- Exodus 17,3-7 water uit de rots - Johannes 4,5-52 de vrouw bij de put Het is een misverstand te menen dat het geloof ons alleen door mannen is verkondigd. In de geschiedenis van het heil spelen vrouwen een uiterst belangrijke rol. De vrouwen van het begin: de aartsmoeders: Sara, Rebbecca en Rachel (hun mannen heten Abraham, Izaäk en Jakob).
De dappere vrouwen van later: Debora, Ruth, Esther en Judith (om er maar enkele te noemen). In het evangelie: Elisabeth, Maria, Maria van Magdala, Maria van Salome enz. enz. En dan ook nog die niet bij name genoemde vrouwen die Jesus "geheel uit eigen middelen onderhouden". Rond Maria Magdalena is een hele discussie gaande die zijn hoogtepunt (of is het een dieptepunt?) vindt in het boek de Da Vincicode. Het boek gaat er vanuit dat keizer Constantijn de evangelieverhalen heeft herordend door er te vrouwvriendelijke elementen uit te laten verwijderen. Dat is onzin (net als de rest van het boek) maar een feit is wel dat Maria Magdalena in de kerkelijke traditie niet de plaats kreeg die haar toekwam, ja deze vrouwelijke geloofsapostel van het begin werd afgeschilderd als een slechte vrouw die zich bekeerd had. Zij zou Jesus de voeten hebben gezalfd en vroeger lichtzinnig geleefd hebben. Pas in de zestiger jaren van de vorige eeuw is van officieel kerkelijke zijde gezegd dat 'Maria Magdalena geloofsverkondiger was bij uitstek omdat zij na haar bezoek aan het lege graf van Jesus de boodschap van Zijn verrijzenis naar de leerlingen bracht.' De vrouw die Jesus de voeten zalfde was een hele andere en de vrouw die bijna gestenigd werd ook. Bij de voorbereiding op Pasen werd vroeger aan de doopleerlingen nog een verhaal verteld over een vrouw, de Samaritaanse vrouw bij de put. Ook hier weer leken vele predikanten lijken wel verslaggevers van 'Privé' door haar persoonlijke omstandigheden breed uit te meten ('ze deugde niet'). Maar ze is belangrijker! Aan haar kan Jesus voor het eerst Zijn diepste Messiasgeheim kwijt: ' Ik ben de Messias, Ik die met u spreek!' Zij voelde het eigenlijk al aan en heeft in het evangelie van Johannes bijna de rol die Petrus in het Matteüsevangelie heeft. Met haar kan Jesus het grote geheim bespreken dat Gods liefde zich over alle volkeren uitspreidt. Terwijl de zon hoog aan de hemel staat horen we beloften over een nieuwe toekomst over genade, liefde, vrede, verzadiging lafenis voor eeuwig. Jesus spreekt over velden die wit staan voor de oogst maar vooral uitgebreid over LEVEND WATER. Allerlei verhalen over water komen in onze herinnering: het water van de oervloed het water waar Noach op dreef met zijn ark het vuile tot bloed geworden water in Egypte van de eerste van de tien plagen. Het water dat dreigde van de rode zee het water van de dood en de wanhoop waarin Jona ten onder dreigde te gaan maar er is tegelijkertijd ook dat andere water het water dat leven brengt en toekomst. --------------- Vaak hebben vrouwen met dat water te maken we kennen meerdere verhalen over vrouwen aan de put.. We kennen het verhaal van Abrahams knecht die een vrouw moet zoeken voor Isaak en Rebecca vindt die de kamelen van zijn kudde laaft.. en daar is Jakob die later Rachel ontmoet aan de bron... en daar is Mozes die de bron verdedigt van de jonge vrouwen die door de herders lastig gevallen worden... Uit een dorre rots komt zomaar geen water en voor velen is het leven niet veel meer dan een zandwoestijn met hier en daar een rotsblok. Ze, de joden in de woestijn, de mensen onderweg hadden gedroomd over een nieuwe wereld. Zingend waren ze op weg gegaan maar het leven viel tegen. Nu morren ze en zijn teleurgesteld zo zijn mensen, ook wij. We blijven eeuwige zoekers en teleurgestelden altijd willen we verder maar tegelijk willen we terug, we geloven in een nieuwe toekomst maar willen graag wegvluchten naar het oude vertrouwde. Ieder mens wordt geroepen te ontsnappen aan de kringloop van de dood. 'Wat was het ergste toen in Egypte' vragen de rabbijnen 'was het de hardheid van de slavernij' het antwoord is nee 'was het het heimwee naar een nieuw land en naar vrijheid?' het antwoord is nee. 'Wat was dan het ergste?' antwoord: 'het ergste was dat de mensen in Egypte wenden aan de slavernij.' Het ergste is dat mensen eraan wennen dat alles bij het oude blijft en een nieuwe toekomst een ver visioen blijft. In de eerste lezing horen we spreken over levend water, water dat leven geeft en dat nog wel (tegen alle verwachtingen in) in de woestijn als het volk dreigt te bezwijken; een nieuw begin... tegen alle wanhoop in. Want: e r is, als je met God gaat, een point of no return. God keert nooit op zijn schreden terug, zijn liefde houdt ons in beweging altijd door is hij bezig met mensen een nieuwe geschiedenis te maken. Water, levend water een teken van hoop. Iedere keer gebruiken wij het hier iedere keer als wij gaan dopen, gelukkig weer veel kinderen en ook één volwassene in de komende weken: we gaan het nieuwe water wijden in de Paasnacht. Veertigdagentijd is een beetje woestijn: het gewone leven, zo troosteloos als het is. Misschien stoot je op een dag op een rots die levend water geeft. Dan is Gods nieuwe toekomst geen luchtspiegeling, geen fata morgana, maar de hoogste realiteit. Nog een paar weken wachten en het zal Pasen zijn: wij zullen dan allemaal besprenkeld worden met het water dat ons herinner aan onze doop: water dat ons levend maakt. We zullen de Samaritaanse nazeggen: "we wachten op de Messias". Het antwoord zal dan Jesus' opstanding zijn uit de dood waar Maria Magdalena de eerste verkondigster van is. Hij wil op Pasen 2005 tot ons zeggen: "Ik ben degene die jou nieuw wil maken.' Wij zullen leven! AMEN |