Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Uitgestrekte armen E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
zondag, 21 oktober 2007

Wereldmissiedag,  29e zondag door het jaar.

Schriftlezingen:  Exodus 17,8-13      Lucas 18,1-8 Opkomen voor de rechten van de verdrukten

ag een belangrijke taak zijn die mensen mogen volbrengen, een eervolle taak zelfs...
toch gaan er tegelijkertijd altijd weer mensen
- het doet er niet toe of ze kerkelijk zijn of niet-
aarzelen als het onrecht ter sprake komt:
'Wat kan ik er aan doen? '
'Is het echt wel zo erg als gezegd wordt?'
'Gaat dit onze krachten niet te boven?



Sint Lucas geeft zijn jonge gemeente goed onderricht:
opkomen voor het recht van de kleinen en de verdrukten
is een wezenlijke opdracht voor de kerk.
Hoe slecht ons dat ligt leert het evangelie van vandaag.

De hoofdrol wordt gespeeld door een rechter:
een wijze die goed moet weten wat er in deze wereld loos is
en daarom er ook voor moet zorgen dat er recht wordt gedaan
aan mensen die recht verdienen te krijgen.
Maar deze rechter is slaperig en traag:
hij hoort de roep van de verdrukten niet.

Het is aan de volharding van de ontrechten te danken
dat er zich iets ten goed keert.
Pas als zij actief aandringen op actie
ontwaakt onze held uit zijn slaap en zegt:
'ik zal maar toegeven aan haar gevraag.'
De rechter staat model voor alle mensen
die het onrecht niet durven of willen zien,
laat staan dat zij van plan zijn er iets tegen te gaan doen.
Wij lijken op hem als wij in onze dagen zeggen:
ik kan er zo weinig aan doen.

Sint Lucas is de evangelist
die het graag heeft over onze houding tegenover het onrecht.
Maar dan altijd in een grotere context
die van het Rijk Gods.
    'Uw Rijk kome' is de bede die Jesus zijn leerlingen
soms tot vervelens toe laat herhalen.
Wij bidden het nog: 'Uw naam worde geheiligd
                Uw rijk kome.'
En dan hebben we het ook over de kracht van het gebed,
een thema dat bij Lukas veel voorkomt,
ik heb er de vorige week over gesproken
met zieken in Banneux.

Een man bidt op een heuvel.
Zo wordt ons verteld in het boek van de Uittocht.
En daaronder, beneden in het dal,
zijn volk dat vecht tegen een overmachtige vijand.
Zijn naam is Amalek: en die naam staat voor ONRECHT.
Maar wie is dan toch die Amalek? Zomaar een vijand?
Ieder volk heeft ooit wel een vijand gehad waar mee gevochten is.
De Heilige Bavo heeft ooit nog eens de Haarlemmers
tegen een aanval van de Alkmaarders verdedigd...
zegt de legende. Die vijandschap is inmiddels overwonnen.
Maar Amalek staat voor iets anders.
Van hem wordt verteld dat hij het volk Israël
op reis moeizaam voortsjokkend door de woestijn
in de rug aanviel en de kinderen en zwakkeren doodde.
Hij is geen gewone vijand. Hij is de boze zelf.
De onmens, die iedere keer weer de kop opsteekt in onze wereld.
De ene keer heet hij Hitler, een andere keer
is hij een veelkoppig monster.
Vandaag de dag heeft hij meerdere koppen:
het terrorisme, het kapitalisme, het egoïsme:
racisme, vreemdelingenhaat… wraakzucht.
Het is een weerloos gebaar, een man met twee uitgestrekte armen.
Nog heeft hij zijn stok in zijn hand
maar hij is niet langer de sterke Mozes
die met die stok het water van de Nijl sloeg tot bloed,
die de rots week maakte zodat er water kwam voor mens en dier.
Nu is Mozes een man zonder wapen,
een machteloze man met twee uitgestrekte armen,
het teken van overgave.
Als die twee armen terugvallen langs het lijf,
wint Amalek de vijand.
Als de armen weer omhoog gaan
is zijn volk weer aan de winnende hand.

