In het ziekenhuis kwam ik een humanistische raadsvrouwe, ik noem haar even Lies, tegen. Kordaat en vol energie liep ze de patiënten langs. 'Vroeger ben ik ook katholiek geweest maar ik heb ontdekt dat God niet meer bij mij past.'
'Ik ga mijn paaspreek maken' zei ik zomaar. 'Dat is gemakkelijk' zei ze: 'Jesus is verrezen en zo.' Ze begreep niet hoe tegenstrijdig haar opmerkingen waren. Ik opperde: 'ik vind dat toch niet zo gemakkelijk om te geloven, laat staan er over te preken.' -- Ieder jaar weer moet ik weer naar Pasen toe leven ieder jaar gebeuren we weer zoveel andere dingen. Het kan een Alleluia-jaar zijn: je gaat trouwen, je hebt een kind gekregen, het gaat je voor de wind, je hebt goede vrienden.. maar het kan ook een "God mijn God waarom heb je mij verlaten"-jaar zijn: je verliest dierbaren, je krijgt te horen dat je ernstig ziek bent, er zijn problemen waar je niet overheen kunt komen.. Wij mensen verkeren in een wankel evenwicht. Neen, ik wil niet pessimistisch zijn en humeurig maar zo is het. Wij leven in een wankel evenwicht. In onze dagen beseffen we dat misschien nog meer dan vroeger. Wij zijn de afgelopen maanden geconfronteerd met een oorlog die veel protest opriep van velen: ook van de Paus en onze bisschoppen maar nu hebben de geallieerden de oorlog gewonnen. Is alles nu in orde?? Gaat de wereld nu een betere tijd tegemoet? Hoe gaat het verder in Irak? De ouders krijgen hun dode kinderen niet terug en of er na Sadam betere regeerders zullen komen?? We vieren Pasen. Het licht is ontstoken in de duisternis. Maar slaat het wel ergens op dit licht, dit klokgelui en de blijde Alleluia's in de kerk? Er wordt toch van ons als kerk verwacht dat wij de vragen van onze dagen serieus nemen. Om moed te vatten begonnen we weer met Genesis 1 we begonnen weer bij het begin: de basis. En zo hoorden wij over die Ene, die heeft gezegd dat het goed is dat wij mensen er zijn. Dat wij er als mensen mogen zijn, stuk voor stuk waardevol en uniek. Hoe onzeker en vragend, aarzelend en falend wij ook zijn er is er een die naar ons kijkt. Er is er EEN die geschiedenis wilde maken met ons onmogelijke mensen. Er is er EEN die een volk uitkoos om mee te beginnen: dat is degene die wij God noemen, Heer, Eeuwige, Enige. Het tweede verhaal dat wij lazen, uit het boek Exodus, bood ons nieuw perspectief. Het ging over een volk dat God uitkoos toen in Egypte en opriep tot een nieuwe creativiteit. De meesten vonden het wel beste, daar in Egypte waar ze slaaf waren -net zoals wij allemaal slaaf zijn van onze wereld die nu eenmaal is zoals die is-. De mensen van Gods volk hoefden niet na te denken, er was altijd brood op de plank. De Enige die echt ongerust is, is God. Hij vindt het voor Zijn mensen mensonterend dat zij onderhorig zijn aan het goed ge-oliede systeem van de Egyptische welvaartsmachinerie. En dan begint een nieuwe geschiedenis. Mozes mag zijn mensen opwekken nieuwe mensen te worden en voor de vrijheid te kiezen die de God van Abraham, Isaak en Jakob hun geven zal. Heel moeizaam krijgt Mozes zijn mensen in beweging en gaan ze op weg naar de vrijheid. Er is geen ontkomen aan: je moet mee. Om ook de latere generaties te bevrijden uit passiviteit en wanhoop krijgen ze, voor ze op weg zullen gaan de opdracht dat vertrek als een nieuwe fase te gaan vieren, hoewel hun hoofd er eigenlijk niet naar staat. Een opdracht tot vieren van de bevrijding die ook zal gelden voor alle latere generaties. -- 'Wat heb ik mij verheugd met jullie het Paasmaal te vieren' zegt Jesus van Nazareth later tot zijn vrienden. Hij was ze voorgegaan op de weg naar een nieuwe wereld. Helemaal volgens de oude Wet van Mozes: waar niet het recht van de sterkste alleen zou gelden, waar gedeeld zou worden, waar ruimte zou zijn voor de vreemdeling en aandacht voor de vervolgden. Kortom: alles omgekeerd. Zijn vrienden waren Hem gevolgd ... met enige tegenzin soms en onbegrip. Maar toen het er op aan kwam, in de hof van olijven, werd het hen echt te machtig. Eenzaam en alleen ging Jesus zijn weg. Met ver op de achtergrond, bijna onzichtbaar -ook voor Hem- als medestander: Zijn Vader, de God van Abraham, Isaak en Jakob die Hem door de dood heen zou helpen. Daarover hoorden wij in het Paasevangelie. Vrouwen zullen daarvan de eerste getuigen zijn. Het zijn deze vrouwen die het ambt van de apostelen gaan