Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Overweging bij de 33e zondag door het jaar E-mail
Geschreven door Pastor E. Peijnenburg   
zaterdag, 16 november 2002

Spreuken 31:10-13, 19-20, 30-31 en Matt. 25:14-30

 De parabel die we zojuist hoorden, over de talenten, wordt doorgaans in verband gebracht met de bekwaamheden van een mens, met de verstandelijke gaven of natuurlijke aanleg die een mens bij zijn geboorte meekrijgt.

Het is zelfs zo dat het woord ‘talent’ via dit bijbelverhaal in onze taal de betekenis heeft gekregen van natuurlijke aanleg: want oorspronkelijk was een talent een bepaald gewicht, of de waarde van dat gewicht in zilver. De parabel van de talenten wordt meestal zo uitgelegd, dat mensen worden aangespoord om de talenten, die aangeboren zijn, niet te verbergen, maar ze in te zetten ter wille van Gods koninkrijk. Natuurlijk is dit een zinvolle uitleg. Maar als je de parabel nauwkeuriger leest, valt op, dat de talenten waarvan sprake is, eigenlijk niet kunnen staan voor aangeboren gaven van de knechten. Het gaat namelijk om bezit van de heer dat hij toevertrouwt aan ieder volgens zijn bekwaamheid.

Natuurlijk is die Heer een beeld voor God, dat zal elke bijbellezer aanvoelen. En wat God van oudsher toevertrouwt aan zijn mensen is zijn eigen Woord, zijn Tora, die mensen richting geeft. Het talent, in de oude betekenis van een bepaald gewicht of een bepaalde waarde, staat daarom voor het Woord van God, woorden van waarde, die aan mensen worden toevertrouwd, waarmee mensen gevraagd worden op weg te gaan. Het zijn woorden ook, die vragen dat mensen zich eraan durven toe te vertrouwen. En dan vertelt de parabel dat de eerste twee knechten ermee aan de slag gaan, ze wagen zich eraan en spannen zich in voor het Rijk Gods, en met concreet resultaat. De derde knecht echter beschouwt het talent dat hem wordt aangeboden als iets vreemds, als iets dat hem niet aangaat. En hij stopt het in de grond om het ongeschonden aan zijn heer terug te kunnen geven. Deze knecht wordt in de hoek gezet als voorbeeld van hoe het niet moet. In het evangelie zoals we dat net lazen wordt hij ‘lui’ en ‘slecht’ genoemd. Met dat soort woorden worden mensen soms snel afgeschreven: ‘Die? Oh, die is toch maar lui, daar heb je niets aan.’ Het is wel eens gemakkelijker zo’n snel oordeel over iemand te vellen, dan je in iemand te moeten verdiepen, en je af te vragen: Waarom reageert iemand zoals hij reageert? Wat zit daar achter aan ervaringen, aan teleurstellingen misschien? Het verhaal van de derde knecht geeft best aanleiding om deze vraag te stellen, want hij geeft zelf al aan in zijn antwoord aan de heer dat hij bang was, bang voor de heer die in zijn ogen een hard mens is.

Waar de heer, vlak voordat hij op reis gaat, blijk geeft van het vertrouwen dat hij in zijn dienaren stelt, reageert de derde knecht met wantrouwen. Wantrouwen ten opzichte van zijn heer, dat zich uit in een afwijzing, waarin pijn en frustratie doorklinken. Ten diepste is het misschien ook wantrouwen in zichzelf. Zijn afwijzing klinkt als de taal van iemand die al vaak heeft moeten meemaken niet te slagen in de opdrachten die hem gegeven werden, niet te beantwoorden aan de verwachtingen. Waarom zou je nog proberen, als je bang bent tegen de zoveelste teleurstelling aan te lopen. Waarom nog proberen, als je niet meer durft te vertrouwen, niet in anderen, niet in jezelf.

Een beetje wantrouwen is soms wel gezond. Maar heel vaak is wantrouwen funest in de relaties tussen mensen. In het klein, tussen familie en vrienden, in het groot tussen landen en godsdiensten, zorgt het ervoor, dat mensen uit elkaar groeien. En de moeilijke vraag is altijd: hoe doorbreek je dat, hoe help je mensen, vanuit een houding van wantrouwen, die veel negativiteit oplevert, te komen tot vertrouwen, dat mensen verder kan brengen. Jezus was bij uitstek een mens die tijdens zijn leven mensen nieuw vertrouwen kon geven. Hij hielp een vrouw die kromgebogen door het leven ging, om zich weer op te richten, hij liet mensen die niets meer zagen een nieuwe toekomst zien. Het lijkt misschien, alsof de derde knecht in het evangelie van vandaag uiteindelijk ongenadig hard wordt aangepakt, doordat hem luiheid verweten wordt, en hem zijn talent wordt afgepakt omdat hij er niets mee heeft gedaan. In een andere vertaling wordt die knecht overigens niet lui genoemd, maar lamlendig, je zou misschien zelfs mogen zeggen: lamgeslagen. De Heer probeert die lamgeslagenheid te doorbreken. Hij neemt de derde knecht serieus als mens, een mens die zijn opdracht in het leven waar kan maken. Er wordt niet vergoelijkend gezegd: Ach, die is nu eenmaal toch minder begaafd, daar kunnen we beter maar niets van verlangen. Daarom wordt hij aangepakt over het feit dat hij zijn opdracht heeft laten lopen. Want de Heer zegt tegen ieder van ons: Jij moet er zijn, op jouw eigen manier, en op jouw eigen individuele plaats, jij kunt mijn woord daar volbrengen; als jij het daar niet doet, doet niemand het!

Het evangelie van vandaag gaat over Gods vertrouwen in ons. Hij wantrouwt ons namelijk niet, integendeel, Hij heeft juist alle vertrouwen in ons. Hij heeft ons zijn bezit toe vertrouwd, de aarde waarop wij mogen leven. En nadat Hij de aarde had geschapen en haar in handen van mensen heeft gegeven, heeft hij zich niet van de aarde gedistantieerd: Uit de hele bijbel komt God steeds naar voren als een God die betrokken is en blijft bij het wel en wee van de mensen, en die zijn mensen steeds richting geeft. Hij heeft de Tora geschonken, de wet die als een richtingaanwijzer wil zijn van hoe wij zouden kunnen leven. Hij zendt tot op de dag van vandaag profeten in ons midden, mensen die Gods woord verstaan en het weten te vertalen naar onze actuele situatie. Zij roepen ons op tot een wereld waarin meer gerechtigheid zal zijn, en vrede een ware kans krijgt.

Uit de parabel van de talenten blijkt dat de heer vertrouwen wil stellen in ieder mens. Ieder mens is nodig om te doen waartoe hij of zij in staat is, elk mens kan op haar of zijn unieke plek, de wereld een klein beetje mooier maken. En dan is het triest, om te moeten zien dat soms mensen, door allerlei verschillende omstandigheden, niet meer op zichzelf en niet op anderen durven te vertrouwen, zoals de derde knecht uit het evangelie. Hij krijgt van zijn heer een hard antwoord te horen, dat eigenlijk ook aangeeft dat de heer hem nog niet heeft afgeschreven, zoals hij zichzelf wel. Uit de verhalen die we kennen over het leven van Jezus weten we, dat hij vaak kromgebogen, en geslagen mensen weer oprichtte, opdat zij, met al hun mogelijkheden, tot bloei zouden kunnen komen. Zalig zijn zij, die Jezus durven te volgen op die weg, en zo leven, dat zij zichzelf en anderen de ruimte geven om tot bloei te komen. Amen.