| (Te) mooie woorden? |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| zondag, 18 februari 2007 | |
|
KRO-Radio-uitzending
7e zondag door het jaar. Schriftlezingen:
1 Samuël 26,2-23 Lucas 6, 27-38 De zon staat hoog aan de hemel en mens en dier zijn de uitput¬ting nabij. Precies op het zelfde moment -het is een beetje onwaar¬schijnlijk maar mag het in een verhaal-, precies op het zelfde moment zakken allebei de ezeltjes in elkaar. Wanhopig staan hun bazen te kijken. Ze krijgen ze nooit alleen overeind. En dan kom jij daar langs. Wie ga je het eerste helpen? Je vriend of je vijand? De Rabbijnen adviseren: begin bij je vijand. Als je hem geholpen hebt zal hij je dank¬baar zijn en je vast wel uitnodigen om even de herberg binnen te gaan en een verfrissing te nemen. Jij hebt hem herkend als een mens in nood. Hij zal dan ontdekken dat jij geen haatdragend mens bent en zijn eigen haatgevoelens verdwij¬nen. Samen hebben jullie dan genoeg kracht om de ander te helpen en alle ezels die er die dag nog in elkaar zullen zakken op de weg overeind te helpen. Dit als inleiding op de uitdagende tekst: 'Bemint uw vijanden'. Deze woorden behoren tot de mooiste die Jesus ooit gezegd heeft. Als wij het ooit eens zo ver zouden brengen! Als iedereen zich hier nu eens aan hield. En dan kijken wij eerst natuurlijk naar anderen die deze woorden eens goed in prak¬tijk zouden moeten gaan bren¬gen. De mensen in Irak, Israël, Afrika, in Azië en waar al niet. Dan zou het er heel wat mooier uitzien op deze wereld! Minder gemakkelijk wordt het als je deze opdracht naar je zelf toe gaat brengen. Hoe zit het MIJN vijanden, de mensen die MIJ pijn hebben gedaan, de mensen aan wie ik, misschien al jaren lang een hekel heb... vaak terecht vind ik zelf natuurlijk. Vijandschap is hardnekkig en taai. Verbaasd waren interviewers onlangs nog dat Nederlandse jongeren die oorlog helemaal niet meegemaakt hadden nog steeds zeggen een hekel aan Duitsers te hebben, en ik zal het over alle schandalig opmerkingen over Turken en Marokkanen –meestal van mensen die ze nooit hebben ontmoet- maar niet hebben. 'Be¬mint uw vijanden'. Het is mooi gezegd maar moeilijk. En wat had Simon Wiesenthal daarmee gemoeten die zich inzette om oor¬logsmis¬dadi¬gers op te sporen om ze een gerechte straf te laten onder¬gaan. Wat moet een oor¬logs¬slachtof¬fer daarmee? Zomaar alles vergeten en verge¬ven? Zou Jesus bedoelen dat we alle onrecht maar rustig moeten laten bestaan, alles vergeten en vergeven en iedereen, - wat ze ook gedaan hebben - in vrijheid moeten laten gaan? ‘Je vijand liefhebben’ – hoe doe je dat? We kunnen Jesus’ fraaie woorden niet begrijpen als wij er geen praktijk voorbeelden van hebben. En dan hebben wij het grootse verhaal van David en Saul. Tot twee keer toe wordt er verteld hoe David Sauls haat wil breken, hoe hij zijn vijand tot vriend wil omvormen. In het verhaal van vandaag horen wij hoe Saul David weer achterna zit. Saul heeft zijn legerkamp opgeslagen ergens in de woestijn. David neemt een niet ongevaarlijk initiatief door met zijn knecht Abisai het legerkamp van Saul binnen te sluipen en - (terwijl het luide koninklijke snurken weerklinkt) de koninklijke lans die buiten voor de tent prijkt als een teken van macht en eer, weg te pakken... Hij had nu de kans Saul, die hem steeds maar kwaad wilde doen, te doden, -zijn knecht spoort hem daartoe aan- maar David doet dat niet. In plaats daarvan zoekt hij contact met Saul die hem achternazit: hij roept hem wakker en zegt: 'wat hebt u voor een lijfwacht het is een schande, ze hebben u zomaar kunnen ontwapenen.' Als Saul Davids stem herkent ontspint zich een gesprek waarin Saul zich niet alleen maar verbaast over Davids handig¬heid maar meer nog over Davids mildheid, over zijn gebrek aan wraaklust. Aan het einde van het verhaal zegt David iets heel belangrijks: -helaas lazen we die regel net niet- 'Heer koning waarom zit u achter mij aan: ik ben toch maar één enkele vlo.' Hij is niet verongelijkt of kwaad maar hij verlost Saul uit zijn gewelds-wel-lust door zichzelf ‘een enkele vlo’ te noemen. Hij zegt dus: ‘Ik ben van geen belang.. waarom vervolg je mij.’ De wapenen zijn Saul nu ook in figuurlijke zin 'uit handen gesla¬gen' want tegen zo'n houding kan Saul niet op. Jesus zei: 'Heb uw vijanden lief' Letterlijk staat er: 'doe daden van liefde aan je vij¬and.' Doe iets waar hij verlegen van wordt -dat deed David- dan heeft hij geen reden meer je vijand te zijn. Je vijand liefhebben... betekent niet hem opeens aardig vinden maar door je eigen gelijk te relativeren de ander uit te nodigen dat ook te doen. Dat is een uiterst subtie¬le aan¬gelegenheid, hoewel TV-pre¬sentatoren hebben ont¬dekt dat er geld in zit om mensen met bossen bloemen er op uit te sturen om oude conflicten uit de wereld te helpen. Wat een afgang als het niet lukt en wat een onbeschaamde inmenging in het privé-leven van mensen. Vijandschap echt overwinnen is een hele avontuurlijke zaak. Het vraagt van mensen creativi¬teit en fantasie. Probeer met je ex-vijand iets, verzin iets nieuws, maak er iets van samen. Een christentheoloog stelde voor: erken MOHAMMED als een belangrijke profeet. In onze kleine familiewereld zijn ruzies smerige steenpuisten, -ook al noemen mensen dat soms deftig: gebrouilleerd zijn- in de grote wereld zijn zij een gezwel: kwaadaardig en de hele mensheid ten dode voerend. Vijandschap blijven koesteren is een luxe die wij ons niet kunnen veroorloven; een mensen¬leven is te kort om van je eigen gelijk bij die vaak heel lang durende conflicten te kunnen genieten. Concrete daden van mensen die hun fouten erkennen en anderen die durven vergeven zullen het aanschijn der aarde vernieuwen. Het joodse verhaal dat ik u aan het begin vertelde ging over gewone mensen die elkaar niet van het ene op het andere moment in liefde hoeven te omhelzen maar mensen die op een andere manier dan gewoonlijk met elkaar omgaan. Dat laatste kunnen wij ook. Iedere dag opnieuw vraagt om creativiteit bij het doen van daden van liefde die uitdagen. De manier waarop wij op die ene dag, vandaag bijvoor¬beeld, met andere mensen zullen omgaan is van het allergrootste belang. Wij – ieder van ons- kunnen hier en nu de sjaloom, de vrede tussen de mensen dichterbij laten komen al is het maar op kleine schaal. Maar volgens de Schrift is dat zo belangrijk dat het al of overleven van ons mensen daarvan afhangt. AMEN. Hein Jan van Ogtrop, Pastoor/Plebaan St. Bavo. |



