1e ZONDAG VAN DE ADVENTSchriftlezingen: - Jesaja 2, 1-5; Romeinen 13, 11-14; - Mateüs 24, 37-44VOORWOORD: De thema’s die aan de orde komen kunnen helpen de zondagsvieringen in het teken te zetten van de kerkelijke Adventsactie. De eerste zondag is het al raak: het gaat over de opdrachten van Godswege die over ons bestaan gespannen staan. De eerste bede van het Onze Vader (Uw naam worde geheiligd) staat als motto boven de preek. De tweede bede (Uw Rijk kome) volgt de zondag daarop wanneer het Koninkrijk van God ter sprake komt. Hoe komt dat nabij? Door onze persoonlijke reactie op de goddelijke opdracht. De derde zondag draagt de derde bede van het Onze Vader mee: uw wil geschiede. Johannes zit in de gevangenis en lijdt. Maar er zijn tekenen van hoop op de zondag die vanouds de naam ‘Gaudete’ draagt. De volgende beden van het Onze Vader gaan over ons dagelijks brood, de vergeving en de verlossing. Op de vierde zondag komen die aan de orde als wij mediteren over ‘Bethlehem’ (huis van het brood). Het Brood uit de hemel is ons in Jesus gegeven. Het gewone brood is aan ons allen gegeven en moet gedeeld worden. De profetische woorden over ‘Immanuël’, God met ons, worden overwogen en het ‘geboorteverhaal’ van Matteüs komt aan de orde. Het is geen gewoon geboorteverhaal maar het nodigt ons vooral uit de Christus geboren te laten worden in ons eigen leven. Hij komt ons nabij in de kwetsbare mens die ons tot solidariteit oproept. Advent 2010
Inleiding: Het is goed voor de christen die echt horen wil, dat op de eerste de beste zondag van de kerkelijke A-cyclus, in de eerste zin van de eerste lezing te lezen staat: ‘ Op het einde der dagen zal de berg waarop de tempel van de Heer staat, oprijzen boven alle bergen.´ Jeruzalem staat dus centraal. Wij kunnen langs die stad niet heen. De tekst gaat verder: ´Alle volkeren zullen er heen stromen en talloze naties erheen trekken.´ Wij worden verzameld rond die ene berg. Waarom ? Het antwoord komt – al doorlezend - overduidelijk: ´Laat ons optrekken naar de berg van de Heer… Hij zal ons zijn wegen wijzen, wij zullen zijn paden bewandelen, want uit Sion komt de Wet.´ De Wet, een opdracht van Godswege tot solidariteit.
UW NAAM WORDE GEHEILIGD (leven vanuit een goddelijke opdracht)
Uit Sion komt de Wet Wie Amsterdam aan de zuidzijde binnenkomt, passeerde tot voor kort twee gebouwen. Het meest opvallende is – nog steeds- het enorme hallen-complex van de RAI. Het wordt gemarkeerd door een betonnen toren. Hoog worden daarop de namen vermeld van de firma’s waaraan wij onze welvaart te danken hebben. Duizenden en duizenden lopen deze reclame-toren voorbij en gaan zich binnen vergapen aan allerlei zaken. Ze bewonderen de nieuwste verworvenheden van onze westerse techniek. Het andere gebouw staat even verder aan het water (vroeger stond het pal tegenover de RAI) het is de nieuwgebouwde synagoge. De oude synagoge droeg ook borden: twee betonnen platen waarop de Tien Woorden (de Tien Geboden) staan. ´Ik ben je bevrijder uit Egypte…´, zo begint de tekst. Je zult geen andere goden dienen, geen beelden of voorstellingen van hout of steen maken en die vereren.