P I N K S T E R E N 2010 Schriftlezingen: - Genesis 11,1-9 Babel, - Handelingen 2, 1-11 vuur boven de leerlingen, - Johannes 16,12-15 Jesus zendt de Geest.Pinksteren is en blijft een moeilijk feest. Ik maak me sterk dat je, als je een enquête gaat houden op de grote markt, misschien is het op de Leidsevaart iets beter- de vreemdste antwoorden zou krijgen. KERSTMIS is wat dat betreft beter bekend: de ge¬boorte van Jesus van Nazareth, gewoon een feit. PASEN is al moeilijker. Het verhaal van het sterven van die Jesus en het lege graf. Maar PINKSTEREN is echt onbe¬grijpe¬lijk voor velen.
Het woord pinksteren heeft een weinig romantische betekenis. Het woord betekent gewoon: 'vijftigste' en daarmee is dan bedoeld dat het gewoon de vijftigste dag na Pasen, beter gezegd VAN Pasen is. Vijftig is een vol getal, zeven maal zeven + één! Als je vijftig wordt -zegen de mensen- heb je Abraham gezien: het leven is tot een zekere volheid gekomen (ouder worden is geen vloek). Vlak na Jesus' dood gebruiken de leerlingen van Jesus de 50 dagen na het feest van de bevrijding uit Egypte als een hele bijzondere bezinningstijd. Hun medejoden zijn zich aan het voorbereiden op de viering van wat er 50 dagen na de uitttocht uit Egypte gebeurde: de wetgeving op de berg Sinai. En we weten allemaal wat voor een grote dingen daar gebeurden: vuur was er op de berg en de stem van God klonk met kracht, de tien geboden werden afgekondigd en iedereen werd uitgenodigd om mee te doen. In de tempel van Jeruzalem brandden op de pinksterdag de vuren om de pelgrims te herinneren aan het vuur van de Sinaï. Een ieder moest proberen iets van dat vuur mee te dragen. De hele stad is vol met vreemdelingen die allemaal het feest mee willen vieren van die vijftigste dag. Juist als dat pinksterfeest in Jeruzalem aanbreekt vertelt Lucas hij over de nieuwe kansen die er zijn gekomen rond Jesus van Nazareth en hij vertelt over het vuur en over de storm, de beweging in het huis waar de apostelen waren; en het vuur dat zich op ieder van hen neerzet¬te. Dat vuur trekt de aandacht en velen begrijpen dat er iets bijzonders aan de hand is. Maar het andere kan ook: -en gebeurt ook nog steeds-: ont¬kennen dat het van belang is, de waarde ontkennen van al het werkelijk vernieu¬wende wat er, tot op de dag van vandaag gebeurt. De goede verstaander verstaat het, waar hij ook is, van welke nationaliteit hij ook is, van welke geloofsgemeenschap hij ook lid is, of hij oud is of jong dat doet niet ter zake. Petrus trekt de stoute schoenen aan en treedt naar buiten terwijl hij, misschien wat over¬dreven, zegt: "hier gebeurt waar de profeten over droomden: jong en oud zien visioe¬nen, de Geest van God vervult de mensen". 'En zij allen konden hem ver¬staan in hun eigen taal' staat er dan, een wonder dat gelukkig vandaag de dag ook nog gebeurt. Mensen die samen idealen hebben, mensen die samen geloven.. verstaan elkaar. In Amsterdam hebben we vroeger in de Lucaskerk toen er twee nieuwe klokken kwamen die de namen gegeven van Moeder Teresa en Helder Camara. Moeder Theresa sprak engels maar zie...iedereen verstaat haar. Dom Helder Camara Frans en ook al heeft niet iedereen Frans geleerd…. iedereen verstond hem. Er is een gelovige eensgezindheid mogelijk rond mensen die met hun woord anderen verzamelen en bemoedigen. Dat was vroeger en is nu gelukkig ook nog zo. Dat is een andere eensgezindheid zoals wij die uit het verhaal van de toren van Babel kennen. Die eensgezindheid stootte God tegen de borst: het was de eensgezindheid van de hoogmoed en de machtswellust: wij zullen samen wel eens even iets laten zien. Dat was een eensgezind¬heid die ver¬strooid moest worden. De eenheid die de mens tekort doet. Een joods verhaal ver¬telt: 'als er bij de torenbouw in Babel een mens van de stellin¬gen viel en dood viel keek niemand op of om. Maar viel er een steen of een hamer dan was er paniek: 'wie gaat die terughalen.' Petrus getuigt in zijn prachtige pinksterpreek over een nieuwe eenheid rondom Jesus Messias. Hij neemt de gelegenheid te baat om de pelgrims te vertellen hoe schandalig de schijnbare eensge¬zindheid was van de hordes die stonden te roepen: 'aan het kruis met hem.' De moord op iedere mens is een schandaal. De moord op deze