Inleiding op het lezen van de Lucas-passie 9 (Lc.22,14-23,56) We lezen dit jaar het lijdensverhaal van Lucas. Hij legt andere accenten dan de andere evangelisten. -- Jesus begint met te zeggen dat Hij zich er op verheugd heeft het paasmaal te vieren met zijn vrienden: het maal dat herinnert aan de bevrijding van Gods volk uit Egypte. -- Pasen, Pesach, verlossingsfeest: letterlijk: DOORTOCHT. -- Het hele lijdensverhaal wordt geplaatst binnen het verlangen van de Heer om zijn weg door dood heen naar het leven, te voltooien.
Zelfbewust gaat Jesus zijn weg. -- Na de zweetdruppels die er vallen in de hof van olijven er wordt zelfs gezegd dat Hij bloed zweette horen we Lucas weinig meer vertellen over Jesus' pijn. -- Natuurlijk Jesus heeft die ondergaan maar Lucas beschrijft Jesus toch vooral als een voorganger, een koninklijke voorganger; die zijn volk door lijden en dood voorgaat naar het leven. We horen dan ook niet dat Jesus aan het kruis het uitschreeuwt van de pijn, zoals dat in Matteüs' en in Marcus' lijdensverhaal vermeld wordt. -- Jesus schreeuwt niet, we horen hem alleen maar iets zeggen: 'Vader vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen.' -- Zijn medeveroordeelden spreekt Hij zelfs nog moed in en zijn laatste woorden zijn een berustend gebed: 'IN UW HANDEN, HEER, BEVEEL IK MIJN GEEST.' Jesus wordt in Lucas'verhaal op zijn tocht begeleid door een treurende joodse menigte. De eerstelingen van een nieuwe mensheid die Hem wil volgen -hopelijk willen wij daar ook toe behoren- dienen zich al aan. Het passieverhaal wordt nu gelezen. Het lijdensverhaal wordt tweemaal onderbroken door enkele koralen. Overweging Opgaan naar Jeruzalem is een heel gebeuren, vanuit de diepte waar Jericho ligt, meer dan 100 meter onder de zeespiegel, klimmen de pelgrims omhoog en komen na een lange klim tenslotte boven op de oostflank van de olijfberg aan de heuvelrug waarop men een prachtig zicht heeft op de heilige stad die dan plotseling aan je voeten ligt, aan de andere kant van het Kedrondal met de hof van olijven. Vanaf de olijfberg zien de pelgrims de Davidsstad liggen: Jeruzalem, de heilige stad.. met haar grote tempel schitterend in de zon. De dreigende Romeinse Antonia-burcht, gebouwd om Jeruzalem onder de romeinse knoet te houden, zien de pelgrims ook. Maar hun vreugde bederft die niet en de pelgrims zingen elkaar de psalmteksten toe: 'Wat was ik blij toen men mij zeide: wij gaan naar het huis van de Heer' en ' Gezegend is degene die mag komen in de naam van de Heer.' Jeruzalem, de naam zegt het al 'vredesstad' kan alleen maar echt Jeruzalem zijn als er rechtvaardigheid heerst en vrede, en dan pas echt als er een koning is die opkomt voor de kleinen en die de vrede aandraagt. In Jesus' tijd was het recht ver te zoeken en een vredeskoning was er niet. Volgens Lucas komt daar verandering in als Jesus als de nieuwe koning, de echte koning die namens God de stad mag regeren, zijn stad binnengaat: Hosanna de koning van de vrede. Echte koning van het recht en de vrede, dat was Jesus door zijn solidariteit met de lijdenden, door zijn keuze voor de kleinen en de armen, door zijn hele manier van leven. Helaas, niemand kan partij kiezen voor de armen en de verdrukten zonder weerstand op te roepen en zelf deel te krijgen aan de verachting en het lijden dat zij moeten ondergaan. Niemand kan partij kiezen voor hen die lijden zonder dat er moord en brand geroepen en geschreeuwd wordt. Dat werd Jesus duidelijk toen Hij op de ezel -het dier van de armen en de weerlozen- de stad binnenkwam. Hij had de armen en de verdrukten nieuwe hoop gegeven. Hij had hen de ogen geopend. Geen wonder dat zij het juist zijn die beginnen te roepen: HOSANNA, gezegend de koning die komt in de naam van de Heer!' Ze deden het zo luid als ze maar konden, hopende dat de gezagsdragers, de priesters, de Romeinen en hun eigen politiek leiders het goed zouden horen: HOSANNA… dat betekent: HELP ONS! Ze begrepen dat ze moesten schreeuwen om Jesus te helpen. En ze begrepen ook dat Hij het zwaar te verduren zou krijgen omdat hij hun zijde gekozen had. Jesus wordt nog door enkele vooraanstaande leiders gewaarschuwd: 'Meester, beveel ze te zwijgen!' Maar Hij gehoorzaamde hun niet. Hij wist waarom het volk schreeuwde en Hij vond dat zij gelijk hadden. Maar, en vele volgelingen van hen zouden het later eveneens merken, als je iets doet om het Koninkrijk van God, het rijk van rechtvaardigheid en liefde te bevorderen, dan wordt je dat steeds door velen kwalijk genomen. Vooral voor hen die op dat ogenblik de macht in handen hebben. Jesus vergiste zich daarin niet. Hij had geen enkele illusie. In het evangelie van Lucas is er geen twijfel. Jesus' leven kon alleen maar uitlopen op zijn dood. Maar voor Hem was die dood geen tragedie, geen anticlimax en ook geen ondergang. Hij was -we horen dat ook in het passieverhaal dat ons morgen als inleiding op de goede week gelezen wordt- geen hopeloos slachtoffer van het noodlot of wat dan ook. Hij ging Zijn weg, Koninklijk en waardig. En zo deden ook anderen dat na hem. Zo deden het allen die opkwamen voor het recht: Martin Luther King, bisschop Romero, waardig gingen ze hun weg. Ze wisten wat hen boven het hoofd hing. Bisschop Romero die werd neergeschoten terwijl hij de Eucharistie aan het vieren was. Vlak tevoren had hij gezegd: 'Ik ben vaak bedreigd met de dood. Maar als christen -ik zeg het maar ronduit- geloof ik niet in een dood zonder verrijzenis. Als ze mij vermoorden zal ik verrijzen in het volk van El Salvador... en als ze hun bedreigingen uitvoeren dan offer ik mijn bloed aan God voor de redding en de verrijzenis van mijn volk.' Zijn voorspelling is uitgekomen, zijn portret hangt nu, al bijna 20 jaar na zijn dood, nog steeds in bijna heel Zuid Amerika in winkels en huiskamers, in kerken en op markten. Jesus en bisschop Romero en al die anderen, ze waren geen hopeloze slachtoffers van het noodlot of wat dan ook. Maar, en dat gaan we vieren: er is geen dood van de rechtvaardigen zonder verrijzenis. Geen 'in uw handen beveel ik mijn geest' zonder aanvaarding door de Vader. Geen offer zonder toekomst... Achter het duister gloort het licht. Na het Hosanna, de hulproep van de kleinen, en het 'kruisigt hen' van de corrupten en de machtigen zal onverbiddelijk het Alleluiah van de paasnacht en de paasmorgen volgen: Zie Hij leeft! Gaan wij Hem achterna deze week, het donker in van de goede vrijdag om met Hem op te gaan naar het licht: Gods Koninkrijk zal komen, als wij voor werkelijk voor Hem kiezen: in onze dagen. AMEN. |