen
maar het kan
- U ziet het hier uitgebeeld in onze preekstoel- 
uitgroeien tot een grote boom
waarin de vogelen des hemels zich kunnen nestelen.

Hoe onafwendbaar het goede groeit
vertelt de andere parabel van vandaag:
die van het gist dat in het deeg verborgen is.

'Verborgen' zo staat het er letterlijk. Je ziet het niet.
Maar het werkt en het deeg rijst omhoog.

Het slechte trekt meer aandacht. De ellende is nieuws,
het kwaad trekt aandacht, veel aandacht, te veel aandacht.
Maar de verborgen groei is er ook.

De parabels worden ons verteld
opdat wij wanneer wij ons op God willen richten
en mee willen werken aan de opbouw van Zijn Koninkrijk
niet wanhopen,
bescheiden zijn ( denkend aan het kleine begin !)
en niet arrogant gaan ingrijpen,
door wat in onze ogen slecht is te gaan vernietigen.

Wanhoop niet maar help op jouw eigen wijze jouw God
bij de opbouw van Zijn rijk
Hij zal je zegenen en bewaren
op de plek waar jij staat:en jij weet zelf best wat je daar te doen staat.

Eindien we met te luisteren naar wat Paulus zegt
het staat als 2e lezing vandaag vermeld:
‘broeders en zusters, de Geest komt onze zwakheid te hulp!
Wij weten niet eerns hoe wij behoren te bidden
maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.
En Hij die de harten doorgrond,
weet waar de Geest op zint:
want Hij pleit voor de heiligen
zoals God dat bedoeld heeft’.

Volharden wij dan in ons geloof en bidden wij,
geleid door de Geest
om de komst van Gods vrede op aarde.

            Hein Jan van Ogtrop, pastoor.