Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Toespraak Dodenherdenking E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
vrijdag, 4 mei 2007
Weer zijn we bijeen, 62 jaar is het geleden: de bevrijding.
Dat is lang geleden. Hoewel, wat is lang geleden?
Lang geleden kan iets zijn dat de vorige week gebeurd is
maar van geen enkel belang was. Je bent het gewoon vergeten
en als iemand er naar verwijst dan zeg je: ‘o ja, dat is waar ook.’
Herinnering is een heel eigenaardig gebeuren.
Het betekent dat bepaalde gebeurtenissen je van binnen geraakt hebben.
En je haalt ze weer naar binnen.

Een bruidspaar komt bij mij op bezoek. 
Ik vraag: ‘herinner je je nog jullie eerste ontmoeting?’
‘Als de dag van gisteren’ is dan een goed antwoord.
Of nog beter: ‘alsof het vandaag weer aan mij gebeurt.’

Het heeft mij als iemand die vlak voor de oorlog geboren is,
(in begin december 1939) altijd bezig gehouden
wat er in die tijd, toen ik nog een peuter was, allemaal gebeurd is.

Ik ben later alles gaan lezen over wat er gebeurd was in 1939:
ik las over de inval in Polen, de kristalnacht kort daarna.
En ik heb in mijn boekenkast heel veel planken met boeken en films
die allemaal over de tweede wereldoorlog gaan.

Waarom? Ik heb het toch niet bewust meegemaakt.
Ik zat toen als een peuter te scheppen in de zandbak
en had geen flauw benul van wat er gaande was
behalve toen opeens in het boerendorpje waar ik toen woonde
een vliegtuig zijn reservebenzinetank afgooide
en die bij ons in de tuin terechtkwam.
De plaatselijke benzineboer zat toen in onze voortuin
in de al eerder genoemde zandbak de brandstof uit te delen
aan begerige dorpelingen. Als die tank tien  meter meer
naar het zuiden was gevallen was die op mijn hoofd terechtgekomen
en was ik er niet meer geweest.. maar die gedachte kwam niet bij mij op.

Dat er mensen uit andere dorpen en steden
plotseling bij ons kwamen logeren (ze heetten heel deftig ‘evacués’)
vond ik alleen maar gezellig.
Een groot contrast. Mijn kinderlijke houding toen
en mijn latere interesse die bijna tot een obsessie werd.
Ik wilde alles weten wat er gebeurd was maar dan ook alles.
Voor mij hadden die gebeurtenissen niet die huiveringwekkende bijklank
die ze voor anderen hadden maar per se wilde ik Rotterdam, Coventry
en later ook Dresden zien. Ik sloeg al die beelden op
als in een computerbestand.
Maar toen ik in AUSCHWITZ kwam en daar de
bergen wollen kinderkleertjes zag liggen die ik herkende omdat ik
die akelige prikkleren ook aanmoest, moest ik huiveren.
Goed dat onze eigen Bavojongeren daar ook geweest zijn, enkele jaren terug.

Want door dat te zien raak je er pas echt van overtuigd
dat zoiets als toen  nooit meer mag gebeuren.
Daarom moet de herinnering aan de gruwelen van toen nooit verdwijnen.

Ik sprak onlangs nog een Europees historicus die vond
dat in de praeambule van de Europese grondwet per se verwezen worden
naar de zinloze moord op de joden in de tweede wereldoorlog
als een donkere spiegel: dat nooit meer.
Een joodse geleerde heeft het duidelijk gezegd:
‘vergetelheid leidt tot ballingschap’,
niet meer willen weten wat er gebeurd is leidt tot nieuwe ellende.
Men kan de tekenen des tijds dan niet meer onderscheiden
en dezelfde rampen die toen gebeurden
zullen dan ook vandaag, even gemakkelijk, kunnen gebeuren
en dan moeten WIJ zeggen: wir haben es nicht gewust.