´ Aan de ene kant was en is nog steeds veel te zien: hout, metaal, superjachten, computers… wat al niet. Worden daar de afgoden gediend ? Is onze techniek verdacht ? Moeten wij ons terugtrekken in een oud reservaat, een wereld waarin dat allemaal nog niet bestond ? Willen ons dat de Tien Geboden leren ? Antwoord: neen. We mogen als mens onze kwaliteiten benutten. Onze techniek is volgens de joods-christelijke traditie legitiem. De mens mag, geschapen naar Gods beeld, de aarde regeren maar moet zich wel laten richten door het Woord van God, de Wet. Die omvat meer dan de Tien Geboden alleen. De Wet als levensopdracht Het woord wet staat voor een heel programma van bevrijding en vernieuwing. Als wij het woord ´wet´ horen denken wij aan ´in naam der wet´ of iets van dien aard. Om dat misverstand te voorkomen vertaalt Martin Buber in zijn ´Verdeutschung´van de Bijbel het woord tora niet met ´Gesetz´(het Duitse woord voor ´wet´), maar met ´Weisung´. Te vertalen met: richtingwijzer, onderricht. Als een wegwijzer staan daar de geboden. Niet om ons te hinderen maar om ons een bepaalde kant uit te leiden, een nieuwe toekomst tegemoet. Vandaar ook dat je in de synagoge een feest als ´Vreugde der Wet´ kunt vieren. Wanneer de laatste verzen hebben geklonken van het laatste boek van Mozes (Deuteronomium) begint men weer van voren af aan. En als dan na het verhaal van de dood van Mozes het eerste gedeelte van het boek Genesis gelezen is, worden de wetsrollen door de synagoge gedragen en wordt er met de wetsrollen gedanst. Het is een vreugde om met de Wet te leven. Want Wet staat in het Eerste Testament (een beter woord dan oude Testament) voor heel die geschiedenis van God met de mensen … en wel te verstaan een God die bevrijden wil en die zijn naam bekend maakte aan Mozes: IK ZAL ER ZIJN. Profeten gevraagd Wat is het eigene van de verkondiging door een profeet ? Een profeet is om te beginnen geen toekomstvoorspeller. Hij ziet wel, waar het naar toe gaat, als mensen doen zoals ze doen, maar is geen handlezer of astroloog. Hij waarschuwt. Is een profeet dan te vergelijken met een donder-predikant van vroeger dagen ? Ja en nee. Ja, omdat de profeet duidelijk de feilen blootlegt van zijn hoorders en vaak onaangename dingen zegt. Neen, omdat er meer meeklinkt. Een profeet is geen duvelstoejager maar een mens die geraakt is door Gods woord. Levend vanuit dat woord kijkt hij over het gewone leven heen. Hij werpt vensters open. Hij zegt: Mensen zeg niet ´het gaat mij niet aan´, ook niet ´het zal mijn tijd wel uitduren…´De profeet werpt de mensen terug op zichzelf: ´Luister eerlijk naar wat er fout is, trek je conclusies en verander! (bekeer je, kun je ook zeggen). Verander en kies voor het leven. Advent vieren gaat over hier en nu Advent vieren staat voot een nieuwe levenshouding inoefenen van geduld en volharding. Om ons daarbij te helpen luisteren we in de Adventstijd regelmatig naar de profeten. Jesaja en Johannes de Doper. Uitzien naar de komst van de Heer is uitzien naar zijn Koninkrijk. Uitzien naar zijn Koninkrijk betekent leven vanuit het visioen en werken aan de vervulling daarvan, hier en nu. David Hartmann, hoogleraar in Jeruzalem, zegt: ´Als we eerlijk zijn, moeten we toegeven: onze cultuur stinkt. De beerput staat open. Heeft men in de negentiende eeuw het deksel er nog op gehouden (wat maar net lukte), nu wordt onze ongerechtigheid openbaar. Een heilzame zaak ! Want nu kunnen wij iets gaan doen. Het deksel er weer opzetten lukt niet. De oorzaken van de stank vinden en bestrijden is de enige redding voor ons. Dat gaat niet van de ene dag op de andere. Bewust handelen kan ons op weg helpen.