redden, misschien dat ik daarom toch blijf vinden dat er voor vrouwen ook wel wat meer ruimte mag zijn bij het vervullen van ambten in de kerk. De vrouwen waren wel bedroefd maar ze liepen niet weg: ze bleven volharden in hun hoop en komen dapper op het graf af. Er waren soldaten gesignaleerd in de buurt van het graf - dat schrikte hen niet af - en er was een reusachtig steen als een groot wiel gewenteld voor het graf: - dat schrikte hen niet af - ze vragen het zich wel af: 'wie zal die steen weghalen.' Geen antwoord nog. Wel dit: 'en de zon ging op' vertelt Marcus fijntjes: er is hoop. De vrouwen die niet weggevlucht waren mochten ervaren: de blokkade was opgeruimd: de steen was gewoon weg ! Er is ook iemand die hen toespreekt: 'schrik niet, je zoekt Jesus van Nazareth Hij is niet hier, kijk dit is de plaats waar Hij werd neergelegd. Ga het maar gauw zeggen tegen zijn vrienden: 'Hij gaat je voor naar Galilea, daar zul je hem zien, zoals Hij jullie gezegd heeft.' Nu zou je verwachten dat ze een ‘Allelluia’ gaan aanheffen of minstens een ‘hiep hiep hoera’. Maar niets van dat alles: Het werd de vrouwen te machtig: ze rennen van het graf weg en het evangelie besluit: 'van schrik vergeten ze er iemand iets van te vertellen.' De kerkgemeenschap waar Marcus dit verhaal zo voor schreef was een bedreigde kerk die samenkwam in de catacomben van Rome, angstig wachtend op een inval van de soldaten van de keizer die nog steeds macht had op aarde. Misschien dat daarom de vrouwen zo weinig enthousiast zijn want het zal, als je blijft geloven in overwinning van Jesus, neerkomen op doorgaan. Bij de pakken neerzitten zou veel rustiger zijn. Maar dat mag niet: je moet in beweging komen. ‘ Hij gaat je voor naar Galilea’ hoorden ze zeggen. En zij denken dan: ‘ o jee, dan moeten wij er weer achter aan.’ Als je zou weten dat er toch niets te doen is tegen de macht van het kwade heb je het eigenlijk rustig. Je hoeft alleen maar te gaan zitten wachten op het einde. Maar Pasen betekent: God heeft Zijn geschiedenis opnieuw met die van de mensen verbonden. Boven het graf van Zijn Zoon is de zon opgegaan en bij het lege graf van Jesus is gezegd: ‘ Hij gaat je voor.’ Deze Jesus, de echte Verlosser van de mensheid is geen held, geen glanzende persoonlijkheid. Hij komt niet binnen in een allen overrompelende macht en majesteit maar Hij kwam en komt als vriend van de onzekeren en angstigen, als een weerloze solidaire vriend van mensen die lijden moeten een vriend die meeleed, pijn had en mee-stierf. Een heiden zette vlak nadat hij het uitgeschreeuwd had van pijn, juist toen zijn Credo in: 'deze was een zoon van God.' Jesus volgen zoals Marcus ons dat beschrijft is niet gemakkelijk. Van ons allen wordt echte solidariteit gevraagd met allen die lijden. In een van Jesus’ laatste toespraken lezen we over het eindoordeel: ‘ ik was hongerig heb je mij te eten gegeven? Ik was dorstig gaf je mij te drinken, ik was ziek, heb je mij bezocht ik was vreemdeling en in de gevangenis liet je mij niet in de steek?’ Als dan de hoorders stomverbaasd vragen: ‘ wanneer zagen we u hongerig of dorstig, ziek of in de gevangenis en hebben we u bezocht?’ luidt het antwoord: ‘ wat je de minsten der mijnen hebt gedaan heb je voor mij gedaan.’ Alleen als mensen verder gaan in vriendschap en solidariteit als mensen, bevrijd van hun egoïsme, zich inzetten voor een betere wereld is er hoop. In grote bezorgdheid over alle dingen die wij samen meemaken mogen wij ons deze nacht toch koesteren in de zon van Gods troost zoals die in Jesus tot ons kwam. Wonderlijk genoeg heeft Hij ook nog veel vertrouwen in ons. Over enkele weken zult u in het evangelie van één van de zondagen van Pasen eraan herinner worden hoe Hij in een van zijn afscheidstoespraken zegt: 'mijn werken zullen jullie doen ja, grotere dingen dan ik zullen jullie doen.' En met deze hoopvolle woorden eindig ik deze paaspreek. De Heer heeft vertrouwen in ons: meer misschien dat wijzelf en dat kan ons net over de brug helpen om samen vol te houden en verder te bouwen aan de eindoverwinning van de liefde. En weet het wel: waar twee of drie in Zijn naam verzameld zijn is Hij in ons midden. Dat halen we gemakkelijk… en nog meer. We gaan roepen naar allen die ons zijn voorgegaan: naar Abraham, David en alle heiligen: met hun support zullen wij het wel redden AMEN. |