2 Makk.7,1-14, Lucas 20, 27-38Ik maak mij sterk dat veel van de ellende in het Midden Oosten te wijten is aan de gek die in 19995 premier Rabin vermoordde. Hij noemde dat 'toepassing van de doodstraf'.
Sindsdien is het niet veel beter geworden en dit jaar zagen we wat we nooit hadden kunnen denken: mensen die honderden medemensen meeslepen in een vliegtuig de dood tegemoet. En het einde is nog niet in zicht! Kennelijk liggen zulke moorden, kennelijk ligt vermoorden in de aard van de mens. Bij een gedachtenisdienst in 1995 van Rabin in het concertgebouw in Amsterdam: zei een vertegenwoordiger van de joodse gemeenschap in Nederland "hij die zegt dat God zegt dat hij moest doden liegt: dat kan God niet gezegd hebben God heeft alleen maar gezegd: NIET MOORDEN." Als Abel vermoord is door zijn broer Kain speelt die de onschuld zelve maar God roept hem tot de orde: 'Kain waar is je broeder?' Kain antwoordt dan ook nog: 'ben ik dan de herder van mijn broer ?' Zo verdorven is hij dat hij niet meer weet waartoe de mens op aarde is: om de ander te bewaren en te behoeden net zoals God dat doet. Tegen de achtergrond van wat er gebeurd is klinken de schriftlezingen van vandaag: God is een God van levenden en niet van doden ! De eerste lezing gaat over het martelaarschap: de weduwe met haar zonen staan pal voor hun geloof willen kiezen voor de God van Israël en doen dat door Hem trouw te dienen maar de ander verdraagt dat niet en wil hen uitdelgen...en ze worden gedood maar het verhaal leert:de mensen die moorden zijn de zwakken. Het evangelie vertelt over God die het leven bewaart. Alle menselijke berekeningen over hoe onlogisch dat zou zijn ten spijt. Jesus' hele levenswerk is één grote poging mensen te bemoedigen en weer te laten zien dat God iedereen de moeite waard vindt en dat wij allen samen op weg zijn naar het leven. En dan komt het vreemde verhaal van die broers, zeven nog wel. Het is een erg treurig verhaal: een verhaal van dood en onvruchtbaarheid; ze sterven allemaal achter elkaar en geen van allen was er in geslaagd bij de vrouw van hun overleden broer één kind te verwekken. De Sadduceeën hadden zelf dit vreemde verhaal bedacht om Jesus te overtuigen van het absurde van het geloof in de opstanding... 'Met wie moet die vrouw die met al die broers getrouwd is geweest nu leven na de opstanding?. Maar de evangelist Lucas lijkt -als hij dit voorbeeld citeert- meer te willen zeggen: de Sadduceeën geven hier een harde beschrijving van de onvruchtbare situatie van hun eigen geloof. Er is geen enkele hoop, geen enkel zicht op toekomst. zelf zijn zij een treurige groep mensen op weg naar de dood. En dan opent Jesus een nieuw perspectief. Jesus laat het absurde voorbeeld voor wat het is en laat de Sadduceeën met hun vruchteloze discussie voor wat ze zijn en gaat aan de andere kant beginnen. Als jullie niet oppassen zijn jullie het zelf die ten onder zullen gaan, met je troosteloze ongeloof en al. Jullie naam zal uit de geschiedenis van Israël verdwijnen. Hij gaat met alle duidelijkheid en met alle hartstocht die Hem bezielt verkondigen dat de God die Zijn God en Vader is een God van levenden is en niet van doden. Dood is alleen maar dood als je het zelf wil zijn; dood overkomt je niet, de dood is een keuze en dat is het leven ook: kies je voor God dan kies je voor het leven. Dat was ooit al gezegd op de Sinaï en nu weer aan de orde rond de man van Nazareth. Midden in de dood zijn wij in het leven als wij van Hem willen