´ God wil zijn Koninkrijk niet op een andere planeet maar hier, waar het zo stinkt. God geeft geen onmiddellijke garantie op succes, maar wel een belofte van licht: dit is de weg van de verlossing. Als christenen schuiven we alles te gemakkelijk op Jesus onze Verlosser. Hij heeft het gedaan, wij hoeven niets meer te doen. Maar als Hij (in het voetspoor van Johannes de Doper) zegt: ´Ik ben de weg´, betekent dat niets anders dan: Verder gaan zoals Ik het heb voorgedaan. Het visioen dat je in actie brengt In het visioen van Jesaja lopen de volkeren en de naties niet zo maar wat rond. Ze zijn ergens naar toe op weg. Ze hebben een doel! Ze komen van alle kanten op één bergtop af: ze zijn op weg naar Jeruzalem, ze zijn op weg naar het heilig¬dom, ze zijn op weg naar elkaar en naar God en de profeet is hun gids. Alles zal - zegt Jesaja- NIET blijven zoals het is; alles dient niet te blijven zoals het is: werk mee, doe er iets aan, help mee het aanschijn der aarde te veranderen. En uiteindelijk zal het dan zo zijn dat 'de berg waarop de tempel van de Heer staat zal oprijzen boven alle bergen.' Daar naar toe zullen we opgaan, 'blij' zoals de psalmist dat zegt. Als Jesaja spreekt over die berg van God, gaat het daarbij om meer dan het goed 500 meter hoge bergje waarop het huidige Jeruzalem is ge¬bouwd maar om het woord van God als nieuwe levensvervulling van de mensen. Tegen de versukkeling Paulus roept ons op om uit onze slaap te ontwaken. In het evangelie noemt Jesus de mensen uit Noachs tijd als voorbeeld van hoe mensen (wij) niet moeten zijn. Wat was er loos met die mensen? Wij denken: die waren zeker erg slecht. Maar daarover wordt niets verteld. Er staat alleen maar dat zij aten en dronken, huwden en ten huwelijk gaven. Dat zijn toch eerlijke zaken... waarom dan die kritiek? In het evangelie worden ze bekritiseerd omdat ze lauw waren, omdat ze allemaal deden alsof er niets aan de hand was en er ook nooit iets vernieuwends zou kunnen gebeuren. En dan vertelt Jesus zijn wonderlijke beelden. Een daarvan gaat over twee mensen op de akker. Eén blijft gewoon aan het werk, de ander wordt meegenomen. Een ander gaat over twee vrouwen die graan aan het malen zijn. Eén blijft rustig doordraaien aan haar molentje, de ander wordt meegenomen. Daar is niet mee bedoeld dat ze door een soort ruimteschip de lucht wordt inge¬voerd maar dat zij in figuurlijke zin aan haar haren wordt getrok¬ken... ze wordt er met de haren bijge¬sleept, meege¬nomen in de beweging van het koninkrijk... zoals wij dat hope¬lijk ook aan ons willen laten gebeuren. Mensen van nu zijn niet slechter dan vroeger, in sommige op¬zichten beter, ik bedoel wakkerder. We weten werke¬lijk wat er aan de hand is, heel de wereld is immers een dorp geworden. Sint Paulus zegt in zijn brief aan de Romeinen waaruit we vandaag lezen, dat we vandaag dichter bij ons heil zijn dan ooit tevoren! De eerste kaars aan Wij zullen ons hopelijk in het nieuwe jaar -en nu loopt de kerk eens voor, ruim een maand op de burgerlijke wereld- door kerk¬klokken wakker willen laten bellen, iedere zondag, neen als het goed is iedere dag opnieuw om te gaan doen wat ons te doen staat. God heeft ons allemaal nodig, ieder mens is onmisbaar. Het heeft zeker zijn zin om die oude adventskrans weer uit de kast te halen, met wat nieuw groen vol te stoppen en er opnieuw vier kaarsen op te plaatsen, er zo vier waakzame zonda¬gen van te maken. Het is een heel simpel gebeuren: elke zondag een kaarsje erbij maar het beeldt uit dat wij geloven dat we in de loop van onze eigen geschiedenis maar ook die van heel de aarde toch steeds iets dichter bij God komen. En dan draaien we als we het kerkelijk jaar vieren niet in cirkels rond om op hetzelfde punt uit te komen maar als het goed is gaan wij in die jaarkrin¬gen die wij draaien samen in een grote schroefdraad naar omhoog. |