Sluit je aan bij de Vriendenkring van de Nieuwe Bavo •                                         info@rkbavo.nl • (023) 55.333.77

Wij zullen doorgaan E-mail
Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop   
zondag, 2 november 2008

Allerzielen. Schriftlezingen:

Jesajua 25,6-9 het grote feest  Johannes 14,1-6 het huis met de vele kamers

Het is maar heel vreemd gesteld
met ons omgaan met de dood.
Aan de ene kant hoor je dat we de dood verdringen:
ze hebben daar weer een enquête overgehouden:
we houden geen rekening met de dood en vooral niet onze eigen dood.

Van de andere kant zijn er allemaal rare Holoweenrituelen in Nederland
in opkomst: in de museumnacht stonden veel mensen in de rij
om een met diamanten beplakte schedel in het Rijksmuseum te gaan zien:
dat heette een kunstwerk waar je blij van moest worden.

Wat doen we in de kerk?
De dood verdringen, niet serieus nemen
door als maar te praten over eeuwig leven
maar tegelijkertijd luiden we vandaag alleen de doodsklok
en zijn hier allerlei rituelen die met de dood te maken hebben.

Zijn we ook een beetje aan het Halloweenen?
Antwoord, neen, nee en nog eens nee.

Vandaag willen wij om te beginnen belijden
dat het leven van alle mensen belangrijk is
en wij doen dat in verbondenheid met
de mensen die in ons eigen leven
een rol hebben gespeeld en nog spelen
en van wie wij afscheid moeten nemen.
Wij noemen met ere de mensen die ons vormden
de mensen die ons opvoedden en troostten
de mensen die ons door hun levenshouding lieten zien
dat wij zelf er mogen  zijn.

Als wij dan van die dierbaren afscheid moeten nemen
merken we nog heviger hoe belangrijk zij voor ons waren..
en daarbij geldt gelukkig ook nog steeds
dat wij aan afscheid nemen van dierbaren nooit zullen wennen.

Mensen zijn geschapen om bij elkaar te blijven
om elkaar handen te geven en bij te praten
om elkaar  te strelen en
desnoods met elkaar een beetje ruzie te maken
maar om elkaar los te laten is altijd moeilijk.
Zelfs als iemand 90 jaren oud is
willen wij ze toch niet missen..
Iedereen zal ze zich op een eigen wijze
de eigen dierbaren herinneren
hoe ze praatten
hoe ze lachten
hoe ze vriendelijk waren,
hoe lastig ze soms waren
Hoe ze ons tot de orde riepen
hoe ze stuk voor stuk mensen waren van wie wij zeggen
dat wij allen blij zijn dat wij hen hebben ontmoet.

Zo moeten we dat ook blijven voelen
want mensen zijn kostbaar
mensen zijn uniek
ieder mens bewaart een bijzonder geheim en is onmisbaar:
-een bekend spreekwoord omdraaiend-
iedereen is onmisbaar... ieder mens naar Gods beeld geschapen even waardevol.

Helaas: wij moeten allen sterven !
De programma’s op de TV tonen ons vooral glitter en macht:
de hele show in de USA deze dagen.
En uitverkiezing van de nieuwe Jozef
of andere sterren
jonge vitale mensen die het eeuwig leven lijken te hebben...
maar dat hebben wij helaas niet.

Die machteloosheid van de mens erkennen
is geen sombere constatering
van een humeurige sombere mens
maar is het begin van de genezing,
het is het begin van een nieuw begin.

We gaan ons dan openstellen
voor de echte levensbron zelf:
voor God die de Heer van het leven is.

En als wij dat doen
worden wij niet teleurgesteld:
Hij is de Heer van het leven
Hij heeft Zijn schepping lief.

Nooit kunnen wij dat genoeg erkennen..
nooit wordt dat te vaak verkondigd..
iedere uitvaart die wij meemaken
zal -hoe droevig ook-
tegelijkertijd een stralende verkondiging
moeten en mogen zijn
van Gods vergevende en bewarende liefde
en zo een getuigenis zijn van de doorbraak van nieuw leven
dankzij de kracht van Levende God van Israël
die ook onze God wil zijn.
------------------------

'Het huis van de vader biedt vele kamers’
-we lazen de nieuwe vertaling,
wat klinkt dat huiselijk-
(de oude vertaling sprak over woningen).'

We hebben die tekst bij vele uitvaarten gelezen.

Deze geloofsbelijdenis getuigt
van onze hoop dat onze dierbaren
bij Hem terechtkunnen.

