| Overweging bij de vierde zondag van de advent. |
|
| Geschreven door Pastor E. Peijnenburg | |
| zondag, 23 december 2001 | |
Jesaja 7:10-14 en Mattheüs 1:18-24De namen die mensen dragen hebben een betekenis. Aanstaande ouders die zich buigen over de vraag welke naam zij hun kind zullen geven, gebruiken soms van die boekjes waarin van een heleboel voornamen de betekenis staat vermeld.
Ik kan me herinneren dat ik als kind wel eens zo’n boekje in handen heb gehad, en natuurlijk wilde ik als eerste weten wat mijn naam wel zou betekenen. En ik had geluk. Achter mijn naam, Erna, stond geen lang en ingewikkeld verhaal, maar slechts één woord: adelaar. Erna betekent adelaar. Nou, dat vond ik wel mooi eigenlijk, een krachtig dier, met grote vleugels waarmee het kan vliegen waarheen ze maar wil. En toen ik een tijdje later eens met mijn ouders in Artis was, waar ze ook allemaal posters van dieren verkochten, wilde ik eigenlijk wel graag een poster van een adelaar voor in mijn kamer. Die bleek er echter niet te zijn. ‘Tsja’, zei mijn vader toen, ‘misschien komt dat wel omdat de Nazi’s zich in de tweede wereldoorlog ook aangetrokken voelden tot het beeld van de adelaar.’ En met een soort schok bedacht ik: Een adelaar is natuurlijk een roofvogel, een heerser in de lucht. En sinds die tijd heb ik me met de betekenis van mijn naam niet meer zo beziggehouden. In de bijbel zijn de namen van mensen betekenisvol. En in de teksten die we vandaag hoorden staan ze ook centraal. Koning Achaz, uit de eerste lezing, krijgt van de profeet Jesaja een teken te horen. Van koning Achaz had dat trouwens eigenlijk niet gehoeven. Hij zegt nog: ‘Ik hoef helemaal geen teken van Godswege te zien, ik wil God niet op die manier op de proef stellen.’ Dit klinkt wel vroom, maar dat is het niet. Koning Achaz wil liever geen teken van God omdat hij zich realiseert een teken van God nooit vrijblijvend is. Dat zo’n teken altijd vraagt om een reactie van mensen. Uit naam van God zet Jesaja echter door. Koning Achaz krijgt tóch een teken te horen. De naam Achaz betekent: De Heer grijpt vast. Alsof Achaz aan zijn haren door God de goede kant op getrokken wordt. ‘Zie, een jonge vrouw zal zwanger worden en een kind baren, en zijn naam zal zijn: Immanuël, dat betekent: God met ons.’ In een wereld waarin wapens regeren en doorgaans de macht van de sterkste telt, wordt gevraagd te vertrouwen op zoiets weerloos als een pasgeboren kind. Maar wel een kind met een veelbelovende naam: ‘God met ons’. En dan Jozef, de man die in de lezing uit het evangelie een centrale plaats inneemt. Jozef, een rechtvaardige wordt hij genoemd, een naam die hij zich tijdens zijn leven verworven heeft. Hij wordt verrast door de mededeling dat Maria, het meisje waarmee hij verloofd is, plotseling zwanger blijkt te zijn. Maar dan krijgt ook hij een teken van omhoog. Ook aan hem wordt gevraagd te vertrouwen op een kind, dat Immanuel genoemd mag worden, kind Gods in ons midden. Als het kind geboren is geeft Jozef het de naam Jezus, dat betekent ‘God zal te hulp komen’, een naam vol hoop en vol verlangen naar een tijd waarin God kleine mensen te hulp zal komen. Van Jozef horen we niet dat hij zich verzet tegen het teken dat hij uit den hoge krijgt, hij sluit zijn oren niet als de engel tot hem spreekt, hij lijkt het juist graag te willen horen. En zijn eigen naam is ook veelbetekenend. Jozef, dat betekent zoiets als ‘de Heer zal vermeerderen’. Het is de naam van iemand die iets durft te verwachten, meer dan alles wat te berekenen en te beredeneren is. Niet voor niets deelt Jozef, de man van Maria, zijn naam met die andere Jozef uit het boek Genesis, de zoon van Jacob die zo veel droomde en die ook zo goed dromen kon uitleggen. De naam Jozef staat in de bijbel voor een mens die zich in zijn dagelijkse doen en laten durft te laten leiden door iets dat zijn denken en logica overstijgt, die zich wil openstellen voor wat God hem te zeggen heeft, hij durft te dromen over wat misschien nog ver weg lijkt: Dat God te hulp komt bij machteloze mensen. Naar bijbels besef drukt je naam je wezen uit, drukt datgene uit waartoe je geroepen bent. De namen van mensen uit de bijbel zijn namen die ze gekregen hebben vanwege wat zij zijn gaan betekenen tijdens hun leven. Je zou het kunnen vergelijken met de manier waarop mensen tijdens hun leven bijnamen krijgen. Een naam die tot uitdrukking brengt wat voor een bepaalde persoon kenmerkend is. Mensen maken tijdens hun leven naam bij andere mensen, of ze nu bijnamen krijgen of niet. De naam, die je van je ouders hebt gekregen bij je geboorte, betekent eerst nog niet zoveel voor andere mensen. Maar tijdens een mensenleven verandert dat, als mensen ontdekken wie je bent, en dan gaat jouw naam echt iets voor anderen betekenen. In ons leven zijn we geroepen om naam te maken, zodat mensen bij het horen van onze naam een beeld wordt opgeroepen: van goede buur, trouwe vriendin, of: een mens bij wie je je verhaal kwijt kunt. Zo krijgt je naam betekenis, een betekenis die dieper gaat en veel meer zegt dan wat een voornamenboekje over jouw naam te melden heeft. Met kerstmis vieren we de geboorte van een kind vol belofte, een kind Gods temidden van ons, een naam die zegt: God zal dichtbij zijn. En als we ons echt door dit verhaal willen laten raken, dan mogen we weten dat wij allemaal een mensenkind kunnen zijn met een naam die voor andere mensen klinkt als goed nieuws, als een hoopvolle belofte, want God wil door ons mensen in deze wereld zeer nabij aanwezig zijn.
Amen. |