Wij moeten allemaal samen alles willen weten.
Opdat nooit meer zal kunnen gebeuren wat er gebeurd is.
Hier vlak bij tegen de muur van de Bavoschool
werden de joodse Haarlemmers verzameld
voordat ze naar het  vrachtstationnetje dat hier vroeger was
achter de kathedraal, werden vervoerd.
–goed dat de kinderen er aktief bij betrokken worden,
ze hebben het monument tussen de school en de kerk, geadopteerd
en twee schilderstukken gemaakt die straks zullen worden onthuld-

We moeten alles willen weten en nooit vergeten.
De namen van de tien die doodgeschoten zijn hier naast deze kerk
zullen straks weer moeten klinken als de klok zwijgt.
Nooit mogen wij ze vergeten. Ze staan echter niet alleen:
het zijn namen van tamelijk willekeurig gekozen gevangenen
uit het huis van bewaring van Amsterdam
die als represaille werden neergeschoten.
We noemen hun tien namen
maar ze staan voor alle andere onschuldige slachtoffers.
Hetzij dappere verzetsstrijders,
hetzij mensen die vermoord zijn omwille van hun ras of geaardheid:
joden, zigeuners of homoseksuele mensen
die gelukkig ook hun monument hebben bij de kathedraal van Amsterdam,
de Westerkerk.

Vergetelheid leidt tot nieuwe ellende.. zei ik.
Maar, ik was nog niet klaar met mijn citaat van Abel Herzberg:
‘herinnering leidt tot de opbouw van een nieuwe wereld.’
Herinnering en dan niet alleen van de gruwelen die er geschied zijn
maar ook van de goede, wakkere daden die er zijn gesteld.

In een tijd waarin we ook, dat is pijnlijk maar toch goed,
bedenken dat we als Nederlanders niet allemaal helden geweest zijn,
ja zelfs –en dat is erger- veel dingen over onze kant hebben laten gaan,
–een van de nieuwste oorlogsfilms heet dan ook Zwartboek-
is het tegelijk van het grootste belang
dat wij de mensen die wel hun stem hebben verheven
of die actie hebben ondernomen dankbaar gedenken.

En dan maak ik geen onderscheid tussen
dappere communistische verzetsstrijders,
de stakende dokwerkers
en spoorwegmensen in Amsterdam en daarbuiten.
De vrome calvinisten die de joden onderdak boden
uit respect voor de kinderen van Gods uitverkoren volk.
Allemaal deden ze wat eigenlijk iedereen had moeten doen:
ik ga weer verder
Hanny Schaft en anderen die minder bekend zijn maar heldhaftige dingen deden en de Nederlandse Rooms katholieke Kardinaal de Jong die,
krachtig gesteund door de Haarlemse bisschop Huybers
–de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de anderen een beetje bang waren-
een protestbrief tegen de jodendeportaties liet voorlezen in alle kerken
van Nederland –op de preekstoel hier achter mijn rug
is die door mijn voorganger plebaan Filbry voorgelezen.

Het is toch wel mooi om te vertellen
dat de zaterdag voordat die brief moest worden voorgelezen
de kardinaal in Utrecht bezoek kreeg van een Duitse officier
die hem wilde overhalen de brief in te trekken.

Het verhaal gaat dat de kardinaal 
die toen al in bed lag, weer opgestaan was.
Hij trok onmiddellijk zijn plechtigste kardinaalstoga aan
en ging staan op het bordes halverwege de trap van het bisschopshuis in Utrecht. De Duitse officier stond beneden.

Toen de Duitse officier zijn dwangbevel had voorgelezen
vroeg de Duitser de Kardinaal om zijn reactie.
Hoewel de Kardinaal stond te bibberen als een riet zei hij:
‘Wilt u tegen uw bazen zeggen
dat u het briefje keurig hebt voorgelezen’
en hij draaide hem de rug toe en ging weer naar zijn slaapkamer.
Het zal duidelijk zijn dat hij verder geen oog heeft dicht gedaan.

Als wij ervan uitgaan dat herinnering gaat over de dingen
die zich diep in ons hart afspelen
stel ik nu dat al deze gebeurtenissen
voor iedereen van belang, zich als het ware afspelen
nog steeds in onze dagen.
En daarom moet de nieuwste generatie
ook de kans krijgen deze verhalen tot zijn eigen verhalen maken.

Het is goed dat er in onze dagen ook gedacht wordt aan het verdriet
dat mensen in Indië hebben verduurd en nog met zich meedragen,
het is nuttig en goed om in onze pluriforme samenleving ook te denken
aan de Marokkaanse soldaten in Zeeland die omgekomen zijn
die voor met de Fransen meevochten.

Het is goed alle dapperen van toen te blijven eren.
Vergetelheid leidt tot nieuwe ellende.
Herinnering kan ons helpen een betere wereld op te bouwen:
samen, allemaal hopelijk mensen van goede wil.