Inleiding: Vrijdagmorgen zijn we begonnen met bidden na de Eucharistieviering: onze Paus lag op sterven. Gisteren wapperden toch de vlaggen op de kathedraal: 1500 vormelingen overal uit Noord Holland kwamen de Bavo binnen. Geheel in de geest van deze Paus die zo op jongeren gesteld was hebben we de Bavodag toch laten doorgaan. Met meer dan 1500 jongeren baden wij voor hem: u zag er gisteren nog wat van op het journaal. Toen iedereen weer veilig thuis was kwam gisterenavond het bericht van het overlijden van Johannes Paulus II die naar het huis van de Vader was gegaan.
26 ½ jaar heeft Karol Woitila als paus Johannes Paulus II onze kerk geleid. Vanuit heel de wereld komt rouwbeklag. Vanuit Washington en Teheran, vanuit Jeruzalem en Krakau van overal. Een Paus die de mensen opzocht krijgt ook veel reacties van de mensen die hem ontmoetten. Het is nog nooit vertoond: een Paus die synagoges bezocht, die de Moskee van Damascus binnenging die devoot bij de klaagmuur in Jeruzalem bad en een briefje met excuses voor alles wat christenen de joden hadden aangedaan tussen de stenen stak. Een Paus die in Yad Vasjem in Jeruzlem een vrouw ontmoette die hij ooit als jonge priester toen zij geen kracht meer had om te lopen op zijn sterke rug het kamp uit gedragen had. Kort na zijn aantreden kwam de eerste aantasting van zijn gezondheid de aanslag door een waanzinnige. De gezondheid van de Paus werd toen aangetast. Maar vele jaren ging hij door. De rest weten we. Op het Sint Pietersplein staat een foto van de Paus afgelopen Goede Vrijdag, op de rug gezien, een kruisbeeld krachtig omklemd. Een symbolische foto. Hij was al niet meer onder ons, hij droeg zijn kruis en was verenigd met zijn Heer met wie wij hier op aarde immers al verbonden zijn. Dat verbond met die Heer gaat door. Levend met Hem op aarde blijven wij met Hem verbonden ook in de dood. Pasen vierden wij, de Paus was nog onder ons. Maar nu op Beloken Pasen, ook zondag van de Goddelijke barmhartigheid, mag onze Paus opgaan naar het Vaderhuis. Wij blijven achter, bedroefd, verweesd. Maar niet in de steek gelaten want de Heilige Geest gaat met ons mee en zal Zijn kerk de toekomst in leiden. Wij doen er goed aan, dankbaar en aandachtig, de Eucharistie te vieren: de liturgie volgend van de tweede Paaszondag. In de preek zal ik gewoon de schriftlezingen toelichten wetend dat dat in de geest is van wat onze Paus gewild heeft. Een welkom aan de gregoriaanse schola uit Beverwijk en aan u allen. Vieren we dankbaar dat de Heer bij ons is. Hein Jan van Ogtrop, Plebaan Sint Bavo Haarlem. PREEK: NU WIJ! Lezingen: Handelingen 2: ze hadden alles gemeenschappelijk Johannes 20,19-31 de achtste dag met Tomas De deuren waren gesloten. Ze waren maar met zijn tienen: Judas was weg en Tomas was er ook niet daar zaten ze in het donker. Ze praatten niet veel, ze waren angstig, de vrienden van Jesus. Er staat geschreven dat ze bang waren voor de joodse leidslieden die met de romeinen heulden. Let wel niet voor 'de joden' -moderne vertalingen gebruiken deze omschrijving terecht niet meer want dat waren ze zelf. Ze waren bang voor een bepaald soort mensen uit hun midden zoals je in de oorlog ook bang was voor Hollandse verraders die overal verscholen konden zitten. Maar zouden ze misschien ook niet een beetje angstig zijn voor Hem, voor hun Heer die ze hadden verraden ? Bang... want wat hadden ze gedaan. Ze hadden hem mooi in de steek gelaten. En nu bleek: enkele vrouwen hadden Hem weer gezien. De vrouwen hadden zich niets te verwijten want die waren Hem gevolgd, tot onder het kruis. De vrouwen waren meegegaan naar waar de mannen schitterden door afwezigheid. Nu schaamden de mannen zich. Het is een situatie die we allemaal wel kennen. Je bent tegenover iemand tekort geschoten. Je hebt hem of haar in de steek gelaten. En hoe zal diegene jou dan tegemoet treden? We lezen in de Bijbel veel verhalen over ontmoetingen van mensen die bang zijn voor elkaar. Over Jakob bijvoorbeeld die hoort dat zijn broer Esau er aankomt. Diezelfde Esau die hij zo bedrogen heeft. We kennen het verhaal van de verloren zoon die naar zijn vader teruggaat en die onderweg zijn speechje oefent: 'vader ik heb gezondigd.' Nu ook... angst, schaamte, spijt. Wat zullen ZIJ zeggen? Houdt de deur maar goed op slot! -------- Geen tijd om te dubben: Hij staat plotseling midden tussen hen in. En wat is zijn eerste woord? Niet: 'zo daar zijn jullie..' niet 'nou heb ik jullie' neen: zijn eerste