Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

"Roep mij, bij mijn eigen naam…" E-mail
Geschreven door Pastor E. Peijnenburg   
zaterdag, 13 maart 2004

Overweging bij de jongerenviering op de 3e vasten in het jaar C, 13 maart 2004, St. Bavo

Exodus 3:1-15 en het hongerdoek "Ons dagelijks brood"

Een vriendin van mij werd vorig jaar april moeder van een zoon. Ongeveer een halve maand voor de geboorte van Wessel, de hier onder velen wel bekende jonge parochiaan. Tegen zo'n jong mensje wordt vanaf het begin heel wat afgepraat.

De toon en de klank zijn belangrijker dan de woorden, die worden toch nog niet begrepen. Maar toen na een paar maanden mijn vriendin met haar zoontje naar het consultatiebureau ging, werd haar de vraag gesteld: Reageert hij al op zijn naam? Nee, reageerde mijn vriendin verbaasd. Want, zo vertelde ze me later, ze noemde hem toen eigenlijk nog nooit echt bij zijn naam. Eerder zei ze kereltje of peertje of lieve vent of snottebel of wat dan ook. Maar vanaf dat moment zijn ze hem vaker bij zijn naam gaan noemen.

Na verloop van tijd gaan jonge ouders merken, dat hun kind gaat reageren op de naam die zij hem gegeven hebben. Ooit, en niemand kan zich dat van zichzelf herinneren, begrijp je ineens, dat een bepaald woord met jou verbonden is, dat je een naam hebt, en dat mensen om je heen die naam gebruiken als ze zich tot jou in het bijzonder richten, als ze jou aanspreken, als ze jou nodig hebben. Dat roepen naar jou, dat begon vanaf het moment dat je geboren bent, houdt je hele leven niet meer op. En dat is maar goed ook. Want als niemand je naam roept, ben je onvoorstelbaar eenzaam. Zo eenzaam als de eerste mens op aarde was, die een naam had geroepen naar alle dieren en planten die hij om zich heen zag, maar zich heel alleen ging voelen toen hij merkte dat er niemand was die hem riep. Toen schiep God een mens als hij, en zij riepen elkaars naam.

Zonder naam besta je niet, ben je niemand. Mensen hebben jou een naam gegeven, omdat je iets voor hen betekende, vanaf het allerprilste begin. Een naam die je je leven lang meedraagt, en waarmee je ook 'naam maakt' door wat je in de loop der tijd gaat betekenen voor mensen om je heen. Het is de naam waarmee je steeds weer geroepen zult worden, in grote en kleine dingen. Van "kom je eten" tot de vraag of je je ergens voor in wilt zetten of misschien de meest grote vraag die een mens ooit aan je kan stellen: "wil jij met mij je leven delen".

We lazen zojuist het verhaal van de roeping van Mozes. Een verhaal waarin namen een grote rol spelen. Mozes - zijn eigen naam betekent: uit het water gered. Een verwijzing naar zijn geboorte, die plaatsvond in een context van onderdrukking en bedreiging: De farao van Egypte vond dat het Joodse volk in zijn land te talrijk werd en hij had bepaald dat alle pasgeboren joodse jongetjes in de Nijl geworpen zouden moeten worden. Mozes overleeft die situatie door slim optreden van zijn moeder en zijn zusje Mirjam, die hem in een mandje laten drijven op dat stukje van de Nijl waar de Egyptische prinses met haar gevolg een bad neemt. Zij vindt Mozes en bepaalt dat hij mag blijven leven als haar eigen zoon. Mozes is uit het water van de dood gered. Later in zijn leven is hij uit Egypte gevlucht. De constante confrontatie met de onderdrukking van zijn eigen mensen was hem zo naar de keel gevlogen dat hij een Egyptenaar had neergeslagen. Daarna moest hij vluchten. Ver van zijn eigen volk zat hij, in Midjan, waar hij de kudde van zijn schoonvader hoedde. Maar God had andere plannen met hem. Zijn roepnaam moet zijn roepingsnaam worden: Mozes, je moet Mozes zijn, degene die redding brengt, door het water heen. Later zal hij ook degene worden die zijn eigen volk voorgaat op de weg naar bevrijding, naar het beloofde land. Hij zal ze helpen om een uitweg te vinden uit Egypte, dwars door het water van de Rode Zee. Op dit moment in het verhaal kan hij dat allemaal nog in de verste verte niet vermoeden.

Sterker nog: Het feit alleen al dat God hem bij name roept, hem, een vluchteling, opgegroeid aan het hof van Egypte en niet in de erbarmelijke omstandigheden van zijn volksgenoten, hij, die verder niets anders had gedaan dan in een opwelling van drift een Egyptenaar neerslaan. 'Heer, wie ben ik, dat ik naar de farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?' En het antwoord van God is: 'Ik ben toch met je?' Mozes vraagt: 'Wie ben ik?' en God antwoordt met te zeggen wie Hij is: 'Ik ben! Ik ben met je, Mozes! En zeg maar tegen de Israëlieten en tegen allen die willen vertrouwen op mij: Mijn naam is: "Ik ben die er is. Ik ben Degene die meegaat met jullie.'

Geheimzinnige naam. Verhulling en onthulling tegelijk. We kunnen God niet precies benoemen. Maar zijn naam is de belofte dat Hij er is, en dat Hij er zal zijn, voor Mozes, en voor alle mensen als Mozes die in hun leven willen verstaan wat er van ze gevraagd wordt, waartoe ze zelf geroepen worden. Mensen die net als Mozes, ook niet vrij zijn van twijfel, van de vraag: 'waarom ik?' Maar die toch ook het zoeken en het verlangen niet loslaten. En die open willen blijven staan om te kunnen horen wie het is die hen roept.

We worden op zoveel verschillende manieren geroepen. Door vrienden die onze hulp kunnen gebruiken. Door buren, waarvan we in de meest letterlijke vorm de naasten zijn. Door mensen die we op ons werk of op andere plaatsen tegenkomen. Het dagelijks werk, kan als een roeping worden ervaren, een levensvervulling misschien zelfs, iets, dat je in elk geval doet vanwege meer dan het geld. We worden ook geroepen door mensen die we niet persoonlijk kennen. Mensen die in het nieuws komen doordat ze in nood zijn. De vluchtelingen in ons land die een appél op ons doen. De vrouwen die dit hongerdoek hebben gemaakt. Zij betrekken ons via hun computerscherm, dat ook een venster wil zijn waardoor de hele wereld hen kan zien, bij hun situatie.

Als mens maak je naam door de manier waarop je reageert op al die keren dat je geroepen wordt. Waar jij je toe geroepen voelt bepaalt wie je voor anderen bent, wat jouw naam betekent voor mensen om je heen. We mogen ons gesteund weten door dit verhaal van Mozes. Mozes die ook de twijfel kende. God hield aan. Hij riep Mozes dwars door zijn twijfel heen. Hij riep hem omdat hij een unieke mens was, in een unieke positie. Zoals wij allen. Wees niet bang, zei God, wat er ook gebeurt, ik dat met je zijn. Dát is Gods naam. Ook voor ons.

Amen.