Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Palmzondag E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
zondag, 20 maart 2005

Inleiding op het lijdensverhaal volgens Matteus
Dit jaar lezen wij Matteus.
Hij vertelt het lijdensverhaal op zijn eigen manier.
Het gaat om Jesus' trouw aan Zijn Vader,
Zijn trouw aan Zijn mensen, trouw aan Zijn roeping.
Een trouw in de lijn van de profeten,
die leden aan hun opdracht, die hun kruis droegen.
Vandaar dan ook dat er steeds wordt gezegt:
'opdat de schiften worden vervuld.'

Het lijden van Jesus is geen donkere tunnel
maar een weg naar het licht.
Hij gaat ons voor als de rechtvaardige die doet wat Hij moet doen.
Het tekort schieten van de leerlingen wordt pijnlijk duidelijk
maar blokkeert de Messias niet
op Zijn weg naar de verheerlijking die onze redding betekent.

Het lijdensverhaal is in vijf blokken verdeeld net zoals er vijf boeken van Mozes zijn. Die indeling is niet willekeurig. Dit zijn de blokken:

Het eerste blok (Mt.26,1-30) omvat twee maaltijden- die in Bethanië in het huis van Simon de Melaatse, en het paasmaal in Jeruzalem. Het joodse paasmaal eindigt met het zingen van de Grote Lofzang en dat is precies wat Jezus en de leerlingen in vers 30 doen: 'Nadat zij de lofzang gezongen hadden, gingen ze naar de Olijfberg'.

Het tweede blok (Mt.26, 30-56) speelt zich geheel af op de Olijfberg. Jezus en zijn leerlingen verlaten de stad en gaan naar een landgoed dat Gethsémané heette (v. 36). Onderweg voorspelt Jezus de verloochening door de leerlingen (31-35). In de hof bidt Jezus in doodsangst, terwijl de leerlingen slapen (36-46). Daarna volgen de gevangenneming en de vlucht van de leerlingen (47-56).

Het derde tekstblok (Mt.26,57-75) speelt zich weer af in de stad. Jezus wordt naar het paleis Van Kajafas, de hogepriester, gebracht en daar in de nacht verhoord en mishandeld. Petrus is Jezus tot in het paleis gevolgd, maar verloochent zijn meester tot driemaal toe. Bij het ochtendgloren, als de haan kraait, krijgt Petrus berouw. De eenheid van dit blok wordt bepaald door de plaats (het paleis) en de tijd (de nacht).

Het vierde tekstblok (Mt.27,1-32) speelt zich eveneens in de stad af, maar nu bij dag. Hoofdstuk 27 begint met de woorden: "Bij het aanbreken van de morgen". De hogepriesters spreken officieel het doodvonnis over Jezus uit en leveren hem over aan Pilatus (v. 1-2). Wanneer Judas ziet wat er gebeurt, krijgt hij berouw: zijn daden van omkeer zullen ons nog te denken geven (v. 3 - 10). Deze twee scènes spelen zich af op de tempelberg (v. 5). De rest van het vierde blok speelt zich af in het paleis van Pilatus (1 1-32). Bij het verlaten van het paleis wordt Simon van Cyrene gedwongen om Jezus' kruis te dragen.

Het vijfde tekstblok (Mt.27,33-61) speelt zich grotendeels af op de plaats die Golgotha heet (v.33-56). Wanneer het avond geworden is, neemt Jozef van Arimathea Jezus van het kruis en legt hem in zijn graf, in tegenwoordigheid van Maria van Magdala en de andere Maria (5 7-6 l), De kruisafname en graflegging vormen eigenlijk al de opmaat voor de verrijzenisverhalen.

PREEK

(na het voorlezen van het hele verhaal dat Bach in zijn Matteuspassion verklankt heeft):

Waarom mochten wij dit alles horen?
Om te gruwen, om weg te zwijmelen, niets van dit alles.
Het wordt ons verteld
opdat wij als lezen ons bekeren
en Hem navolgen.

I. Wanneer het er op aankomt, blijkt dat de leerlingen Jezus juist niet navolgen.
Dat geldt voor alle twaalf apostelen, met name bij Judas en Petrus.
Degene die wèl Jezus' kruis draagt, is een toevallige voorbijganger,
Simon uit Cyrene.
Toch heeft Petrus spijt, wanneer hij de haan hoort kraaien.
En ook Judas heeft berouw en doet boete.
De verloochening van Petrus en het berouw van Judas
staan letterlijk centraal in het lijdensverhaal van Mattheüs
de ontreddering is compleet.
De mannen zijn weg
de vrouwen, vele vrouwen staat er zelfs
zijn Jezus gevolgd uit Galilea.
Ze zien uit de verte hoe Jezus sterft
en later wachten zij vol verwachting bij het graf
een vertrouwen dat niet een van de twaalf
meer kon opbrengen.