Deze verhalen klinken tot ons op de missiezondag.
De zondag waarop wij denken aan de kerken
in de ontwikkelingslanden die van ons leerden dat de God van Israël,
die ook de Vader van Jesus was,
de God is die opkomt voor de kleinen
en die recht wil voor zijn mensen.

Onze vele missionarissen,waaronder ook vele Nederlanders,
hebben hen geleerd de handen omhoog te strekken in gebed
en aan te kloppen bij de God van Abraham,
Isaak en Jakob, die vrede wil en recht.

Vaak heffen de mensen in de ontwikkelingslanden
vertwijfeld de handen omhoog... en wij met hen.
Hoe langer wij op aarde zijn hoe meer we onze machteloosheid constateren.
En dus past saamhorigheid en solidariteit.

De saamhorigheid zoals Aäron en Hur die lieten zien
die Mozes' armen hielpen omhooghouden
en de solidariteit zoals Jesus zelf die opbracht
voor zijn mensen, die partij koos voor de weerlozen,
die afstand deed van zijn macht.

Als Jesus zelf de heuvel opgaat
zullen er geen vrienden zijn die zijn armen ondersteunen.
Alleen vijanden die ze vastzetten op het hout.
En aangezien dit het grootste schandaal is geweest
van heel de menselijke geschiedenis
worden wij geacht nu wijzer geworden te zijn
en nu als Zijn volgelingen werkelijk op te komen
voor alle mensen die worden gemarteld, geminacht, waar ter wereld niet.

Missiezondag 2007: Uw rijk kome.
We vullen dat niet meer zo in als in vroeger dagen misschien
toen we droomden van een supermachtige kerk
die over heel de aarde verspreid;
de lofzang aanheft en haar triomfen over andere godsdiensten viert...
Neen: we weten het: 'een kerk die niet dient, dient nergens toe'
en als wij tegenwoordig bidden: UW RIJK KOME
dat betekent dat: dat wat wij werkelijk verlangen
met heel ons wezen, met alles wat wij zijn
naar een nieuwe wereld waarin recht is en vrede voor allen:
een wereld van vrede, waarin God zelf alles kan zijn in allen:
een wereld waarin mensen tot hun recht kunnen komen en gelukkig zijn...

Het evangelie van vandaag eindigt met een eigenaardige vraag:
'zal er als de Messias komt, de mensenzoon
nog geloof worden gevonden op aarde?'

Dat is een huiveringwekkende vraag.
Alsof het geloof zou kunnen verdwijnen.
Neen, het is niet mijn bedoeling nu plotseling heel somber te eindigen
maar wel vast te stellen dat de keuze voor God en Zijn Koninkrijk
steeds opnieuw moet worden vernieuwd,
door ieder persoonlijk.

Mensen die ontwikkelingslanden hebben bezocht:
Indonesië, India, Congo, India
zien dat het geloof daar nog duidelijker gevonden wordt dan hier.
Kerken barsten uit hun voegen en de seminaries zitten vol.
Dat enthousiasme mag ons ten voorbeeld strekken.

Een vrouw reisde de wereld af op zoek naar de ware God.
Ze onderzocht alle religies en alle gemeenschappen
en alle mogelijke openbaringen van geloof
om vast te kunnen stellen
wanneer ze de volmaakte openbaring van God in het leven had ontdekt.
Op een van haar reizen stopte ze bij een klooster
en vroeg aan een van de kloosterlingen:
'kunt u mij zeggen of uw God wonderen doet?'.
De kloosterling antwoordde:
'Weet u, het hangt er maar van af wat u een wonder noemt.
Sommige mensen denken dat het een wonder is
wanneer God doet wat de mensen vragen.
Maar in deze kloostergemeenschap geloven we dat het een wonder is
wanneer de mensen de wil van God doen.

We hopen dat wij daartoe in  staat zullen zijn.
We heffen de handen omhoog naar God
opdat Zijn Heilige Geest ons moge sterken.
Moge ons gebed onze dienstbaarheid onder stroom zetten
opdat ons de kracht niet ontbreken zal
om aan Gods Koninkrijk te bouwen... in onze dagen.

Vrede en alle goeds,

        Hein Jan van Ogtrop, poastoor