Maar, zelfs op Allerzielen,
zijn zij niet de enigen die belangrijk zijn.

Deze viering is er ook voor ons.
opdat wij, zoals wij hier zijn,
bedroefd en verslagen, angstig onzeker,
dwalend, zoekend, vindend mogen horen
dat er voor ons ook ruimte is bij God.


Ook wij mogen er zijn
ook voor ons is er plaats
in het huis van de Vader
in Zijn liefde
is er ook ruimte voor ieder van ons
die achterblijft
en die -vaak alleen- zijn of haar weg moet gaan.

--------------------
Dat God  de mensen die voor Hem kiezen niet teleur zal stellen
vieren we op deze 1e en 2e november:
Allerheiligen en Allerzielen.

Het gaat dan om het grote volk van God
dat Hij verzamelen wil.

Het volk van al die mensen die ons voorgingen
en die nu voor ons ten beste spreken.

Het staat zo terecht in de liturgie van de uitvaart:
    'Heer neem hen op in Uw glorie
    laat zij die ons zijn voorgegaan
    een beetje aan ons denken,
    maak hen tot onze voorsprekers bij U.
    Mogen zij U onze namen in herinnering brengen
    zoals Hij dat     doet de mens naast U,
    de grootste Heilige Jesus zelf
    die naast U staat in al Uw heerlijkheid.'
Zo krijgen wij ook nog van onze overledenen kracht mee.

Allerzielen hoort geen donkere dag te zijn
die akelig contrasteert met Allerheiligen
maar een dag van licht en troost.

God houdt van mensen en zal dat blijven doen.
En tot ons ALLEN is gezegd:
'jullie zijn een heilig volk'
en tot IEDER VAN ONS PERSOONLIJK is gezegd:
    'ik heb jou nodig, ik kan niet zonder jou.'

Tot ieder van ons persoonlijk wordt gezegd:
    'ik roep jou bij je naam,
    wees er voor de mensen voor wie jij iets kunt betekenen.'
Dan geldt voor jou,
dan geldt voor ons allen
dat Hij ons niet teleur zal stellen.

Terwijl de dood buiten weer lijkt te gaan regeren
verkondigt de kerk dat Hij een God van levenden is.
Hij is ons mensen trouw.
Hij heeft onze namen geschreven in de palm van zijn hand,
Hij begeleidt ons met Zijn licht.

Hij zal ons opvangen in zijn heerlijkheid
en ook wij mogen staan in die grote kring
rond de 144.00 getekenden  -waar wij gisteren over hoorden spreken -
en rond allen die ons zijn voorgegaan
en nu voor ons ten beste spreken.
----------------------
Wij hier beneden zijn nu al opgenomen
in de liefde van God die alle begrip te boven gaat.
Ook wij mogen leven in het licht
dat niemand doven kan.

Jesaja heeft het over een feestmaal dat de Heer aanricht.
God is een gezellige God
die voor ons zelfs heerlijke pure, rijpe wijnen heeft klaarstaan.
Dat is toch een heerlijke manier van zeggen.

Verdriet was er veel het afgelopen jaar:
een moeder, verongelukt op de brug hier vlakbij
een jonge vader die op 41-jarige leeftijd
het gevecht tegen zijn ziekte moest opgeven,,
een man die het niet meer zag zitten,
maar ook het verdriet van families die afscheid moeten nemen
van dierbaren, al zijn ze nog zo oud.

Het verdriet heeft toch niet het laatste woord:
de Heer wist alle tranen – staat er geschreven-
van elk gezicht. Dus ook dat van u die het vanavond moeilijk heeft.

Vanmorgen mogen wij dankbaar zeggen
wij hebben een God die met ons meeleeft
die ons niet uitlacht
die ons sterkt.
Hij is onze helper vandaag en alle dagen die ons gegeven zijn
en als onze weg ten einde loopt staat Hij ook voor ons klaar
als vriend, helper, gastheer, trooster en bevrijder.

De oude lofzang Te Deum die altijd op bijzondere feesten wordt aangeheven
eindigt met een verwijzing naar onze onzekerheid:
    In Te Domine speravi,
op U Heer heb ik mijn hoop gesteld
als U er toch niet was…
maar dan gaat het triomfantelijk verder:
non confundar in aeternum:
    ik kan niet teleurgesteld worden.

Goede moed bij het verder gaan allemaal,


        Hein Jan van Ogtrop, pastoor.