Openbaring 11:19a, 12:1-6a, 10ab en Lucas 1:39-56 Over Maria staat niet zoveel in de bijbel. Vreemd eigenlijk. Want zij is toch naar ons gevoel één van de belangrijkste figuren, de moeder van Christus.
Maar in het Nieuwe Testament vinden we slechts spaarzame informatie over haar. De informatie die over Maria gegeven wordt, staat steeds in het licht van de berichtgeving over Jezus. Het is in verband met Hem dat haar naam valt. Over haar verdere persoonlijke leven vernemen we niets, niet over haar jeugd en ook niet over haar oude dag en haar sterven. Haar verhaal begint er dus mee dat ze de moeder werd van Jezus. We hoorden net de evangelist Lucas vertellen hoe Maria een bezoek brengt aan haar nicht Elisabeth in de periode dat ze beiden zwanger zijn. Bij Mattheüs kunnen we lezen over de vlucht die Maria met haar zoon moest maken naar Egypte, om te ontkomen aan Herodes die het kind wilde doden. Lucas vertelt het verhaal over wat er gebeurde toen Jezus 12 jaar oud was, en Maria en Jozef hem uit het oog verloren in Jeruzalem. Na drie dagen van angstig zoeken vonden ze hem terug in de tempel, waar hij midden tussen de leraren zat en met hen sprak. Bij de evangelist Johannes is het verhaal te vinden over de bruiloft van Kana, een feest waarbij zowel Jezus als zijn moeder aanwezig zijn. Maria is degene die haar zoon erop aanspreekt dat er geen wijn meer is, en even later verandert het water dat in zes kruiken zit, in heerlijke wijn. Maria volgde haar zoon, toen hij rondtrok langs de steden en dorpen van zijn landstreek en vele mensen afkwamen op zijn bevrijdende woorden. Eens probeerde ze door de menigte heen haar zoon te spreken te krijgen, maar toen moest ze horen hoe Jezus vroeg: Wie is mijn moeder, wie zijn mijn broeders? Mijn moeder en mijn broeders zijn degenen die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen. Maria zal het niet altijd makkelijk hebben gehad met haar zoon. Toch bleef ze hem volgen, tot onder de voet van het kruis, waar zij stond toen bijna alle anderen waren gevlucht, en zij was getuige van zijn sterven. En daarmee is het bijbelse verhaal van Maria nog niet uit. In het boek Handelingen lezen we, dat ze zich voegde bij de leerlingen van Jezus, die na zijn Hemelvaart baden om de kracht om door te gaan. Maria bleef Jezus trouw, tot na zijn dood.
Maria is belangrijk in het geloofsleven van mensen en in de kerkelijke traditie, en vandaag vieren we het feest van Maria Tenhemelopneming. Over hoe Jezus naar de hemel ging, kunnen we lezen in de Handelingen van de apostelen. Over Maria is niet zo'n verhaal te vinden. Het feest van Maria Tenhemelopneming is echter in de loop der eeuwen gegroeid en werd vanaf ongeveer de achtste eeuw na Christus in de westerse kerk gevierd. Pas sinds een halve eeuw, u hoorde het mijn collega zeggen, is de Tenhemelopneming van Maria een officieel kerkelijk dogma. In een wereld waarin mensen zomaar werden en worden afgeslacht, en de eerbied voor een mensenleven al te vaak ontbreekt, houden wij als gelovigen hoog dat God oog heeft voor elk mens. Zoals Maria het zelf uitzingt: Hij had oog voor mij, zijn dienares, en wie ben ik dat Hij mij heeft gevraagd? Het verhaal van Maria is het verhaal van een mens, levend in een bepaalde tijd en plaats in de geschiedenis, een verhaal van macht en onmacht, hoop en wanhoop. De kracht van het verhaal zit hem erin, dat God zich met zo'n concreet mens bezighoudt. In het leven van Maria zit veel dat herkenbaar is. De vreugde van haar zwangerschap, de hoop voor armen en onderdrukte mensen die ze deelde met haar nicht Elisabeth, de wanhoop toen ze hoogzwanger in Betlehem aankwam en er voor hen geen plaats was in de herberg, de angst van de vlucht naar Egypte ten tijde van Herodes, de liefde en bezorgdheid waarmee ze betrokken bleef bij haar zoon die tijdens zijn leven zijn geheel eigen weg ging, het verdriet om zijn lijden en sterven, de manier waarop ze na Jezus' Hemelvaart haar leven weer oppakte in verbondenheid met de vrienden van Jezus. Maria was een vrouw die net als wij leefde in een wereld vol dreiging en kwaad, een wereld waarin mensen elkaar soms zoveel verdriet doen. Juist om wat zij allemaal heeft meegemaakt hebben mensen zich door alle eeuwen tot haar aangetrokken gevoeld, en zijn er vanuit vele noodsituaties bij uitstek tot haar gebeden. Maria zal het vast begrijpen als we bang zijn, of bezorgd of verdrietig, Maria is aan ons verwant.
