20 april 2008 5e zondag van Pasen. Schriftlezingen: Handelingen 6,1-7 na ruzies toch actief, Johannes 14,1-12 ruimte voor velen Terwijl onze Paus in Amerika de Eucharistie viert -er zijn daar veel problemen hoorde u wel- gaan wij op bezoek bij de parochie waar het allemaal begonnen is: de parochie in Jeruzalem.
De vorige weken hoorden we hoe ze alles gemeenschappelijk hadden het brood braken in een of ander huis -ze hadden toen helemaal nog geen kerken- en in de tempel gingen luisteren naar de dienst van het woord. Vandaag hoorde u over de eerste problemen. Het gaat over immigranten -waar we tegenwoordig een verkiezingsthema van maken- het gaat over immigranten uit het noorden (precies omgekeerd als bij ons). Ze hebben in Jeruzalem geen familie en als ze in nood komen moeten de Jeruzalemmers een sociaal vangnet bieden. Dat levert klachten op –er is niets nieuws onder de zon- maar dan gebeurt er iets belangrijks. Neen er wordt geen anti-vreemdelingen partij opgericht er wordt onmiddellijk een actie op touw gezet om die mensen te helpen: zeven diakenen worden aangesteld om te zorgen voor die buitenlandse geloofsgenoten met hun problemen. Kon de kerk al die problemen aan? Kan de kerk vandaag al die problemen aan? We hopen het. Wonderlijk genoeg heeft Jesus zelf vertrouwen in zijn mensen te beginnen met de apostelen. En dan gaan we nog verder terug in de geschiedenis: naar het allereerste begin met Jesus. Bij zijn afscheidsmaaltijd spreekt Hij vandaag in het evangelie om te beginnen met PETRUS: de eerste Paus. Hij wist hoe wankel Petrus was: 'eer de haan kraait zul je mij driemaal verloochend hebben." Toch zei Hij tegen die wankele Petrus ooit: 'op deze steenrots zal ik mijn kerk bouwen' en vandaag zegt Hij tot hem: 'laat je hart niet verontrust worden.' Diezelfde Petrus krijgt vandaag zijn laatste instructies: 'in het huis van mijn Vader is ruimte voor velen.' Een mooie tekst om een Paus mee op weg te sturen: Gods ruimhartigheid kunnen wij ons niet groot genoeg voorstellen. Het gaat niet alleen om het vaderhuis waar wij na de dood eens terecht hopen te komen... maar ook over hier en nu. Wij, zoals wij nu leven zijn hier al welkom bij God. Er is ruimte voor ons in Zijn plan: wij mogen er zijn! Waar het de kerk betreft pleit Jesus dus voor een open kerk. Onze tijd is bij uitstek geschikt om daar eens goed werk van te maken. Petrus krijgt goede instructies. Datzelfde geldt voor THOMAS, die ook genoemd wordt. Wij noemen hem te gemakkelijk 'de ongelovige Thomas' we hebben gezien dat dat geen pas geeft. Van Thomas weten wij dat hij erg geschokt zou worden door Jesus’ lijden en sterven. Hij wilde na Jesus’ dood zeker weten dat God Hem met zijn wonden niet had laten vallen en dat God alle lijdenden van later ook niet in de steek zou laten –dat hoorden we een paar weken terug. In dit gesprek leeft Jesus nog gewoon al gaat hij zijn dood tegemoet en dan verkondigt Jesus aan Thomas, juist aan Thomas dat de weg die Hij gaan zal -en dat zal de weg van het lijden zijn- goed is ja dat Hij DE weg is. Dat zegt Hij niet triomfantelijk maar overtuigd van de steun die Zijn Vader Hem zal geven. En later na Jesus' kruisdood en zijn verrijzenis zal Thomas verbaasd en dankbaar diezelfde Jesus die gemarteld en gepijnigd is terug zien en verzuchten: 'Oh mijn lieve Heer en Mijn God.' En dan is er ook nog FILIPPUS, de derde vriend die vandaag toegesproken wordt. Die is niet zo wankel als Petrus, die is ook niet zo verbaasd als Thomas maar die is gewoon dom -hoewel de eerstgenoemde twee vaker in de verkondiging op hun kop krijgen. Filippus vraagt naar de wel heel bekende weg: 'Heer toon ons de Vader.' Jesus schudt zijn hoofd. 'Filippus je hebt mij toch gezien... wie mij ziet ziet de Vader.' Mensen, ook ervaren gelovige mensen zijn niet gauw tevreden. 'Ik zou zo graag een wonder willen, een bijzondere verschijning waardoor het duidelijk wordt wie God is.' Neen het geloof hangt niet van verschijningen af: er is al zoveel duidelijk geworden: IN JESUS, in de dapperen die in zijn voetspoor gingen. En de gelovige van alle tijden mag weten dat Hij ons niet echt verlaten heeft: ‘WAAR TWEE OF DRIE IN MIJN NAAM BIJEEN ZIJN DAAR BEN IK IN HUN MIDDEN! Dat is troostend maar ook acticerend. Hij zal mensen van alle generaties blijven oproepen tot trouwe dienst aan elkaar: ‘WAT GE DE MINSTE DER MIJNEN HEBT GEDAAN, DAT HEBT GE AAN MIJ GEDAAN.’ Jesus eindigt Zijn gesprekken met de drie vrienden die we vandaag ontmoetten met een geweldige bemoediging. Die geeft Hij door zijn grenzeloze vertrouwensuitspraak: 'jullie zullen dezelfde dingen doen als ik, ja grotere dingen zullen jullie doen.' Dat vertrouwen in de Zijnen en over hun hoofden heen in ons is zo groot dat het een beetje beschamend wordt zelfs. Zijn wij dan zo bijzonder? In de ogen van Hem en de Vader, wel. Ieder van ons wordt persoonlijk aangesproken; de kerk is niet een anonieme massa. Men vroeg enkele jaren terug aan de toenmalige kardinaal Ratzinger: ‘hoeveel manieren zijn er om met God om te gaan.’ De kritische journalisten dachten dat hij zou zeggen: ‘één natuurlijk’ maar hij zei: ‘even zovele als er mensen zijn.’ Wij zijn allemaal stuk voor stuk levende stenen van het grote nieuwe gebouw dat God wil oprichten van een nieuwe mensengemeenschap. We zijn allemaal nodig en onmisbaar. Mannen en vrouwen, wanneer zullen de vrouwen eindelijk de ruimte krijgen die ze verdienen? Jong en oud, sterk en zwak, vaders en moeders, gehuwd en ongehuwd -wel goed om dat laatste ook even te zeggen enkele weken voor moederdag zo'n moeilijke dag voor mensen zonder kinderen en ongehuwden-. Als leden van deze kerkgemeenschap onder dit dak krijgen wij de troostende tekst: 'in het huis van mijn vader is ruimte voor velen' te horen opdat ook wij ruimte bieden in ons hart voor anderen. Als leden van deze kerkgemeenschap krijgen wij te horen dat Jesus’ weg van soldariteit met de lijdenden de weg is naar het leven. En ook dat als wij met Hem onmgaan, Hem navolgen dat wij dicht in de buurt van God de Vader blijven. We wachten op de Geest deze weken om zelf ook wakker en levend onze taak te kunnen gaan opnemen: God zegene ons allen, Paus, de gelovigen in de States en waar ook ter wereld: God zegene u en mij bij het dragen van onze verantwoordelijkheid in de kerk en in de wereld. |