II. Onschuldig was Jesus geweest.
Door het hele evangelie heen had Jesus geweldloosheid gepreekt
en liefde voor de vijand. Zo zou het Koninkrijk van God komen.
Zijn kritiek richt zich vooral op de hogepriesters
en het misbruik dat zij maken van de tempel en hun macht.
Door zijn religieuze en morele gezag is Jezus geliefd bij het Joodse volk.
Daarom durven de hogepriesters Jezus niet op klaarlichte dag
in de tempel gevangen te nemen.
Onschuldig was hij dat wisten zij ook wel,
en Judas ook als hij berouw krijgt. Pilatus wist het ook……
zijn vrouw stuurde een boodschap, waarin ze Jezus een "rechtvaardige" noemde.
Wanneer een oproer dreigt te ontstaan, laat Pilatus toch Jezus geselen
en geeft hem dan over om gekruisigd te worden,
nadat hij eerst zijn handen in het openbaar gewassen heeft met de woorden
"Ik ben onschuldig aan zijn bloed" (27,24+26).
Bij deze voorstelling van zaken gaat het Mattheüs
niet om de onschuld van Pilatus, maar om de onschuld van Jezus.
III. Hoewel Jezus onschuldig is doet hij geen poging
om te ontsnappen of zich te verdedigen, noch met wapens, noch met woorden.
Jezus onttrekt zich niet aan het lijden, maar neemt het op zich.
Mattheüs verheerlijkt het lijden net zo min als Jezus het zoekt.
Zijn doodsangst in Gethsémané maakt dit duidelijk.
Jesus bidt: "als het mogelijk is, laat deze kelk aan mij voorbijgaan".
Toch heeft Jezus kennelijk het besef dat zijn dood onvermijdelijk is.
Bij het Laatste Avondmaal zei Hij:
"de Mensenzoon gaat heen zoals geschreven staat".
Jezus is afgestorven ... volgens de Schriften" en wel "voor onze zonden".
Hij zei het tijdens het Avondmaal:
"Dit is het bloed ... dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden" (26,28).
Jezus wil verzoening, vrede voor Israël,
opdat het volk veilig kan wonen in het Land.

Alles wat hij in zijn bergrede heeft gezegd
maakt hij zelf waar: "Zalig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land beërven. Zalig de vredestichters,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden" (5,5.9).
"Heb uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen" (5,44).

Op weg naar Jeruzalem heeft Jezus aan zijn leerlingen duidelijk gemaakt
dat zijn koningschap niet wordt gekenmerkt door heersen en macht, maar door dienen-.
Hij zal zijn leven geven als losgeld voor velen (20,25-28).
De bevrijding kan niet met geweld van wapens tot stand worden gebracht:
allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen (26,53).

IV. Jesus' lijden vindt plaats rond het Joodse Pasen.
Dat is niet toevallig.
Pasen is het feest van de bevrijding,
van de verlossing uit de slavernij,
van de doortocht door de wurggreep van de dood.

Pasen vierde Hij met de zijnen:
Pasen vierde Hij voor ons
opdat wij bevrijd zullen worden van de machten die ons willen wurgen
en op kunnen gaan naar het licht.

Rond het Joodse Pasen
het feest waarop de verdwijning van de dreigende legermacht
van Farao's soldaten wordt gevierd
gaan twee Romeinse soldaten de graftombe van Jesus bewaken.
De halzen, zij weten niet dat voor de God van Israël
de aardse legermachten hebben afgedaan
en de dood niet het laatste woord heeft.
Zij kennen de lofzeggingen niet waarmee Jesus,
als trouwe Jood zij Vader vaak geprezen heeft:
Jij bent machtig voor altijd, Heer,
Jij doet de doden leven (groot in het bevrijden,
je laat de wind waaien en de regen neerdalen),
onderhoudt levenden in verbondenheid,
doet doden leven in grote barmhartigheid.

Dat is ons tot troost want het gebed gaat verder:
Jij bent de God
die vallenden steunt, zieken geneest;
gevangenen losmaakt en zijn trouw gestand doet
aan hen die slapen in het stof.
Wie is als jij, Heer van machtige daden,
en wie lijkt op jou ?
Koning, die doodt en doet leven,
en bevrijding laat ontspruiten.

Op die God zal Jesus, hier vandaag, niet tevergeefs een beroep doen.
Dat zal ook gelden als Hijzelf stervende is.
Aan het kruis hangend roept Hij:
'God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten ? (Ps. 22, 2)
Maar die psalm gaat verder en dan klinkt:
'Op U hebben onze vaderen vertrouwd en gij hebt hen geantwoord.
Daarom zal ik uw Naam aan mijn broeders verkondigen
en in het midden van de gemeente zal ik U lofzingen.'(vs 5 en vs 23).

Wij aanbidden U Christus en loven U
omdat Gij door Uw kruisdoor de wereld hebt verlost.