De eerste lezing, uit het boek Openbaring, bracht ons vandaag het verhaal van de vrouw die aan de hemel verscheen, en die met zon, maan en sterren was bekleed. Zij was in barensnood en bovendien werd haar baby bedreigd door een grote draak. Er staat niet dat deze vrouw Maria is. Maar het is niet vreemd dat mensen, door de eeuwen heen, bij dit beeld al snel aan Maria moesten denken. Maar ze is niet enkel Maria. Ze staat voor ieder mens die zich kwetsbaar en kansloos acht oog in oog met de draak. Voor elk mens die hoewel levend tussen al het kwade dat in onze wereld bestaat, toch in verwachting leeft, toch hoop durft te koesteren. Het is een verwachting die onherroepelijk gepaard gaat met pijn.
Achter dit beeld van de vrouw uit de Openbaring van Johannes, gaat concrete werkelijkheid schuil. De draak, de kwade machten die het leven van Maria en Jezus bedreigden, waren maar al te reëel. Net zo reëel is het kwaad in onze dagen. Aanslagen waardoor willekeurige onschuldige mensen worden getroffen, oorlogen die maar doorgaan en armoede die mensenlevens verwoest.
Vroeger kregen katholieke kinderen, jongetjes net zo goed als meisjes, steevast van hun ouders de naam Maria mee. Ook mijn ouders hebben dat gedaan, ik heet Erna Wilhemina Maria. Er zitten hier misschien heel wat Maria's in de kerk! Daarmee is dan prachtig tot uitdrukking gebracht, dat wij, allemaal, aan Maria verwant zijn. Mogen wij dan in ons eigen leven, net als Maria, de tekenen van hoop zien in onze wereld waarvan zij zong in haar magnificat. Dat we net als zij ons hele leven geloof en vertrouwen mogen behouden, of op zijn tijd weer hervinden, zodat we gaande kunnen blijven. En dat we vandaag, op het feest van de tenhemelopneming van Maria, ons bemoedigd mogen door het feit dat God oog heeft voor ieder mens, zoals Hij ooit oog had voor Maria, en dat Hij zorgzaam blijft, tot het eind. Onze namen staan geschreven in de palm van zijn hand.
Amen.
Inleiding door Pastoor H.J. van Ogtrop De zorg voor de ene mens: Halverwege de twintigste eeuw voelde Paus Pius XIIe zich geroepen het dogma van Maria ten Hemelopneming met lichaam en ziel af te kondigen. Hoewel vele theologen er protest tegen aantekenden -het zou de oekumne schaden- zette hij toch door. Hij had daarvoor een bijzondere reden. In een eeuw waarin de meest massale slachtingen van de menselijke geschiedenis hadden plaats gevonden, de eerste wereldoorlog, de russische revolutie, de koloniale oorlogen, de tweede wereldoorlog met als dieptepunt de systematische uitroeing van de joden stelde hij tegenover deze menselijke willekeur en dit afschuwelijke gebrek aan eerbied voor het menselijk leven Gods zorg ons ten voorbeeld voor het ene individu: de ene mens: Maria die door God met tederheid en zorg behandeld was. Terwijl voor de mensen de levens niet belangrijk schenen was God zorgzaam voor die ene mens: Maria de moeder Gods, verheven maar toch één van ons. |