| Toespraak Dodenherdenking |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| vrijdag, 4 mei 2007 | |
|
Weer zijn we bijeen, 62 jaar is het geleden: de bevrijding. Dat is lang geleden. Hoewel, wat is lang geleden? Lang geleden kan iets zijn dat de vorige week gebeurd is maar van geen enkel belang was. Je bent het gewoon vergeten en als iemand er naar verwijst dan zeg je: ‘o ja, dat is waar ook.’ Herinnering is een heel eigenaardig gebeuren. Het betekent dat bepaalde gebeurtenissen je van binnen geraakt hebben. En je haalt ze weer naar binnen. Een bruidspaar komt bij mij op bezoek. Ik vraag: ‘herinner je je nog jullie eerste ontmoeting?’ ‘Als de dag van gisteren’ is dan een goed antwoord. Of nog beter: ‘alsof het vandaag weer aan mij gebeurt.’ Het heeft mij als iemand die vlak voor de oorlog geboren is, (in begin december 1939) altijd bezig gehouden wat er in die tijd, toen ik nog een peuter was, allemaal gebeurd is. Ik ben later alles gaan lezen over wat er gebeurd was in 1939: ik las over de inval in Polen, de kristalnacht kort daarna. En ik heb in mijn boekenkast heel veel planken met boeken en films die allemaal over de tweede wereldoorlog gaan. Waarom? Ik heb het toch niet bewust meegemaakt. Ik zat toen als een peuter te scheppen in de zandbak en had geen flauw benul van wat er gaande was behalve toen opeens in het boerendorpje waar ik toen woonde een vliegtuig zijn reservebenzinetank afgooide en die bij ons in de tuin terechtkwam. De plaatselijke benzineboer zat toen in onze voortuin in de al eerder genoemde zandbak de brandstof uit te delen aan begerige dorpelingen. Als die tank tien meter meer naar het zuiden was gevallen was die op mijn hoofd terechtgekomen en was ik er niet meer geweest.. maar die gedachte kwam niet bij mij op. Dat er mensen uit andere dorpen en steden plotseling bij ons kwamen logeren (ze heetten heel deftig ‘evacués’) vond ik alleen maar gezellig. Een groot contrast. Mijn kinderlijke houding toen en mijn latere interesse die bijna tot een obsessie werd. Ik wilde alles weten wat er gebeurd was maar dan ook alles. Voor mij hadden die gebeurtenissen niet die huiveringwekkende bijklank die ze voor anderen hadden maar per se wilde ik Rotterdam, Coventry en later ook Dresden zien. Ik sloeg al die beelden op als in een computerbestand. Maar toen ik in AUSCHWITZ kwam en daar de bergen wollen kinderkleertjes zag liggen die ik herkende omdat ik die akelige prikkleren ook aanmoest, moest ik huiveren. Goed dat onze eigen Bavojongeren daar ook geweest zijn, enkele jaren terug. Want door dat te zien raak je er pas echt van overtuigd dat zoiets als toen nooit meer mag gebeuren. Daarom moet de herinnering aan de gruwelen van toen nooit verdwijnen. Ik sprak onlangs nog een Europees historicus die vond dat in de praeambule van de Europese grondwet per se verwezen worden naar de zinloze moord op de joden in de tweede wereldoorlog als een donkere spiegel: dat nooit meer. Een joodse geleerde heeft het duidelijk gezegd: ‘vergetelheid leidt tot ballingschap’, niet meer willen weten wat er gebeurd is leidt tot nieuwe ellende. Men kan de tekenen des tijds dan niet meer onderscheiden en dezelfde rampen die toen gebeurden zullen dan ook vandaag, even gemakkelijk, kunnen gebeuren en dan moeten WIJ zeggen: wir haben es nicht gewust. Wij moeten allemaal samen alles willen weten. Opdat nooit meer zal kunnen gebeuren wat er gebeurd is. Hier vlak bij tegen de muur van de Bavoschool werden de joodse Haarlemmers verzameld voordat ze naar het vrachtstationnetje dat hier vroeger was achter de kathedraal, werden vervoerd. –goed dat de kinderen er aktief bij betrokken worden, ze hebben het monument tussen de school en de kerk, geadopteerd en twee schilderstukken gemaakt die straks zullen worden onthuld- We moeten