Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Overweging aan de vooravond van de 2e adventszondag E-mail
Geschreven door Pastor E. van Dongen   
zaterdag, 8 december 2001

 Matteüs 3, 1-12

De voorgangster nodig de kerkgangers uit om - in gedachten – mee naar buiten te gaan...

We lopen door het middenpad, gaan de draaideur door en komen op het Bottemanneplein. Daar staat een man. Hij is gekleed in een jas van kamelenhaar en draagt een leren gordel om zijn middel. Hij kijkt afkeurend naar de kathedraal. “Dag ….meneer, u kunt niemand anders zijn dan Johannes de Doper.
Vindt u onze kerk niet mooi?
Ach, ik begrijp het al, u heeft niets met kathedralen en basilieken. U heeft zich indertijd bewust van de tempel gedistantieerd. U, zoon van een priester en behorende tot de priesterklasse van Abias, koos voor een leven in de woestijn.
Maar mag ik u toch uitnodigen om binnen te kijken?

Toch mooi hè? Mensen die hier liturgie vieren worden geraakt door de beelden, de gebrandschilderde ramen en de prachtige zang en muziek die hier klinkt. Ze worden als het ware nét even boven het alledaagse uitgetild en ervaren iets van het mysterie dat wij God noemen.
O, u bent er niet zo van onder de indruk?
U kijkt naar de preekstoel en de lezenaar. U vraagt zich af wat daar verkondigd wordt.
Neen, zo radicaal als u zijn we niet. De meeste pastores zijn ook maar gewone burgermensen, wonen in een goed huis en kennen dat woestijnideaal niet.
‘Addergebroed’, we zouden het woord niet in de mond durven nemen.
Zo’n uitspraak als: ‘De bijl ligt al aan de wortel van de bomen. Iedere boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen’, zouden wij absoluut niet durven zeggen.

Trouwens, we dragen best goede vruchten. Ieder die hier komt, daar ben ik van overtuigd, doet er wat aan om de wereld leefbaarder te maken.
zijn vrijwilliger in een zorgcentrum of andere welzijnsinstelling,
bezoeken zieken of bejaarden,
steunen organisaties zoals Amnesty International; er wordt a.s vrijdag weer in de pastorie geschreven voor politieke gevangenen,
zijn lid van milieubewegingen, vredesbewegingen, missionaire organisaties.

O, u zegt dat dat wel het minste is dat wij kunnen doen.
dat wij moeten beseffen dat wij tot het rijke deel van de wereld behoren,
dat wij moeten beseffen dat wij de aarde uitputten, dat als we zo doorgaan er niet genoeg te eten is om de hele wereldbevolking te voeden.
dat wij moeten beseffen wij te veel energie gebruiken, waardoor mensen die na ons komen te maken krijgen met grote milieurampen.
Ik zie dat u nog meer op wilt noemen: de vluchtelingenproblematiek, racisme, kinderarbeid, mishandeling van vrouwen en kinderen…….
Oorlog en geweld: New York, Palestina en Israël, Afghanistan, Armenië, ex-Joegoslavië………….
Ja, stopt u maar, ik weet het, ik weet het……..

We zijn intussen aangekomen op het hoogkoor. De mensen die hier zitten, zijn vanavond samen gekomen om liturgie te vieren en we zouden van u ook zo graag een blijde boodschap horen.
Weet u, ook wij maken ons zorgen:
om de grote tweedeling tussen arm en rijk,
om de groter wordende kloof tussen de islamitische landen en de rest van de wereld,
om de dreiging van het grote en het kleine geweld,
om de milieurampen.
Ik zou u willen vragen net als mensen die – toen in Israël - door u gedoopt wilden worden: “Johannes, wat moeten we doen?”

