Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

“Ook Jezus had te maken met sterk teruglopend kerkbezoek…" E-mail
Geschreven door Pastor E. Peijnenburg   
zondag, 24 september 2006
Overweging bij de 25e zondag door het jaar B

Wijsheid 2:12, 17-20 en Marcus 9:30-37

Er wordt in Nederland al jaren zorgelijk gekeken als het gaat over het kerkbezoek. ’t Is niet meer wat het was enkele decennia geleden, en het gaat nog steeds eerder achteruit dan vooruit. Een typisch probleem van onze tijd? Wat zou Jezus doen, als Hij nu onder ons was? Misschien zou Hij er minder van staan te kijken dan we denken.


Vanaf het moment dat Jezus begint met zijn optreden onder de mensen mag hij zich verheugen in een grote populariteit. Vrijwel meteen trekt hij “volle zalen”, om het maar eens zo te zeggen, de mensen stromen in grote getale toe. Het zijn er zoveel dat er zelfs problemen ontstaan, want op enig moment dreigt Jezus onder de voet gelopen te worden, en weer een andere keer waren er weer zoveel mensen, dat Jezus en zijn vrienden geen kans kregen om te eten. Vijfduizend mensen zijn erbij als Jezus vijf broden en twee vissen met hen deelt, en bij een later broodwonder nog eens vierduizend.
Maar het bleef niet zo druk. Als Jezus begint te spreken over hoe Hij de weg ziet die voor hem ligt, over het lijden en sterven dat Hij tegemoet gaat, dan nemen ook de berichten over de grote menigten die Hij aantrok, snel af. Op het moment dat Jezus de weg inslaat naar Jeruzalem, volgen zijn leerlingen hem, ongerust over wat er gaat gebeuren. En er zijn nog meer mensen die hem dan volgen, met angst in het hart. Het zijn er vast niet meer zo veel als in het begin. En uiteindelijk blijft er maar een klein groepje leerlingen bij hem. De twaalf, en wat vrouwen, die hem trouw bleven.
Van vijfduizend naar misschien twintig, dertig in slechts een paar jaar. Zo dramatisch zijn onze cijfers van dalend kerkbezoek niet. Het evangelie is, vanuit deze invalshoek bekeken, geen successtory. Als gaandeweg duidelijk wordt waar Jezus voor wil staan en hoe hij wil leven, wie kan hem dan nog volgen?
Dat hij niet makkelijk te volgen is blijkt wel uit de reacties van de leerlingen als Jezus spreekt over zijn lijden en sterven. Petrus is er volkomen door verrast en neemt Jezus erover terzijde, we hoorden dat de vorige zondag. ‘Dat van dat lijden en zo, dat kunt U toch niet menen?’ Als Jezus dan later weer over zijn lijden en dood praat, we hoorden dat vandaag, wacht Jezus op een reactie van zijn leerlingen, maar die blijft uit. Ze hoorden de woorden wel, maar ze begrepen het niet en ze schrokken ervoor terug er bij hem op door te vragen. Jezus die dus merkt dat zijn woorden niet aankomen bij zijn leerlingen, kiest voor een andere tactiek. Hij vraagt: ‘Waar hadden jullie het eigenlijk onderweg over?’ En weer kiezen de leerlingen ervoor om zich te hullen in stilzwijgen. Als hoorder van het evangelie wordt je echter niet in het ongewisse gelaten: Ze hadden het er onder elkaar over gehad wie er van hen de grootste was.
Het plaatsvervangende schaamrood kan je naar de kaken stijgen als je dat hoort. Maar de vraag zou ook bij ons niet misplaatst zijn. ‘Waar gaat bij jullie de discussie over?’ Hoeveel energie, hoeveel creativiteit, hoeveel echte vreugde en hoeveel waarachtig menselijk heil zou er niet vrijkomen als op allerlei terreinen, de kerk niet uitgezonderd, de discussie niet zo vaak zou gaan over de vraag wie de baas is en wie het voor het zeggen heeft?
Het is een grote menselijke verleiding om de grootste te willen zijn, om belangrijk te zijn, om aandacht te krijgen. Ik denk dat achter dat verlangen heel vaak onzekerheid schuil gaat. Ben ik eigenlijk van waarde? Doe ik er wel toe? Maakt het uit, dat ik besta? Als mensen “niet om je heen kunnen” vanwege de positie die je je hebt verworven, dan vind je daarin misschien een antwoord.
Maar Jezus ontmaskert die valse zekerheid. Hij zet een kind in het midden en omarmt het. Helaas wordt dit gebaar ook vaak als truc gebruikt door tirannen. Wat is er niet makkelijker dan een kind over de bol te aaien. Maar op het bijbelse erf functioneert een kind niet als middel om mensen te ontroeren.. Misschien was het juist wel een klein ettertje dat Jezus in zijn armen had. De mensen die om Jezus heen stonden hebben het wel geweten, want zij kenden dat kind, het was niet uit de hemel komen vallen; het stond daar toevallig ook, omdat zijn ouders daar waren. Het kind wordt door Jezus niet op schoot genomen als model van onschuld, maar als model voor alles wat weerloos is, wat zichzelf niet kan redden, wat niet de dienst uitmaakt. Op zo’n mens, aangewezen op de genade van anderen, richt Jezus de ogen van zijn leerlingen. Daar moet je hart op gericht zijn. En dat lukt misschien nog beter, als je onder ogen durft te zien dat je zelf niet veel anders bent, ten diepste. Een mens, afhankelijk van de genade van anderen. Welke positie je je ook hebt verworven en hoe goed je je inmiddels ook zelf kunt redden. Je hebt als mens behoefte aan vriendschap, aan gesprek, aan een weerwoord, aan medemenselijkheid.
Jezus hoopt van zijn volgelingen dat ze zo in het leven willen staan. Genoeg in balans om niet te veel afhankelijk te zijn van bewondering van anderen. Daarom omhelsde Jezus het kind dat bij hem stond. Je mag je als mens geliefd weten, niet omdat je een heilige bent, maar omdat je bent zoals je bent. Streef er niet aldoor naar de belangrijkste of de grootste te zijn. Want het trekt je ogen en je hart weg van de ruimte en kansen die je een ander kunt geven om te groeien.
De boodschap die Jezus brengt is niet gemakkelijk. Het is een weerbarstige boodschap van weerloosheid. Het druist in tegen het menselijk verlangen naar je sterk maken, de touwtjes in handen hebben, pijn en narigheid vermijden. Jezus probeert het lijden niet te vermijden. Hij neemt het erbij. Het hoort bij de weg die Hij wil volgen. En naarmate dat duidelijker wordt, wordt de menigte mensen om hem heen kleiner.
Natuurlijk hopen wij dat onze kerken goede huizen mogen zijn voor velen. Een ruimte voor geloven, waar mensen rust, troost, en bemoediging mogen ervaren. Maar volgeling van Jezus zijn is niet altijd enkel gerieflijk. Het is een lastige weg, die Hij ons voorging. Een weg die niet zomaar ingeslagen zal worden door ‘grote menigten’. Het zou heerlijk zijn als dat zo was, de aarde zou in één klap een paradijs zijn. Maar het is een weg die ingeslagen kán worden door jou, door u en door mij, als we ons laten bijsturen en inspireren door die bijzondere man uit Nazareth.

Amen