| Piepschuim |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| zondag, 8 juli 2012 | |
|
14e zondag door het jaar. Marcus vertelt dat Jesus’ Koninkrijk zich op een overduidelijke wijze openbaart: als hij preekt bij de armen in de uithoek van Israel bij de mensen aan het meer van Galilea. Er worden vele genezingen gedaan een storm wordt gestild een legioen boze geesten wordt verdreven; ziekte, dood en zonde lijken hun kracht te verliezen. Het dochtertje van Jaïrus huppelt weer rond het kan niet op. Indrukwekkend en hoopvol wat er gebeurde dus in die streek dan komt vandaag de anticlimax. Jesus verlaat zijn geliefde Kafarnaüm waar zoveel wonderen gebeurden. In deze grensplaats werden werkelijk barrières doorbroken. Die tussen vroom en niet-vroom, tussen heiden en jood, ja zelfs die tussen dood en leven. Jesus gaat daar weg en komt in zijn vaderstad en nu worden we na alle vreugde over Jesus’ successsen ruw op de grond gesmakt: de voortgang van de verkondiging van het van het Koninkrijk stagneert. Met opzet vermeldt Marcus niet de naam van die vaderstad. Zo kunnen wij bij de beschrijving van dit duffe plaatsje gemakkelijker de naam invullen die ons zelf passend lijkt, helaas zal dat geen erenaam mogen zijn: het is de stad van ‘laat maar’, ‘maak je nier druk’. Het zal duidelijk worden dat deze vaderstad eigenlijk overal kan liggen en oorlogen en crises helaas steeds weer overleeft. Zijn de mensen van die stad die Marcus beschrijft slecht? Daar wordt niets over gezegd. Het is alleen een stad waar niets veranderen kan. In Marcus' verslag wordt Jesus rustig in de synagoge ontvangen. De voorlezing uit de Tora wordt braaf aanhoord. Het verhaal van vandaag lijkt op het verhaal zoals Lucas dat vertelt’ we lezen dat ieder jaar bij de oliewijding (Lc.4,21 e.v.). wanneer een heel programma wordt aangekondigd: een genadejaar voor de Heer, vrijlating van de gevangenen, blinden zien, doven horen en aan armen wordt de blijde boodschap verkondigd. Bij Lucas is er een hevige reactie: positief en negatief: ja sommigen willen Jesus zelf van de berg buiten de stad in de afgrond storten. In het evangelie van vandaag in deze vaderstad zonder naam is de reactie kalmer. Gematigd positief om te beginnen. 'Allen betuigden hun instemming’ maar ook wel wat suffig: ‘ze verwonderden zich wel over zijn woorden van genade'. Er wordt niet ontkend, dat Jesus bijzondere daden heeft verricht maar de vraag, die iedereen in onzekerheid brengt, is in dit verhaal: wat moeten wij hiermee aan? Is deze de Messias? Hij komt hier vandaan, moet het hier gebeuren? Ze weten geen raad met de verschijning van deze timmerman-redder. Geen oppositie dus, maar onbegrip. Ze lazen iedere sabbat in de profeten maar die moeilijke visioenen werden niet verstaan. Hij tast 'in piepschuim' en DAT IS VRESELIJK! Geen enkel teken kan hij hier doen. De geschiedenis van het Koninkrijk kan simpelweg niet doorgaan. Niemand heeft 'last' van visioenen. Alles zal bij het oude blijven, niemand is onzeker of onrustig: 'We weten alles al ... doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg.' Tegen deze loomheid is zelfs de Heer niet opgewassen. En, wat het ergste is: deze vaderstad is inderdaad van alle tijden. Ja zult u zeggen: de wereld buiten de kerk gelooft het wel. Maar waarschijnlijk moeten we het ons zelf aantrekken: de kerk gelooft het soms ook wel en heeft weinig verwachtingen van goede dingen die kunnen gebeuren. Misschien is ze zelf niet visionair genoeg om open te staan voor Gods vernieuwende kracht. Terug naar de vaderstad: ‘Jesus kon er geen wonderen doen’ Maar gelukkig is deze geslotenheid volgens Marcus' verhaal toch niet algemeen want we lezen: 'Hij kon daar geen enkel wonder doen, behalve dat