zijn: de God van Jesus, de God van Israël, de God van Abraham, Isaak en Jakob. Hij was een genie, een geweldig wiskundig talent. Hij werd geëerbiedigd en bewonderd door tallozen. Hij had tevreden moeten zijn met alles wat was zoals het was en met alle geheimen die hij doorgrondde en alle wetenschap. Toch was hij niet tevreden en kende hij geen rust. Die onrust knaagde aan hem en de hamvraag bleef: 'waartoe doe ik dit alles, wat is de zin, en heeft mijn eigen leven zin?' De naam van deze denker was Blaise Pascal. Hij gaat langzamerhand aan kapot, geestelijk en lichamelijk. Dan -de doktoren zijn somber over zijn gezondheidstoestand - gebeurt er plotseling iets in het schamele kloosterkamertje waar hij door de medelijdende religieuzen van Port Royal was opgenomen. Het is november, net als nu, buiten miezerde de regen maar binnen gebeurde een wonder, een genezing, een bekering : alles wordt nieuw! Hij schreef de ervaring op in zijn dagboek: 'MAANDAG 23 NOVEMBER 1645...half elf 's avonds tot half een 's nachts: VUUR !! GOD IS NABIJ !! Neen, NIET DE GOD VAN DE FILOSOFEN OF DE THEOLOGEN; NIET DIE MAAR EEN ANDERE, DE LEVENDE GOD. DE GOD VAN ABRAHAM, DE GOD VAN ISAAC DE GOD VAN JACOB, GOD VAN MENSEN, ZEKERHEID, ZEKERHEID; AANDOENING.... VREUGDE, VREUGDE, TRANEN VAN VREUGDE. DAT IK IN DER EEUWIGHEID NIET VAN HEM GESCHEIDEN WORDE. GOD VAN ABRAHAM, ISAAC EN JACOB, LEVENDE GOD, TROUWE GOD, MIJN GOD!!! GOD VAN MIJ ARME VRIEND VAN MIJ ZOEKER... Het dokumentje waarop hij deze ervaring had opgeschreven droeg hij, Blaise Pascal, altijd bij zich; tot zijn dood aan toe. Hij had ontdekt wie God is; geen God van geleerden en spitsvondigheden, maar de God die met de mensen meegaat. Misschien hebt u Hem ook wel eens zo ontmoet? Misschien heel even maar... dat is genoeg want Hij gaat daar wel verder mee: De God van Abraham, Isaak en Jakob - die door Jesus genoemd wordt - is de God van het leven en niet van de dood; is de God van de liefde en niet van de haat is de God van de toekomst, de God van de Vrede. Waar halen de mensen de moed vandaan aan die toekomst te bouwen? Dan denk ik aan de moedigen in het groot die betrokken zijn bij de grote maatschappelijke vraagstukken en die zich inzetten voor vrede en recht blijven helpen in Afghanistan of waar ook ter wereld? Waar halen de mensen de moed vandaan in hun persoonlijk leven om weer verder te gaan na pijn en verdriet, na een verlies dat niet te noemen is? Dat komt door hun geloof in de opstanding van de doden: hun geloof dat God zich met onze wereld bezig houdt: de God van Abraham, Isaak en Jakob. Die het bestaan van de dorre filosoof Pascal in zijn wanhoop veranderde toen hij, ziek een eenzaam op een regenachtige maandagavond plotseling het licht zag en vol werd van troost en het toen uitriep: VREUGDE, MOED, LICHT. Die het bestaan van mensen hier en nu verlicht. Dat geloof in die God van het leven: dat verrijzenisgeloof is niet alleen een geloof in een leven na de lichamelijke door maar ook en vooral een geloof in de waarde van het leven hier en nu met God: niet de God van de filosofen en de theologen maar de God van Abraham, Isaak en Jakob. Die God kennen verandert je leven die God kennen betekent: treden uit het duister, opgaan naar het licht. Ook in deze zorgvolle dagen nodigt Hij ons uit tot zorg voor het leven van onze naaste tot het uiterste toe. Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf: wij leven en sterven voor God onze Heer, aan die Heer behoren wij toe. AMEN. |