|
Bij de ingang van onze kerstkapel, hier naast het hoofdkoor staat David afgebeeld: David spelend op zijn harp.
Een koning die liederen maakte dat is toch wel iets bijzonders; deden ze dat allemaal maar de generaals, de politici dan had niemand meer tijd om gewichtig te doen, oorlog te voeren... David zong, als jongetje al toen hij een herdertje was op het veld: 'MIJN HERDER IS DE HEER, HET ZAL MIJ NOOIT AAN IETS ONTBREKEN' Later als hij koning is zal hij zich dat lied nog wel herinneren. En omdat hij geloofde dat God zijn herder was zou hij proberen ook zelf -net als God- een goede herder te zijn voor zijn schapen, zijn mensen. God heeft David rust gegeven David en zijn mensen kunnen veilig wonen en dat doen ze ook. Terwijl de mensen van Jeruzalem van hun rust genieten en David in zijn fraaie stenen huis zit schrikt hij want wat is er aan de hand: de ark van God die ze enkele maanden geleden zo triomfantelijk Jeruzalem hadden binnengehaald staat niet in zo'n mooi huis maar ergens boven op de heuvel, in een tent! Iedereen was zo druk geweest met het bouwen van de stad met het inrichten van hun huizen dat de ark van God gewoon vergeten was: de grote kist met daarin de stenen platen waarop de tien geboden stonden stond nog steeds in een tentje. Daar moet iets aan gedaan worden . David roept de profeet Natan erbij: 'ik heb een leuk bericht voor je; ik ga een huis bouwen voor God.. nou wat vind je daarvan ?' Eerst denkt de profeet: 'een kerk bouwen dat is altijd goed.' Maar hij wordt in een visioen in de nacht gecorrigeerd door God zelf. Davids vergeetachtigheid mag dan een min-puntje zijn maar het geeft Natan de kans -en dat is veel belangrijker- hem te vertellen hoe het nu werkelijk zit met de verhouding van God met de mensen. 'Laat jij je plannen nu maar even varen; God heeft helemaal geen huis van jou nodig.' En dan wordt de profeet echt profeet; hij gaat grote dingen aankondigen: 'Jij hoeft niet voor God een huis te bouwen: God zal voor jou een huis bouwen.' God is niet in een huis te vatten, noch van jou, noch van je zoon Salomo die wel een tempel mag bouwen: want God woont werkelijk onder de mensen als ze Hem binnenlaten. David is diep onder de indruk en bidt: 'als dat zo is Heer kom dan bij mij binnen en zegen mijn huis opdat ik trouw mag blijven uw dienaar al mijn dagen.' Een prachtig gebed. 'Kom bij mij binnen...'. We horen al wat er later gezegd zal worden door een meisje in Nazareth Maria: 'mij geschiede naar uw woord.' Bijna duizend jaren na David leefde Maria, Mirjam heette ze echt, Mirjam van Nazareth. Ze droeg de naam van het zusje van Mozes, Mirjam genaamd die haar broertje had gered door hem in het riet te verstoppen in een biezen mandje en ze had dapper haar broer gesteund toen hij de joden aanvoerde weg uit het slavenland Egypte. Die Mirjam, naar wie Maria genoemd was door haar ouders had gezongen met alle joodse vrouwen uit dankbaarheid aan de overkant van de zee toen die was opengegaan en het volk van God doorgang had gegeven op de weg naar de vrijheid. Mirjam was de profetes van de bevrijding, de zangeres van een nieuwe toekomst. Dat zal Mirjam van Nazareth, die wij met haar Griekse naam Maria aanduiden ook zijn. Met Mirjam zal een nieuw toekomst beginnen zegt de evangelist Lucas. Al lijkt het er op dat alles bij het oude zal blijven: er voltrekt zich een nieuwe geschiedenis: Gods Geest zal het aanschijn der aarde vernieuwen: Gods Koninkrijk zal doorbreken, een toekomst die alle verwachtingen te boven gaat. Maria zal door de kracht van die Geest die het aanschijn der aarde zal vernieuwen worden overschaduwd en de droom die iedere joodse vrouw heimelijk koestert om de moeder te mogen worden van de Messias zal aan haar in vervulling gaan: zij zal de moeder van de Messias de koning van Gods nieuwe koninkrijk, mogen worden. Ze weet hoe wonderbaarlijk God met Israël wil omgaan en zegt in dankbare verwachting, namens haar volk: 'ZIE DE DIENSTMAAGD DES HEREN, MIJ GESCHIEDE NAAR UW WOORD'. De bode -de engel van God- had het gezegd: 'JE NICHT ELISABETH HEEFT IN HAAR OUDERDOM EEN ZOON ONTVANGEN, EN, OFSCHOON ZIJ ONVRUCHTBAAR HEETTE IS ZIJ NU IN HAAR ZESDE MAAND; WANT VOOR GOD IS NIETS ONMOGELIJK! De beloften van God zijn niet vergeefs gesproken, de kracht van de heilige Geest die boven de chaos zweefde zal het aanschijn der aarde vernieuwen: Gods woord keert nooit werkeloos terug. Daarna gaat ze vlug naar Elisabeth en zal met haar, -de vrouw die onvruchtbaar heette- als eerste getuige zingen over Gods nieuwe toekomst in haar Magnificat. Die toekomst vraagt niet alleen om bejubeling. Die toekomst vraagt om trouw en deelname. Mirjam van Nazareth zal, bezield door de Geest van God, haar roeping trouw vervullen. Ze zal, overschaduwd door de Geest, trouw zijn aan haar zoon tot aan het kruis. Ze zal daarna, met alle leerlingen samen, wachten tot de pinkstermorgen komt en de kern van Gods afwachtende volk, de 12 apostelen, overschaduwd gaan worden door de Heilige Geest. De engel van God kon rustig van haar heengaan want een hechte relatie tussen hemel en aarde was tot stand gebracht. De bevrijding van Israël -en via Israël van heel de mensheid- kon gaan beginnen. ----------------------- Twee mensen David en Maria hebben ons vandaag les gegeven en ons openheid geleerd voor God: 'kom in mijn huis' zei David... 'mij geschiede naar uw woord' zei Maria. Het grote feest zal de volgend week aanbreken. Met veel toeters en bellen, met kunstsneeuw -echte sneeuw misschien ook nog - met nepengeltjes in de kerstboom en engelenhaar. In de kerk komen de echte engelen aan het woord de boden van God. Die spreken duidelijk genoeg. Ze zeggen: 'God zal zijn woord gestand doen.. voor God is niets onmogelijk'. En van ons wordt als reactie verwacht het 'mij geschiede naar Uw woord.' Niet als een slaafse onderwerping aan wat God wil maar als een bereidheid om voor Hem te kiezen en voor Zijn mensen voor wie wij mogen leven. Het gebeuren in Bethlehem zal pas echt belangrijk blijken voor heel de wereld als wij samen, gesteund en gesterkt door de Geest, het aanschijn der aarde willen vernieuwen. AMEN. GEBED: Wek op uw macht o Heer en kom: breng Uw verlossing dichterbij. Wij kunnen niet leven als U niet naar ons omziet en ons de ware trooster zendt: Emmanuël die leeft in de eeuwen der eeuwen. |