| Vuile handen |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| zondag, 3 september 2006 | |
22e zondag door het jaar Schriftlezingen:- Deuteronomium 4, 1-8 geen volk was God zo nabij - Marcus 7, 1-8, 14-15, 21-23 vuile handenEen van de beklemmendste na-oorlogse romans is de roman van de Franse schrijver-filosoof Sartre;die roman heet: 'les mains sales', vuile handen. Het schijnt nu eenmaal bij mensen te horen dat ze wel veel goede bedoelingen hebben -de vorige week hadden wij het daarover-- maar altijd schieten mensen weer tekort, ze maken ‘vuile handen’. Ontstaat daarom misschien de kwaal van smetvrees, mensen die iedere keer opnieuw hun handen wassen: ik heb iemand gekend wiens handen helemaal kapot waren gegaan van het iedere drie minuten opnieuw wassen. In Sartre's roman gaat een man die aan die schuld lijdt in geestelijke zin kapot, volkomen ten onder. -- 'De Farizeeën immers, en al de joden, eten niet zonder eerst de vingertoppen gewassen te hebben, daar ze vasthouden aan de overlevering van de vaderen'; zo lazen we in het evangelie vandaag. Het klinkt bijna als de aante¬kening van een ontdekkingsreiziger die bij een vrijwel onbekende volksstam terecht is gekomen. Vroeger konden missionarissen ons zo prachtig vertellen over de vreemde wereld die zij gezien hadden. Al die dingen zijn boeiend en hebben ook een zin; ze verwijzen ergens naar en hebben te maken met de manier waarop mensen in het leven staan. Er wordt iets belangrijks verteld en doorgegeven: niet in woorden maar in gebaren en teke¬nen, een onhoorbare taal. Bijna altijd komt daar - ook vandaag weer- water aan te pas. Water waarmee handen en hoofd en soms het hele lichaam gewassen worden. Er zijn vele rituelen met water, denk maar aan de doop, aan het wijwater, aan het Lourdes-water. Het is niet voor niets dat we deze dingen doen en dat ons deze vrome gebrui¬ken wordt verteld. Het heeft te maken met de levensstijl van een volk. En vandaag gaat het om een heel bijzonder volk: Israël, een volk dat, volgens de eerste lezing, een hele direc¬te omgang had met God. 'Welk volk heeft ooit zo direct met God omgang gehad en zulke prachtige voorschriften gekre¬gen' (Deut.¬4,7-8). Het hele leven staat onder de koepel van dat vriend¬schapsverbond met God. Zo moet je al deze wetten en wetjes begrijpen. Geloven is niet alleen iets wat zich in het diepst van ons wezen afspeelt maar je moet het ook kunnen zien. Het evangelie van Marcus vertelt over de discussie van Jesus met de omstanders over de zin en onzin van die joodse regels. De zin is dat ze de mens verwijzen naar een innerlijke levens¬hou¬ding, een beschikbaarheid voor God en voor de naaste. Zo zijn de wetten en regels zinvol. Voor de mens die beseft dat hij tekort¬schiet, dat hij (om met de grote schrijver en filosoof Sartre te spre¬ken) net als allen vuile handen heeft is het zinvol als hij zijn handen ritueel wast. Maar als dat innerlijke verstaan wegvalt? Als je leven niet gericht is op echtheid en trouw op een goede band met de Partner met een hoofdletter, de God van Israël en Zijn Ver¬bond dan wordt het goed-bedoeld leeg ritueel, vormendienst zonder inhoud - bij sommige farizeeën was dat het geval - of het wordt een aanfluiting Pontius Pilatus is daar een voorbeeld van: was het nu hulpeloosheid die hij tentoon spreid of heiligschennis ? In het laatste geval is het een belediging van de menselijkheid en van God van de mensen en is het een zonde, een doodzonde zou ik zeggen. Jesus zegt: 'het gaat om de inner¬lijk¬heid, kies toch voor de echtheid voor een eerlijke open rela¬tie met jouw God. De man van Nazareth wekt alle vrome mensen en alle anderen die denken dat ze zomaar wat raak kunnen leven als alleen maar de buitenkant, de schone schijn bewaard blijft. Als er van de kant van farizeeën en schri¬ftgeleerden een aanmer¬king komt op de schijnbare onzorgvuldigheid van Jesus' leerlin¬gen en Jesus zelf ten aanzien van de joodse wetten biedt Jesus geen excuses aan. Hij valt uit: 'hoe juist heeft Jesaja over jullie huichelaars geprofeteerd: dit volk eert mij met de lippen maar hun hart is ver van Mij. Zij eren Mij maar zonder zin, en mensenwet is wat zij leren Jullie laten het gebod van God varen en houdt vast aan de overlevering van mensen alleen'. 