23E ZONDAG DOOR HET JAAR - Ez. 33, 7-9, Rom. 13, 8-10, - Mt. 18, 15-20, begin van de kerkredeEnige tijd terug meldden zich op een avond twee jonge mensen die het wel fijn vonden in deze kerk te trouwen. Ze kwamen vragen 'hoeveel het kostte' en hoe alles in zijn werk zou gaan. 'Fijn dat jullie een band willen met onze parochie' zei ik; verbaasd keken ze mij aan. 'Wat is een parochie?' Toen ik uitlegde dat dat een mooi woord is voor 'geloofsgemeenschap' en dat je geloven samen doet en hoe zei de aanstaande bruidegom haastig: 'neen, geloven is voor mij iets heel persoonlijks' Hij bedoelde: 'ik wil eigenlijk niets met een kerk te maken hebben.' 'Toch wel fijn dat wij er nog zijn met deze kerk om jullie te ontvangen' zei ik weer. 'Die is voor u' zeiden ze en wie weet wat hier nog voor moois uit op kan bloeien.
Het nut van een kerk bleek ook, enkele jaren terug, bij de uitvaart van de bekende Haarlemse schrijver Louis Ferron. De schrijver wilde dat bij zijn groeve psalm 129 gelezen werd door een ‘gediplomeerd priester’ –we hebben om die term wel even geglimlacht- dus ben ik maar gegaan. De gesprekken na de uitvaart met zovelen zouden een dagvullend boeiend VPRO-programma hebben kunnen zijn. Fijn dat er toch nog zoiets is als een kerk om mensen op te vangen fijn dat die mensen hier kunnen komen om de liturgie mee te maken of om een beroep op ons te doen. Het is voor de kerk een eretaak hen te helpen want mensen zijn er om samen op te trekken, om verantwoordelijk te zijn voor elkaar. Niet in de zin dat wij elkaar controleren en betuttelen maar wel zo dat wij elkaar sterken en bewaren elkaar vertellend dat er EEN is die van ons mensen houdt die ons graag ziet en ons als Zijn helpers nodig heeft. De evangelielezing van deze 23e zondag door het jaar maakt deel uit van de zogenaamde kerkrede in het evangelie van Mattheus (Mt. 18). In het Matteüsevangelie komen vijf van grote redevoeringen voor: de bergrede (Mt. 5-7) over de grote idealen, de zendingsrede (Mt. 10) waarin de apostelen worden opgejaagd, de parabelrede (Mt. 13) voor alle luisteraars, de kerkrede (Mt. 18, vandaag aan de orde) en de rede over de laatste dingen (Mt. 23-25). Het gaat hier waarschijnlijk om een bewust gekozen parallel met de vijf boeken van Mozes. Vandaag dus het begin van de 4e toespraak: de kerkrede. We worden opgeroepen samen kerk te zijn. Eendrachtig en ook eerlijk. Het is op de eerste plaats goed om samen parochie te zijn. 'Wat goed is het en heerlijk als broeders en zusters samen zijn....' lezen we in het boek van de psalmen, 'het is als dauw van de bergen of als kostelijke honing die druipt in de baard van Aäron.' Op het eerste gehoor een beetje kleverig: maar toch een beeld van uiterste genoegelijkheid: van rust, van vrede. 'ZIET HOE GOED HET IS ALS MENSEN SAMENZIJN' We zijn als mensen geroepen om elkaar op te zoeken: alleen is maar alleen. Daarom dat bisschop Zwartkruis het altijd zo graag had over SAMEN KERK. Je kunt het niet alleen volhouden. Ik zie dat jonge mensen graag een beroep doen op de kerk ze willen er trouwen en zijn dan blij. Ze zijn geroerd als ze een uitvaart van hun vader, moeder, oma of opa meemaken ze staan ernstig voor je als ze hun kind laten dopen. Ik zie dat ouders het aandurven, hun kinderen naar de koorschool te leiden (ik zeg niet sturen) en het is op de koorschool een vrolijk geheel. Deze week gaat alles weer van start. Er zijn leuke kinderen, geinteresseerde ouders. We zijn daar blij mee. Vandaag zegt Jesus een uitspraak die wij vaak citeren, bij huwelijken en bij dopen: 'waar er twee of drie in mijn naam bijeen zijn daar ben ik in hun midden.' 