mens -Jesus- in het bijzonder. De moord op de ene mens die ons juist nieuwe kansen wilde geven en onze wereld verder kon helpen. Als Petrus' luisteraars een beetje onder de indruk zijn van zijn preek en hem dan een beetje zenuwachtig vragen: 'wat moeten wij doen' is het antwoord: 'bekeer jij jezelf NU, veran¬der, blijf geen buitenstaander, doe mee met een nieuwe manier van leven, laat je bv. dopen, word weer mens, een nieuwe mens. ' Velen, 3 a 4-duizend laten zich dopen. De Heilige Geest, die in Jesus aanwezig was, breekt zich baan middels zijn volgelingen. De Geest van de mensen die vol zijn van God, laat zich horen. Samen vol van God zijn is onze opdracht om zo samen anderen tot zegen te zijn. En¬thousiast zijn, letterlijk 'vol van God zijn' om zo het aanschijn der aarde te gaan vernieuwen. Dit enthou¬siasme oefenen wij in de kerk. Het is -als het goed is- niet het goedko¬pe laai¬ende enthousiasme dat vlug over gaat maar het enthousias¬me van de trouw aan je opdracht ten einde toe. In goede en in kwade dagen. Om zo vol van God te raken heb je tijd nodig, veel tijd. Wie tegenwoordig naar het nieuws luistert en kijkt wordt er somber van. Niet doen! Er is tijd nodig voor de groei van het Koninkrijk. Je zult naar God toe moeten groeien. Vandaar die 50 dagen na Pasen om te begin¬nen. Ze zijn een zegen. Mensen die taai zijn en volhardend. Die mensen kunnen ook -als het nodig is- geduld hebben ze kunnen wach¬ten. Wachten -en tegenwoordig moet dat vaak- wachten op het geloof dat in iedereen wortel kan schieten. Je maakt dat tegenwoordig vaker mee dan vroeger: - ook bij echt goedgedoopte katholieken- hoe mensen een heel klein begingeloof hebben, een soort sluimerend geloof dat onderhoud nodig heeft en soms dreigt te bezwijken. Maar het omgekeerd gebeurt ook: dat het later pas echt iets wordt, naar buiten breekt¬ zoals dat bij de apostelen gebeurde. Hulp van elkaar en van Godswege hebben we daarbij nodig. We zullen elkaar moeten vasthouden en bemoedigen en het 'kom schepper heilige Geest' de intredezang van vandaag zal nog heel vaak gezongen moeten worden. 'Wil toch onze troos¬ter zijn, overstroom ons dor domein, heel de ziel die is gewond.' 'MAAK WEER ZACHT WAT IS VERSTARD koester het verkilde hart, leid wie zelf de weg niet vond.' Omdat het heel moeilijk is je eigen opdracht te verstaan zullen we nog heel lang oefenplaatsen nodig hebben waarin we onze op¬dracht iedere keer weer op¬nieuw in onze eigen tijd te horen krijgen... Kerken mogen dat zijn: plaatsen waar mensen zich verzamelen rond het woord, rond het brood en de wijn en waar wij ons voorbereiden op de grote toe¬komst van God met de mensen. We zu¬llen -net als de aposte¬len- de moederschoot van die kerk nog lang nodig hebben, mis¬schien zelfs -net als de aposte¬len van voor Pinksteren- als een zaal met gesloten deuren. In die zo noodzake¬lijke be¬zinning kan ons geloof ondertus¬sen uitgroeien. Op één plaats tezamen, zoals de aposte¬len en de moeder van de Heer willen wij ons verenigen in gebed. Opdat ook wij leeg zullen zijn van zelfzucht maar open en ont¬vankelijk voor de levendmakende Geest van Jesus Christus opdat onder de as van onze onbezielde woorden en daden, het vuur van de ware liefde moge ontvlammen; en opdat wij voor ieder en voor allen, eindelijk de taal mogen spreken die ieder vol blijd¬schap ver¬staat, de taal van de Heer, de taal van Gods hart. We schamen ons misschien erover dat wij na 2000 jaar christendom nog steeds niet toe zijn aan de idealen die Jesus zich voor ogen stelde. Maar ik hoorde laatst een wijze abt die zei: ‘wat is nu 2000 jaar in Gods oog, we zijn eigenlijk pas net begonnen.’ Ik vond dat een troostende gedachte en mochten we daar niet tevreden mee zijn dan is er altijd nog de zekerheid van het goddelijk geduld. Wij leven als kerk van het geduld dat God met ons heeft. Hij geeft ons de vijftig dagen viertijd tussen Pasen en Pinkste¬ren, Hij geeft ons de kans om ieder jaar weer pinksteren te vieren. Als wij het al lang hebben opgegeven en de kerk vaarwel willen zeggen is Hij de Heer van het geduld, is Hij degene die ons altijd weer nieuwe kansen wil geven; die vertrouwen heeft in ons allemaal. Neen, het geloof is niet verouderd de kerk is niet versleten: we zijn net begonnen! |