woord is VREDE. Vrede en vertrouwen. Geen spoor van verwijt. Vertrouwen. Het lijkt het hoofdthema te zijn wat steeds weer terugkomt in het evangelie: vertrouwen. Jesus kondigt ze alleen maar vrede aan. VREDE, SJALOOM. Dat woord heeft een rijke inhoud. Het staat voor een goede toekomst voor hen en ook voor ons allen aan: SJALOOM. Het is goed tussen ons en het wordt goed in de wereld. -------- Er wordt een nieuw begin gemaakt. En net zoals God zelf de levensadem blies in Adams neus en net zoals de profeet Ezechiël droomde over een nieuw begin: de Geest van God die over de dorre beenderen van het huis Israël zou blazen zoals we dat hoorden in de paasnacht, zo blaast Jesus zelf over de leerlingen. En ze komen weer tot leven. ------------ Ze krijgen zelfs een opdracht: 'zoals de Vader mij zendt zo zend ik u'. ---------- En Hij gaat verder met zijn grenzeloze vertrouwen: 'wiens zonden jullie vergeeft, hun zijn ze vergeven.. ) Deze mensen die tekort geschoten zijn krijgen niet alleen te horen: 'ik praat er niet meer over sukkels.' Maar ze krijgen, hoe verbaasd en zwak ze ook zijn, zelfs een rol toebedeeld bij het aanwijzen van goed en kwaad. Beter gezegd: bij het doorgeven van de aankondiging van de vergeving. Zij zullen zelf weer overeind gezet het volk van God overeind gaan zetten. ---------- Je vraagt je af of alle kerkmensen die in Jesus' spoor gaan wel zo'n vertrouwen 'à la Jesus' in elkaar durven hebben. Maar dat geldt niet alleen voor de leiders, gelovigen onder elkaar munten meestal ook niet uit in vertrouwen ten opzichte van elkaar. Dit alles speelde zich af op de eerste paasdag-avond als Tomas er niet bij is. Het is een goed begin maar kennelijk nog niet voldoende want acht dagen later -en dat is vandaag op de zondag na Pasen- zitten ze nog steeds angstig bij elkaar met de deur op slot. II. Het is DE ACHTSTE DAG zegt Johannes plechtig. Dat doet denken aan een werkelijk nieuw begin een kroon op de zevende dag. Een werkelijk nieuw begin. Maar zou dat komen? Jazeker, nu pas echt en wel rond Thomas. Thomas hanteert een hele eigen norm. Hij wil weten of het -zoals de anderen dankzij Jesus' ingrijpen zeggen- werkelijk de Heer is die leeft, de man van wie hij gehouden had, de mens die partij koos voor de weerlozen, de vriend van de armen en de onderdrukten. Hij wil daarom -en dat is heel goed eigenlijk- de tekenen zien van de wonden van deze gemartelde. Hij wil -maar dat hoeft niet echt zal blijken- zijn handen leggen in zijn zijde. Hij wil in deze gemartelde mens zien de nieuwe weerloze aanvoerder van een nieuwe mensheid die niet meer bouwt op macht of geweld. En hij ziet de wonden in Jesus' zijde en in Zijn handen en ........ in zijn zijde. Hij ziet de nieuwe Adam die zijn zijde geopend heeft die zijn bruid aan zijn zijde zal ontmoeten, de nieuwe Eva, zijn kerk-gemeenschap. De achtste paasdag, vandaag, beloken Pasen, is de dag van de voltooiing, de kerkgemeenschap mag wakker worden. Op de dag na het sterven van Paus Johannes Paulus vieren wij het Paasmysterie dat aan de zijde van de nieuwe Adam de gemeenschap gevormd wordt van mensen die de machten hebben afgezworen en willen leven uit de kracht van de Geest die de Messias ook bezielde en die alles nieuw maakt. Zijn volgelingen leggen zich ernstig toe -hoorden wij vandaag in de eerste lezing vertellen- op die nieuwe levenshouding. Ze leven samen in een echte gemeenschap - zoals wij dat hier toch ook proberen - ze zijn ijverig in het breken van het brood. En ze bezoeken de tempel: om het oude verhaal van Mozes te horen dat voor iedere tijd opnieuw NIEUW is en een eigen inhoud heeft. De kerk is geboren en aan de opbouw van de kerk hebben de apostelen, eenmaal wakker geschud door hun Heer, later -na pinksteren- het hunne aan gedaan. Ook dankzij Tomas die uiteindelijk zei: 'mijn Heer en mijn God'. We doen hem onrecht door hem 'de ongelovige' te blijven noemen. Hij heeft het gevecht met het ongeloof aangedurfd en daardoor wordt je alleen maar sterker! De traditie wil dat Thomas de evangelieverkondiger werd die nota bene het verste kwam van allemaal: tot in INDIA toe. Tomas is het tot zijn laatste dagen blijven verkondigen: deze gewonde, deze gehavende deze mens solidair met allen die lijden waar en wanneer ook, juist deze mens is de gestalte van God. Hij roept ons op om solidair te zijn met allen die gewond zijn en gekwetst, waar ter wereld ook. Tomas en de apostelen en ook Johannes Paulus hebben hun best gedaan nu wij. AMEN. |