alles willen weten en nooit vergeten. De namen van de tien die doodgeschoten zijn hier naast deze kerk zullen straks weer moeten klinken als de klok zwijgt. Nooit mogen wij ze vergeten. Ze staan echter niet alleen: het zijn namen van tamelijk willekeurig gekozen gevangenen uit het huis van bewaring van Amsterdam die als represaille werden neergeschoten. We noemen hun tien namen maar ze staan voor alle andere onschuldige slachtoffers. Hetzij dappere verzetsstrijders, hetzij mensen die vermoord zijn omwille van hun ras of geaardheid: joden, zigeuners of homoseksuele mensen die gelukkig ook hun monument hebben bij de kathedraal van Amsterdam, de Westerkerk. Vergetelheid leidt tot nieuwe ellende.. zei ik. Maar, ik was nog niet klaar met mijn citaat van Abel Herzberg: ‘herinnering leidt tot de opbouw van een nieuwe wereld.’ Herinnering en dan niet alleen van de gruwelen die er geschied zijn maar ook van de goede, wakkere daden die er zijn gesteld. In een tijd waarin we ook, dat is pijnlijk maar toch goed, bedenken dat we als Nederlanders niet allemaal helden geweest zijn, ja zelfs –en dat is erger- veel dingen over onze kant hebben laten gaan, –een van de nieuwste oorlogsfilms heet dan ook Zwartboek- is het tegelijk van het grootste belang dat wij de mensen die wel hun stem hebben verheven of die actie hebben ondernomen dankbaar gedenken. En dan maak ik geen onderscheid tussen dappere communistische verzetsstrijders, de stakende dokwerkers en spoorwegmensen in Amsterdam en daarbuiten. De vrome calvinisten die de joden onderdak boden uit respect voor de kinderen van Gods uitverkoren volk. Allemaal deden ze wat eigenlijk iedereen had moeten doen: ik ga weer verder Hanny Schaft en anderen die minder bekend zijn maar heldhaftige dingen deden en de Nederlandse Rooms katholieke Kardinaal de Jong die, krachtig gesteund door de Haarlemse bisschop Huybers –de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de anderen een beetje bang waren- een protestbrief tegen de jodendeportaties liet voorlezen in alle kerken van Nederland –op de preekstoel hier achter mijn rug is die door mijn voorganger plebaan Filbry voorgelezen. Het is toch wel mooi om te vertellen dat de zaterdag voordat die brief moest worden voorgelezen de kardinaal in Utrecht bezoek kreeg van een Duitse officier die hem wilde overhalen de brief in te trekken. Het verhaal gaat dat de kardinaal die toen al in bed lag, weer opgestaan was. Hij trok onmiddellijk zijn plechtigste kardinaalstoga aan en ging staan op het bordes halverwege de trap van het bisschopshuis in Utrecht. De Duitse officier stond beneden. Toen de Duitse officier zijn dwangbevel had voorgelezen vroeg de Duitser de Kardinaal om zijn reactie. Hoewel de Kardinaal stond te bibberen als een riet zei hij: ‘Wilt u tegen uw bazen zeggen dat u het briefje keurig hebt voorgelezen’ en hij draaide hem de rug toe en ging weer naar zijn slaapkamer. Het zal duidelijk zijn dat hij verder geen oog heeft dicht gedaan. Als wij ervan uitgaan dat herinnering gaat over de dingen die zich diep in ons hart afspelen stel ik nu dat al deze gebeurtenissen voor iedereen van belang, zich als het ware afspelen nog steeds in onze dagen. En daarom moet de nieuwste generatie ook de kans krijgen deze verhalen tot zijn eigen verhalen maken. Het is goed dat er in onze dagen ook gedacht wordt aan het verdriet dat mensen in Indië hebben verduurd en nog met zich meedragen, het is nuttig en goed om in onze pluriforme samenleving ook te denken aan de Marokkaanse soldaten in Zeeland die omgekomen zijn die voor met de Fransen meevochten. Het is goed alle dapperen van toen te blijven eren. Vergetelheid leidt tot nieuwe ellende. Herinnering kan ons helpen een betere wereld op te bouwen: samen, allemaal hopelijk mensen van goede wil. |



