| Wij zijn uw volk |
|
| Geschreven door Pastor E. Peijnenburg | |
| zondag, 2 oktober 2005 | |
Jesaja 5:1-7 en Matt. 21:33-43Vandaag, nu we de feestdag vieren van de heilige Bavo, patroon van onze parochie, zingen we weer de feestmis die 7 jaar geleden werd geschreven bij het eeuwfeest van onze kerk: Gods volk onderweg. Met al onze koren, met al onze stemmen, uit volle borst en met hart en ziel: (en ik citeer nu alvast uit het slotlied) Wij zijn uw volk, wij zijn met u verbonden, draag ons dan nu ook verder... Dit lied heeft iets ontroerends. Het heeft iets van een liefdeslied, niet zoet en intiem, eerder wat majestueus en meeslepend. Er spreekt voor mijn gevoel iets uit van de hartstocht als ik het zo mag zeggen, waarmee wij inderdaad Gods volk willen zijn. Misschien durven we dat alleen zingend en samen met elkaar zo te uiten. Het drukt iets uit van het "met hart en ziel" waarmee wij mensen, ieder hier aanwezig, ons bij tijd en wijle inzetten voor een goede zaak, als wij ons laten bewegen door oprechte betrokkenheid bij een ander. Ik denk dan hier vandaag aan de vele vrijwilligers in deze parochie die zich inzetten omdat het hen werkelijk ter harte gaat wat hier gebeurt. En aan de jonge ouders die hier vandaag zijn om hun kind te laten dopen, vanuit vertrouwen in God en zijn mensen op aarde, het volk waar dit kind bij zal mogen horen. Wij zijn uw volk, wij zijn met u verbonden, met al het heilig vuur dat we in ons dragen.Dit alles gezegd zijnde is het maar goed dat we verder in deze dienst schriftlezingen te horen krijgen die niet speciaal voor het Bavofeest of bij deze mis zijn uitgezocht, maar die volgens het leesrooster gewoon horen bij vandaag: de 27e zondag door het jaar A. Geen eenvoudige kost. Wat moeten we nu aan met zo'n verhaal over een wijngaard waar weliswaar geoogst kan worden, maar waar blijkbaar ook samenzweringen worden gesmeed en mensen in koelen bloede worden vermoord? De eerste lezing, uit de profeet Jesaja, zet ons op een spoor van hoe we de lezingen van vandaag kunnen verstaan. Jesaja brengt ons een liefdeslied dat gaat over God en zijn mensen. "Ik wil zingen voor mijn vriend, het lied van mijn vriend en zijn wijngaard." Een wijngaard, op goede grond, en alles had de wijngaardenier eraan gedaan: "Hij spitte de grond om, verwijderde keien en plantte er de beste druivenplant die hij kon vinden." Je verwacht niets minder dan een overvloedige oogst. Maar helaas, het lied slaat om. Het wordt een lied van teleurstelling. De druiven van de wijngaard zijn zuur. En de teleurstelling is even diep als de liefde waarmee het begon. De wijngaardenier, hij die zelfs de wolken verbood om hun regen te laten neerdalen op de wijngaard, kan niemand anders zijn dan God zelf. De wijngaard die hij heeft aangelegd is de aarde, een plaats die het in zich heeft om paradijs te worden. Dat wil zeggen: als de pachters die de wijngaard beheren meewerken. En God schiep de mens, en sprak tot hem: 'Wees vruchtbaar en wordt talrijk, bevolk de aarde en heers over haar, over de vissen, de vogels en het vee'. In het evangelie maakt Jezus bouwt Jezus verder op het lied van Jesaja als hij zijn verhaal vertelt over de wijnbouwers en de pachters. In zijn verhaal wordt uiteindelijk duidelijk wat de pachters dan wél drijft. Mensen bestaan niet enkel uit oprecht hart voor de zaak en onbaatzuchtige medemenselijkheid. En dat wordt maar al te duidelijk als de wijngaardenier uit de parabel van Jezus uiteindelijk zijn eigen zoon naar de wijngaard stuurt om de oogst op te halen. "Laten we hem vermoorden, want dan kunnen we ons zijn erfenis toe-eigenen." De pachters zijn niet vooral bezorgd om de goede vruchten die de wijngaard kan voortbrengen; zij willen zelf eigenaar van de wijngaard worden. Amen P Gij, Heer van onze wijngaard L Voor ranken die vastlopen, L Wij bidden voor alle mensen die leiding geven L Wij danken U, God L Wij bidden voor de wijngaard, - parochiële intenties - P Goede God,wij zijn uw volk, aan U behoren wij toe. Maak ons tot goede pachters die willen werken in uw wijngaard. Amen |



