| Openheid naar God |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| zondag, 13 mei 2012 | |
13 mei, 6e zondag van Pasen. Schriftlezingen:Handelingen 10,1-48, Johannes 15,9-17Mensen lijden aan een soort natuurlijke machteloosheidDat is geen reden tot zwartgalligheid maar tot bezinning. En daar zijn wij hier voor samen. En onder dit dak krijgen wij dan te horen wat onze enige redding is: echt kiezen voor God. Alleen onder het gemeenschappelijk vaderschap van Hem heeft naastenliefde als broederschap (waaronder ook verstaan zusterschap natuurlijk) zin. De liefde tussen mensen mag bijvoorbeeld niet alleen rusten op de gelijkheid van ras of een superioriteitsgevoel van een natie of een gezamenlijk koesteren van een eigen gelijk. In Babel was eensgezindheid en broederschap ('laten wij samen..enz') maar God heeft die eensgezindheid, die caricatuur van goede 'naastenliefde' uiteengebroken. Die was niet uit God. Echte liefde bloeit alleen maar op als wij ons op Hem willen richten. Johannes de evangelist zegt in een van zijn brieven: 'Niet wij hebben God liefgehad maar Hij heeft ons liefgehad.' HIJ is het gesprek met Israël en met de mensheid begonnen. Jesus Messias brengt echte liefde, eenheid in God naderbij. Als wij ons door de liefde zoals Hij die voorleefde willen laten corrigeren kan de mensheid werkelijk nieuw worden. De lessen uit het verleden kunnen dan worden geleerd en omgevormd tot een vernieuwende, heldere toekomstvisie. Dan kunnen grenzen overschreden worden: 'De gelovigen uit de besnijdenis (de joden) die met Petrus waren meegekomen stonden verbaasd dat ook over heidenen de heilige Geest werd uitgestort' zullen wij met Pinksteren horen zeggen. Er ontstaat dan een nieuwe eenheid rond Jesus. Hij brengt mensen op een nieuwe wijze bij elkaar. In onze kerk zijn vele activiteiten en dat is goed. Bij een kerk hoort: mensen samen brengen, luisteren naar elkaar, de christelijke liefde praktiseren. De noemer waaronder wij dat allemaal doen is ‘gastvrijheid’. Een kernwoord in onze parochie. Het verhaal van Cornelius, de Romeinse honderdman, de eerste lezing van vandaag, handelde over dat thema. De wereld van Petrus wordt opengebroken door zijn vreemde visioen: 'Petrus neemt en eet.' En de wereld van Cornelius wordt opengebroken: 'ga naar Petrus en zijn vrienden en luister daar.' De heidenen zoeken de kerk en de kerk gaat open naar de heidenen toe ! Allemaal nuttig. Wat op de kerk slaat even eruit ligtend: Het is wezenlijk voor een kerk dat ze open is, dat grenzen die tussen de mensen kunstmatig en vaak ook met geweld en machtsmiddelen in stand worden gehouden, verdwijnen. Door daaraan mee te werken bouwen wij samen aan een nieuwe wereld: hopelijk wel in Zijn naam, anders houdt het geen stand. Het geloof kan alleen maar echt groeien in dialoog, eigenlijk in een trialoog: een gesprek tussen God en jou en je naaste en jou. Contact met anderen is altijd goed en wie er gelijk heeft is niet eens het belangrijkste. Dialoog is een goed geneesmiddel voor alle crises die er zijn: tussen ouders en kinderen, tussen mensen die elkaar niet verstaan, tussen de verschillende wereldgodsdiensten en ook binnen de kerk want twee weten altijd meer dan een. Door naar elkaar te luisteren kun je allebei leren, als het goed is naar elkaar toegroeien; ja, alleen zo zelfs beeldt je de ware christelijke eenheid uit. 'Hebt elkander lief' zegt onze Heer in zijn afscheidswoorden. Die opdracht vraagt om uitvoering, in onze parochie in onze familie, in onze stad, in deze wijk, in dit herrezen Nederland met alles wat dat met zich meebrengt. En dan nu de trialoog. Wij allen samen hebben het voorrecht kerkgangers te zijn. Buitenstaanders begrijpen vaak niets van wat ons daar toe beweegt. Ze zeggen 'het is sleur, gebrek aan fantasie'. Niets is minder waar. Het getuigt juist van de verfrissende fantasie van mensen die willen gedenken en leren. Mensen die beseffen dat ze het alleen niet redden en dat je in saamhorigheid rond de ene Heer je leven kunt vernieuwen iedere eerste dag van de week opnieuw. Daartoe worden wij opgeroepen rond brood en wijn. Morgen doet weer een nieuw groep kinderen mee, hun ouders hebben hun voorgeleefd wat het belang van meedoen is, meegenieten van dit bijzondere Brood; Het brood als voedsel voor onderweg en de wijn als voorteken van de nieuwe toekomst van God. Verzameld in de liefde van de Heer die in zijn afscheidswoorden zijn diepste emoties weerlegde: 'Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals ik u hebt liefgehad. Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. Gij zijt mijn vrienden... ik noem u geen dienaars meer want een dienaar weet niet wat zijn heer doet: u noem ik vrienden want ik heb u alles van de Vader meegedeeld.' Neen, wij hoeven geen nieuwe openbaring te krijgen wat ons is doorgegeven is genoeg aan ons echter om het geloof vorm te geven in deze dagen: de wereld heeft het brood nodig en wijzelf ook.. Door ons leven te zien als een uitbeelding van de liefde die God ons toedraagt krijgt ons eigen leven zien. De liefde die wij kunnen opbrengen maakt deel uit van Gods geschiedenis van Sjalom. Wij gaan als het goed is, lerend van het verleden, de toekomst tegemoet. Laten we dan opgewekt door de Heer aangemoedigd opnieuw verder gaan. De liefde komt van God ! Hein Jan van Ogtrop, pastoor |