Oh, u wilt dat ik vertel van de bijeenkomst waar ik vanmorgen ben geweest. Dat doe ik graag. De werkgroepen Missie, Ontwikkeling, Vrede van de parochies in het dekenaat Haarlem/Beverwijk waren door Solidaridad uitgenodigd om een bezoek te brengen aan ‘Kuyichi International’ in de Waarderpolder.
In dit bedrijf wordt de lijn uitgezet voor eerlijke kleding.
Het begon in 1998. De Max Havelaarkoffie was tien jaar op de markt en Nico Roozen, medewerker van Solidaridad, bracht een bezoek aan de bakermat van Max Havelaar, de UCIRI-coöperatie in Mexico, waar het allemaal begonnen was.
Er was met de koffie zo’n beetje alles bereikt, wat er te bereiken viel. Zo is het gemiddelde jaarinkomen gestegen van 210 dollar tot 730 dollar.
Maar een centraal probleem van de dorpsgemeenschap is nog niet opgelost. Voor de jongeren is er maar drie maanden per jaar werk, alleen tijdens de katoenoogst. Daarom trekken zij weg naar de grote steden, waar ze in fabrieken werken voor weinig loon en onder slechte arbeidsomstandigheden.
En toen kwam de vraag: kunnen wij hier geen kledingindustrie opzetten?
Daar is toen door Solidaridad hard aangewerkt. Ze hebben adviezen ingewonnen bij de beste kenners van de kledingsector. Er werden uitstekende vakmensen aangetrokken op het gebied van confectie, management en logistiek.
En drie jaar later hebben de eerste arbeidsvriendelijke-kledingateliers in Mexico en Brazilië hun deuren geopend, wordt de katoen die daarvoor nodig is op biologische wijze in Peru geteeld, en ligt in Nederland deze eerlijke kleding in de winkels.

Door mij dit verhaal te laten vertellen, wilt u dus zeggen Johannes, dat we gerechtigheid moeten doen op de plek waar we wonen. Door hier bewust te kopen, zoals Max Havelaar koffie, Oké bananen en nu de Kuyichi-kleding helpen wij mee aan een beter leven voor mensen in Latijns Amerika.

Dit doet mij denken aan een verhaal wat ik pas heb gelezen, vindt u het goed dat ik dat ook aan de mensen vertel?
Het gaat over Dom Helder Camara. Hij was bisschop in Brazilië, 2 jaar geleden is hij overleden. In 1970 was hij op bezoek in Nederland. Tijdens een bijeenkomst in Utrecht vroeg iemand aan hem: “Mag ik met u mee? Want ik heb het gevoel dat er bij jullie veel beter en veel idealistischer te werken is, veel radicaler dan hier in ons brave Nederland.”
En Helder Camara antwoordde op de manier, zoals jij ook deed Johannes:
“In Godsnaam blijf in je eigen land en ga daar eens werken aan gerechtigheid. want wij in Brazilië merken er nog weinig van dat jullie in Europa al weten hoe dat moet.”
En hij noemde de wereldhandel en de grondstoffenprijzen en hij zei: “Werk maar eens aan gerechtigheid van binnenuit.”

Johannes, ik zie dat u wegmoet. Wilt u achter in de kerk nog even kijken naar de herders en de schapen. Herkent u het tafereel? De velden van Betlehem moet u er maar bij denken. Zij zijn op weg naar kerstmis, naar het kind in de kribbe.
Zij staan symbool voor ons. Ook wij zijn in deze adventstijd op weg naar het feest van licht en vrede (meer informatie, onder dit artikel).
Daarom lezen we ook verhalen over jou, want jij wijst ons een weg.

Wilt u nog iets te zeggen? U bent blij dat wij ons laten leiden door herders, door mannen die in uw tijd tot het uitschot van de van de maatschappij behoorden. Juist aan hen werd de blijde boodschap verkondigd. Uw redder is geboren, Emmanuël is zijn naam: God met ons.
Jezus zag God in het gelaat van de armen en u wenst ons toe dat wij niet alleen God ervaren in mooie liturgie, maar ook in de vreemde buitenstaanders, in de berooiden, de beroofden, de zieken, de afgeschrevenen, de eenzamen………..

En terwijl Johannes ons gaat verlaten, zingen wij een lied over hem, de man die van Godswege kwam om te getuigen.