'Zie je wel, Jesus moest ook niets hebben van al die traditie en ceremonieën en oude gebruiken... ' zegt de luisteraar die maar met een half oor luistert. Die moet dan wel even bedenken dat Jesus zelf toch ook is gaan staan - om even één voorbeeld te noemen van onderworpenheid aan een ritueel - in de lange rij van mensen die aan de Jordaan stonden te wachten om door Johannes helemaal schoon gewassen te worden. Ja, Hij heeft zelf ook een ceremonieel nagela¬ten aan zijn leerlingen bijvoorbeeld toen Hij zelf de voeten waste van zijn vrienden en aanbeval om dat te blijven doen om aan het te denken en toen Hij het brood en de beker nam en zij dat ze dat altijd tot zijn gedachtenis moesten blijven doen. We kunnen niet zonder symbolen en zonder riten, wij zouden toch dat ritueel niet kunnen missen wat wij -in tegenstelling tot de voetwassing- trouw iedere zondag voltrekken met brood en wijn? Waar wij geen woorden hebben of er niet toe kunnen komen nemen wij onze toevlucht -terecht- tot een ritueel. Dat is onze kracht, dat houdt ons bijeen. ----------- Daarover gaat een prachtig verhaal -dat Abel Herzberg zaliger verteld aan zijn klein¬zoon- over een joodse jongen LABI in Auschwitz die gedwongen was in het orkestje te spelen dat speelde bij de executies van anderen. Hij deed dat omdat het hem anders de kop zou kosten. Zo deed hij zijn eigen gevoel geweld aan maar hield het leven. Maar wat andere dingen betreft waar hij wel wat aan kon doen. Het verhaal vertelt over de honger in het kamp. Er was daar vrijwel niets te eten en wat er was deugde volgens de joodse spijswetten van gaan kanten. Normaliter at iedereen wat er te eten was tot op een dag er plechtig wordt aangekondigd: 'voortaan zullen we iedere dag varkensvlees in de soep doen die je te eten, joden.'. De hongerige gevangen aanhoorden dat maar aarzelen niet en aten rustig iedere dag door van het slappe waterige aftrekseltje dat hun hoofdmaaltijd vormde ... allemaal- behalve... Labi. Hij weigert. 'Waarom eet je niet' vragen ze hem: straks ga je dood en gooien ze jou in de grafkuil en zullen de anderen bij jouw begrafenis spelen.' Maar Labi, die tot nu toe zijn geweten zoveel geweld had aange¬daan bleef onwrikbaar: 'omdat er verschil is tussen rein en onrein'. Hij stierf een week later maar met een glimlach om zijn mond: hij was trouw gebleven aan zijn God en had zijn eigen waarde behouden. --- Tegen zo'n innerlijke trouw zou Jesus niet geprotesteerd hebben: 'wie ook maar een van de geringste van de geboden afschaft en ze zo aan de mensen leert, zal de kleinste zijn in het koninkrijk der hemelen.' De geboden moeten worden gedaan, de liturgie gevierd van zondag op zondag met de allergrootste zorg en we proberen dat hier en in alle andere Haarlems kerken en we moeten dat blijven doen... Maar wel kritisch op onszelf: geloven vraagt om een echte inzet van je hele persoon. De mensen zullen het aan jou moeten kunnen merken dat je ge¬looft. Ze mogen het gerust weten, dat je je kind laat dopen, of dat je iedere zondag naar de kerk gaat. Het is uitstekend om voor de kerk te trouwen en zo iedereen te laten zien dat het geloof voor jou nog iets betekent... Het is uitstekend om theologie te gaan studeren te kiezen voor dienst aan de kerk als priester of pastoraal werker maar we zullen beoordeeld worden op de innerlijkheid, op de ernst waarmee wij ons geloof dragen en de steun en de troost die wij anderen, uit de kracht van ons ge¬loof, kunnen en willen geven. Zo en zo alleen bouwen we aan het Koninkrijk van God en wassen we onze handen werkelijk schoon door de trouwe, liefderijke dienst aan Hem en aan onze naaste. Amen, zo moge het zijn. H.J.van Ogtrop, Leidsevaart 146, 2014 HE Haarlem |



