| Zo komt Hij de wereld binnen |
|
| Geschreven door Pastoor H.J. van Ogtrop | |
| zondag, 11 januari 2009 | |
Zondag 11 januari 2009. Schriftlezingen:Jesaja 55,1-11 komt naar het water, Marcus 1,7-11 Hij liet zich dopen'Rorate' hebben we vol overgave gezongen nog maar enkele weken geleden: 'dauwt hemelen van boven en regent de gerechte.' "Hemel scheur open" is een nog indringender smeekgebed uit diezelfde adventstijd ontleend aan Jesaja of: 'wek op Uw macht o Heer en kom... Hemel scheur open...wek op Uw macht en kom.' Vandaag komt het antwoord: de Heer komt in ons midden en de hemel scheurt open maar... wat is dat weinig spectaculair. Het valt eigenlijk een beetje tegen. Is dit ZIJN GROTE MACHT... Marcus, de evangelist van 2009 vraagt ons aller aandacht op: maar waarvoor? Hij roept ons allemaal op één mens te volgen maar is die mens dat wel waard? Hoe komt Hij onze wereld binnen, met toeters en bellen, glorie en bombarie toch hopelijk wel.. neen... niets van dat alles. Epifanie -de verschijning van God in ons midden- vieren met Marcus is een zeer bescheiden gebeuren. De binnenkomst van Jesus in onze wereld wordt op een uiterst sobere, en weinig romantische wijze verteld. We vinden bij Marcus geen roerende kerstverhalen, er zijn bij hem geen engelen, geen wijzen, geen herders, geen sterren en geen wijzen. Maria wordt niet eens genoemd.. laat staan Jozef. Het gaat om Jesus puur: volg Hem! Hij introduceert Jesus abrupt, in enkele korte woorden: 'in die dagen kwam Jesus uit Nazareth in Galilea en Hij werd gedoopt door Johannes in de Jordaan.' De wijzen uit het oosten, de vorige week in Jeruzalem, werden nog doorverwezen naar de koningsstad Bethlehem maar bij Marcus wordt alleen maar gesproken over Jesus van Nazareth. Het heil, de verlosser komt uit Nazareth. Zeggen dat iemand uit Nazareth komt betekent zoveel als zeggen dat iemand nergens vandaan komt. Een plaatsje als bijvoorbeeld 'Emmer Compascuum' hoewel daar waarschijnlijk hele aardige mensen wonen... Hij kwam uit Nazareth (dat is dus niets) 'in Galilea' staat er dan nog bij... uit het achterland van Drente tegen de Duitse grens aan om de vergelijking nog even voort te zetten met excuses aan de Drentenaren onder u. Marcus leert ons dat God beneden, op plaatsen waar wij het niet zouden verwachten, met mensen bezig is. In nederige oorden begint Hij Zijn grote geschiedenis. We hebben dat al gehoord op de 2e adventszondag.. 'heel Jeruzalem liep uit naar Johannes de Doper, die een doopsel van bekering doopte in de woestijn, aan de overkant van de Jordaan.' Heel de stad de rimboe in om het woord van God te horen. En nu weer zoiets: aller ogen dienen zich te richten op een gewone mens, een totaal onbekende uit een totaal onbekend plaatsje, Nazareth genaamd.. hij vraagt onze aandacht: rond hem zullen grote dingen gaan gebeuren. Voor de beschrijving van deze volgens Marcus zeer belangrijke dingen, grote dingen worden geen plechtige volzinnen gebruikt.. dat zou niet passen bij de eenvoud van de boodschap. De grote gebeurtenissen worden in telegramstijl verteld: 'In die dagen kwam Jesus uit Nazareth in Galilea en Hij werd gedoopt door Johannes in de Jordaan.' Hier wordt beschreven waar generaties mensen naar toe hadden geleefd: hier gaat de hemel open. Plotseling wordt duidelijk dat hier (achter de schermen) iets geweldigs aan het gebeuren is. Bij gelegenheid van dit kleine, haastig beschreven gebeuren is het nodig dat de hemel open scheurt. Ooit hadden aan diezelfde Jordaan waar Johannes en Jesus staan twee andere mensen gestaan: een oude rustige man Mozes genaamd, die zijn volk had geleid tot aan de grens van het nieuwe land en die afscheid neemt met wijze woorden die in de vijf boeken van Mozes haarfijn staan opgetekend, en een jonge