| Nieuwjaarsdag 2002 |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| dinsdag, 1 januari 2002 | |
Numeri 6,22-27, Hnd. 4, Lucas 2,15-22.Nieuwjaarsmorgen: alles is zo mooi en zo pril. Zeker, op de straten is het één grote rommel maar toch: alles is nieuw: zou het dit jaar anders worden op de aarde?
Staat er niet geschreven: ZIE IK MAAK ALLES NIEUW. Een beetje argeloos lopen wij zo met die idee het nieuwe jaar in. Net als de herders waar het evangelie over vertelt, die de blijde boodschap van de vrede op aarde rond een kind dat ze hebben mogen zien, gaan vertellen. Zij waren argeloos maar hebben iets goeds gezien: een nieuw begin van Godswege dat gemaakt is. Een nieuw begin met de zijnen, met zijn oude getrouwen in Israël. De evangelist Lucas is de enige die ons vele verhalen vertelt over Jesus als trouwe zoon van het oude Israël. Hij vertelt ons als enige dat Jesus op de achtste dag, de oktaafdag van kerstmis -en dat is het vandaag- besneden is. Een feit waar wij als christenen nooit goed raad mee geweten hebben. Daarom veranderde men de naam van het feest van de besnijdenis des Heren in de r.k. kerk eerst in het 'feest van de zoete naam', later: dag van de vrede en weer later: dag ter ere van het moederschap van Maria. Men heeft kennelijk nooit goed raad geweten met Jesus' opname in het joodse volk waar de besnijdenis het teken van was en daarom is die maar gauw weggemoffeld. Maar gelukkig: het oude evangelie van het feest van 's Heren besnijdenis is gebleven en daarin horen we dat Jesus wordt besneden op de achtste dag. Het is heel zinvol om op 1 januari te vieren dat Jesus een trouw zoon van de Wet wilde zijn. Voor vele christenen is het besnijdenisritueel een onherkenbaar ritueel. Zo'n inkerving zonder inspraak van de betrokkene lijkt niet meer van deze tijd. In onze tijd verkondigen wij immers de vrijheid van godsdienst voor iedereen. Terecht. Maar je kunt het ook anders zien. Een mens kan het behoren tot een geloofsgemeenschap gaan ontdekken als een uitverkiezing, iets wat hem overkomt van buitenaf naar ons toe, een gebaar van God naar ons toe: een nieuwe levensopdracht. De mens die staan wil in het verbond met de God van Abraham, Isaak en Jakob zal getekend moeten worden -volgens de wet van Mozes- met het teken van de besnijdenis op de plaats die met de voortplanting te maken heeft. 'De herder van Israël wil graag zijn schapen kunnen herkennen' zeggen de joodse geleerden. Het gaat niet alleen om die kleine markering van een menselijk orgaan maar om heel de mens, ook de oren, de lippen en het hart zullen -zeggen de profeten en Paulus spreekt hen na- besneden moeten worden in geestelijke zin. Het verbond kent geen splijting van de mens in een hoger en een lager deel. Heel de mens is van God. Lucas vertelt ons nog meer verhalen over Jesus' intrede in het volk van God. Naast de 8e dag waar het vandaag over gaat spreekt hij ook over de 40e dag, de dag waarop Jesus aan de Heer wordt voorgesteld in de tempel. En ook vertelt hij hoe Jesus op 12-jarige leeftijd met zijn ouders naar Jeruzalem gaat en daar zijn discussie voert met de rabbijnen. Een verhaal waar wij vroeger nooit goed weg mee wisten omdat het toen nog niet duidelijk was waarom Jesus als 12 jarige in de tempel was. Hij was daar om gevormd te worden als het ware, bij de joden heet dat BAR MITZWAH te worden, zoon van de wet. De eerste schriftlezing van vandaag was uit het boek Numeri, ook wel 'in de woestijn' genoemd. Zegenen en behoeden: dat wil Hij, zijn mensen beschermen en bewaren, daarvan getuigt heel de schrift. En de laatste zegenspreuk gaat over onze gezamenlijke toekomstdroom: Moge de Heer zijn gelaat naar u toekeren U ZIJN VREDE SCHENKEN ! Jesus zelf heeft die zegen vaak gehoord. Bij zijn besnijdenis is die zegen over Hem uitgeroepen. Wij beginnen een nieuwe eeuw, achter ons ligt hopelijk de minachting van de Wet van Mozes die in de Sjoah haar dieptepunt vindt. God geve ons een nieuwe eeuw, een nieuw tijd, een nieuw begin in trouw aan de oude Wet in onze dagen.
|