hij een klein aantal zwakken genas, die hij de handen oplegde.' Waarom kan hij wel zijn tekenen volbrengen met die zwakke sjlemielen' en waarom genas hij die anderen niet? Antwoord: omdat die anderen niet te genezen waren. Iemand die denkt dat hij geen genezing nodig heeft kan ook niet genezen worden. Niets is erger dan de eigenwijze domheid van de 'zekere' mens. De armen en de zwakken van de stad zijn echter in staat met andere ogen te kijken dan de mensen die deel uitmaken van de bestaande of de religieuze orde. II. Gelukkig dat er profeten blijven komen mensen die anderen willen oppeppen al lijkt het soms op trekken aan een dood paard. De profeten komen met grote regelmaat toen in Israël en nu in onze dagen hier om het vrome volk bekritiseren en uitschelden, u hoorde dat vandaag ook weer. Maar tegelijkertijd ligt in hun kritiek vaak ook een belofte van herstel, troost en vernieuwing besloten. Ezechiël moet in Babel de uit Jeruzalem gedeporteerde joden proberen wakker en gelovig te houden. Een hele opgave. Volgens de rabbijnen was de ballingschap in Babel erger dan de slavernij in Egypte. In Egypte werden de kinderen Israëls geslagen, ze hadden bijna niets te eten, maar vertrouwden op de Heer. In Babel werden ze niet geslagen, hadden ook genoeg te eten, maar vergaten de Heer die hen ooit had bevrijd en hun in de woestijn ooit het Manna had gegeven voor iedere dag. De ware profeten hadden steeds verklaard dat de verlossing uit Babel lang op zich zou laten wachten. De echte profeet zal alleen maar zeggen: blijf wakker, blijf luisteren er zullen, als je goed luistert, signalen komen waar je wakker door kunt worden. Ezechiël doet de belofte dat er als niemand het meer ziet zitten een nieuwe profeet zal komen die je zal wekken. Hij zal geen bevrijder zijn die alle ellende even komt wegnemen. Hij is de bode van God die de onrustbarende boodschap brengt: jij zult zelf voor God, zijn Tora, zijn Koninkrijk moeten kiezen. De werkelijk terzake doende troost van Ezechiël is dat de profetie in Israël nooit zal ontbreken! Jesus is zo’n nieuwe profeet, DE nieuwe profeet die zijn 'vaderstad' probeert te wekken. Over de inhoud van Jesus' preek in zijn vaderstad krijgen wij niets te horen bij Marcus. Wat anders zal Jesus gezegd hebben dan: 'De tijd is vervuld en het Koninkrijk is nabijgekomen, bekeert u en gelooft het evangelie' (Mc. 1,14). De kleinen herkenden hem en dat geldt tot in onze dagen. Jesus was verbijsterd over het ongeloof van de meesten in zijn vaderstad en gaat daarom maar weg. Hij trekt verder rond door de dorpen in de omtrek. Hij geeft onderricht en heeft zijn hoop gesteld op goede verstaanders. Neen mensen voor wie geloof een gewoontezaak is of sleur zullen het nooit snappen; wel de mensen die zich blij verbazen kunnen over het altijd weer nieuwe van ons geloof die zullen het begrijpen Misschien kunnen wij proberen zulke verstaanders te zijn? Hein Jan van Ogtrop, pastoor. Ter overweging: Een collega van bisschop Helder Camara in Brazilië vertelt hoe hij wekelijks een melaatsen-kolonie bezoekt 'om nieuwe benzine in mijn levenstank te doen'. 'Voor kleine mensen is Hij bereikbaar. Hij zal opkomen voor de misdeelden, Hij zal voor hen de machten breken: Hij zal leven, onvergankelijk als de zon. Hij geeft hoop aan rechtelozen, Hij koopt hen vrij uit het slavenhuis. Zijn naam gaat rond over de aarde, een woord van vrede van mens tot mens!' (Huub Oosterhuis naar Psalm 72) |

Maar het belangrijkste is toch wel dat de kathedraal het huis is van een gemeenschap van mensen: de St. Bavo-parochie. Zonder al de mensen die zich daar mee verbonden weten, daar samenkomen en ook veel werk verzetten zou het bovenstaande niet eens allemaal in de kathedraal kunnen!