'WAAR TWEE OF DRIE IN MIJN NAAM BIJEEN ZIJN DAAR BEN IK IN HUN MIDDEN.... dat ervaren gehuwden die dat met elkaar gaan vormgeven en ervaren: ze gaan aan het delen: hun smart--- en dan wordt die half hun vreugde -- en dan wordt die dubbel. Dat geldt ook voor ons als wij samen zingen en bidden. Je bent samen sterker dan alleen en je moet het ook bijhouden, je kerklidmaatschap, want wij zijn wat betreft het volharden in onze idealen, verant¬woordelijk voor elkaar. We zijn ook als het niet lukt verantwoordelijk voor elkaar. Vandaag gaat het in het evangelie uitdrukkelijk over onze fouten en hoe daarmee om te gaan. Het komt neer op samen de bokken die wij schieten te bespreken; en niet alles alleen maar aan God over te laten. Gemakkelijk zeggen wij: God vergeeft ons wel maar het is wel zaak om voor we dat zeggen eerst zelf aan de gang te gaan om te proberen onze relaties beter te maken, anders gezegd: ons bekeren. Rabbi Boenam: ´De grote schuld van de mens is niet de zonden die hij begaat, -de verzoeking is sterk en zijn kracht maar klein ! - de grote schuld van de mens is, dat hij ieder moment kan omkeren en het niet doet. Dat kan ik zelf niet alleen, daar heb ik andere mensen voor nodig en als het al zin heeft om over God te spreken, dan kan dat nooit achter de rug van mensen om. Daarover hoorden we uitdrukkelijk spreken in het evangelie... er wordt verteld hoe je iemand moet wijzen op zijn fouten, zijn zonde.
En dat is nou net een terrein waar wij niet zo goed raad mee weten. Ik schaamde mij wel een beetje toen in de oude Bavo na het oecumenische middaggebed eens iemand tegen mij zei: "Wat goed dat jullie in de kerk de biecht hebben. "Je bent dan niet alleen met je fouten en kunt ze uitspreken." Hadden wij de biecht maar meer zo gezien en beleefd: een zegenrijk sacrament: De biecht op zichzelf is zo gek nog niet: de biecht kan je bevrijden van schuldcomplexen en jou persoonlijk nieuwe kansen geven. De biecht is zo gek nog niet er klopte alleen iets niet meer met de vorm. Misschien was de afstand te groot tussen priester en biechteling, misschien voelde men zich verplicht dingen te biechten die mensen eigenlijk helemaal geen zonde vonden. Mij gaat het er nu om, eens uitdrukkelijk vast te stellen dat we elkaar nodig hebben. Ook om onze fouten samen te overwegen -zoals het evangelie van vandaag zegt- maar vooral om samen te horen dat we toch verder kunnen als we alles doen om ze op te lossen. Daarom heet de biecht tegenwoordig: ‘sacrament van de verzoening’ dat staat voor: het geloof in God belijden die iets, neen die alles in de mensen blijft zien. Zo worden wij uitgenodigd in het voetspoor te gaan van Jesus die de mensen oproept uit de kringloop van wantrouwen en haat te ontsnappen. Het lijkt gekkenwerk die oude idealen te koesteren maar het is volgens mij de enige mogelijkheid om de wereld te redden. Het blijven koesteren van grote idealen waarvan de vervulling verder weg lijkt dan ooit is een grote uitdaging. Kijk hoe hoog de nood van de mensheid gestegen is. Kijk hoe moeilijk het is het wantrouwen tussen de mensen te slopen. Maar zie tegelijkertijd ook hoeveel mensen zoeken naar zingeving. Kerken zijn nodiger dan ooit. Bidden we voor deze arme wereld waar we zelf deel van uitmaken maar blijft u in `s hemelsnaam regelmatig hier komen we kunnen het woord dat ons wordt doorgegeven en het sacrament dat ons wordt aangereikt, niet missen. Het is niet erg als wij niet aan onze idealen toekomen als we fouten maken en wij zelf aan de vervulling ervan niet toekomen maar het is wel erg als wij inzakken in lusteloosheid… van de kleine bijdragen van ieder van ons aan de opbouw van Gods nieuwe wereld hangt de toekomst van deze aarde af. Paulus zegt dat in zijn brief aan de christen van Rome op een onnavolgbare manier: 'zorg dat gij niemand iets schuldig zijt. Uw enige schuld aan de ander blijve de onderlinge liefde.' |