man (een beetje een driftkop) Jozua genaamd, Jesus in het Grieks. Hij was een beetje (te) zelfverzekerd: hij zou het volk wel eens even het nieuwe land binnenleiden als de oude Mozes niet meer kon.... hij deed dat met verve, de muren van Jericho stortten in en er kwam een nieuw begin maar.. het was slechts een aanzet. Het echte nieuwe begin zal -en Marcus kondigt dat in zijn evangelie, het evangelie van 2009, met nadruk aan: gemaakt moeten worden rond de nieuwe Jozua, Jesus uit Nazareth in Galilea. deze Jesus Marcus vertelt hoe deze Jesus de Heilige Geest als een duif op zijn hoofd ziet neerdalen en dat Hij een stem hoort die hem 'mijn zoon, mijn veelgeliefde' noemt. Gods nieuwe Koninkrijk wordt aan de onderkant van de maatschappij begonnen. Aan het oude spel -de gewone gang van zaken- in deze wereld waar de groten geëerbiedigd moeten worden omdat ze macht hebben wil Jesus niet mee doen. Daarom is Jesus van nu af aan een vreemdeling in die wereld, een vogelvrij verklaarde. Marcus voert Jesus dan ook onmiddellijk na zijn doop af naar de onderkant, naar de wildernis, waar Jesus veertig dagen bekoord wordt door de Satan. Aan de ene kant zijn er 'de beesten' van deze wereld en aan de andere kant 'de hemelse engelen'. Het gevecht aller gevechten met de heerser der wereld is begonnen... een gevecht dat Jesus ZAL winnen. Het nieuwe begin is gemaakt rond deze ene mens is het wonderlijke getuigenis van Marcus. Nog steeds houden wij dat overeind in deze kerk. Zeker, er zijn belangrijke mensen geweest in de loop der geschiedenis, er zijn vele wijze woorden gesproken door grote geesten. Maar de evangelisten blijven ons verzekeren dat het gaat om DEZE ENE MENS, deze trouw knecht van Mozes die in Zijn leven en sterven alles volbracht. De mensen in de sloppenwijken van de Filipijnen of Brazilië kiezen voor Hem, de mensen in Oost Europa hebben met op 6 januari met luister gevierd: God is IN HEM in ons midden verschenen. Dat is voor ons allen van het grootste belang. We hoeven niet te kiezen voor wat zich groot maakt. We hoeven niet te bouwen op macht. We hoeven als kerk ook helemaal niet zo groot te zijn... als we maar in leven en handelen kiezen voor Hem en voor de dienst zoals Hij die voordeed aan de Zijnen. Zo, en zo alleen, zullen wij delen in het Zoon zijn van Jesus. Waar twee of meer mensen in Zijn naam bijeen zijn, daar is Hij in ons midden, daar is de Zoon daadwerkelijk aanwezig. Het is aan ons, aan de mensen, om tot handelen te komen, om het Woord te doen, net als Jesus. De hongerigen moeten gevoed worden, de vreemdelingen opgenomen, de naakten gekleed, de zieken verzorgd en de gevangenen bezocht. Uitrusten dat doen we later wel, als we met zijn allen aan het hemels bruiloftsmaal zitten. Zover is het nog niet. Tot de mensen die doen willen als Hij, tot de navolgers en navolgsters van alle eeuwen zegt Hij: 'ik maak jou, op jouw eigen plek tot een licht voor allen die jou zullen ontmoeten.' De mensen die het wagen in zijn voetspoor te wandelen -en wij willen dat toch proberen- mogen weten dat dezelfde God die Hem bij de hand nam en naar het nieuwe land leidde, dwars door de dood heen ook ons bij de hand zal nemen en zal zorgen dat wij goed terecht komen. En voor alle mensen die zo durven leven mag het prachtige woord gelden dat vandaag over Hem is uitgesproken: 'Jij bent mijn veelgeliefde, ik wil graag met jou verder gaan, ik zie je graag: IN JOU HEB IK MIJN WELBEHAGEN. Hein Jan van Ogtrop, pastoor. |

Maar het belangrijkste is toch wel dat de kathedraal het huis is van een gemeenschap van mensen: de St. Bavo-parochie. Zonder al de mensen die zich daar mee verbonden weten, daar samenkomen en ook veel werk verzetten zou het bovenstaande niet eens allemaal in de kathedraal kunnen!


